Mediastormen ontleed


Elke week wordt wel iemand in het publiek debat of op sociale media aan de digitale schandpaal genageld. Hoe slagen de media er nu precies in om dat debat op te voeren en hoe schadelijk kan het zijn voor het slachtoffer van sociale mediahaat? 

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/02/2026 – 8:31 door Ege Tok­man­Marie SoetensEl­la Pauwels

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Wat is een mediastorm? 

De voor­bi­je maand is er veel gebeurd. Er was opnieuw veel com­motie in het nieuws. Dit keer niet ver van huis. Onze eigen rec­tor De Sut­ter kwam onder vuur te liggen na een onder­zoek van Apache waaruit bleek dat ze voor haar open­ingscol­lege foute AI-quotes had gebruikt. Nadi­en barstte er snel een storm uit in de media, maar wat is zo’n storm? Vol­gens het online woor­den­boek ‘Woordenlijst.org’ is een medi­as­torm: “een plot­selinge grote ophef in kran­ten, tv en radio over een bepaald onder­w­erp.” Het gaat dan vaak over onder­w­er­pen die shock­eren en mensen met een sterk gevoel achter­lat­en, waar­door er al snel pub­liek debat over gevo­erd wordt. Een medi­as­torm is als term vrij neu­traal en kan dus posi­tief of negatief zijn voor per­so­n­en die betrokken zijn. Zo kreeg Gise­le Peli­cot, na een medi­as­torm over haar zaak, veel lof­be­tuigin­gen en online-ste­un. Maar het omge­keerde gebeurt ook, waar­bij de betrokken per­soon juist veel boosheid over zich heen kan kri­j­gen, vaak gaat dit dan gepaard met ‘can­cel cul­ture’. 

Cancel culture

Medi­as­tor­men zijn meestal het gevolg van een uit­spraak of fout die een per­soon begaan heeft. In extreme gevallen kan de per­soon in kwest­ie zelfs gecan­celd wor­den. Men spreekt over de ‘can­cel cul­ture’ of de ‘afreken­cul­tu­ur’ wan­neer je open­lijk wordt bekri­tiseerd of geboy­cot. De can­cel­cul­ture wordt gezien als een prob­leem van deze tijd, omdat het gepaard gaat met een storm van veront­waardig­ing op sociale media. Zo werd de koffieketen Star­bucks ooit gecan­celd omdat haar werkne­mers geen T‑shirts mocht­en dra­gen die ste­un voor de Black Lives Mat­ter-beweg­ing uit­stralen. Het can­ce­len gebeurt dus meestal wan­neer iemand racis­tis­che of ongepaste uit­sprak­en doet, waar­door die per­soon en diens uit­latin­gen niet meer als waarde­vol wor­den gezien en een mass­abe­weg­ing ontstaat tegen de gecan­celde per­soon. Als het gaat om een bek­end iemand, gebeurt het zelfs dat zijn of haar werkgev­ers onder druk gezet kun­nen wor­den om de samen­werk­ing met hen te beëindi­gen, wat het ima­go van de betrokken per­soon zwaar kan schaden. 

Gevolgen

Een medi­as­torm kan ferme gevol­gen hebben voor per­so­n­en die erin meegetrokken wor­den, zek­er als dit gepaard gaat met een boy­cot zoals vaak het geval is bij can­cel cul­ture. De pub­lieke aan­dacht en vaak pub­lieke sham­ing die dan vol­gt kan men­taal zwaar door­we­gen. De gecan­celde per­soon kan online te mak­en kri­j­gen met intim­i­datie, aan de hand van negatieve reac­ties of zelfs haat­bericht­en. In de zwaarste gevallen wordt ook online per­soon­lijke infor­matie ver­spreid, zoals een huisadres. Naast de psy­chol­o­gis­che gevol­gen, lij­den slachtof­fers vaak ook aan rep­u­tatiev­er­lies en kan dit het einde van hun car­rière beteke­nen, wat dan ook lei­dt tot finan­cieel ver­lies.

De kracht en druk van de mas­sa kan soms ook posi­tieve gevol­gen hebben en veran­der­ing afd­win­gen bij belan­grijke sociale dis­cussies

Om het voor­beeld van De Sut­ter er weer bij te nemen, heeft haar rep­u­tatie schade geleid tot haar besliss­ing om een ere­doc­tor­aat in Ams­ter­dam niet per­soon­lijk te accepteren. Het bli­jft een morele dis­cussie of die gevol­gen terecht zijn of niet. De veront­waardig­ing is vaak groot en wordt gedeeld door een pub­liek, wat een groeps­gevoel creëert. De kracht en druk van de mas­sa kan soms ook posi­tieve gevol­gen hebben en veran­der­ing afd­win­gen bij belan­grijke sociale dis­cussies.  

Compassion fatigue 

Medi­as­tor­men mak­en een deel uit van het bredere medi­adieet dat we elke dag con­sumeren. Ze vor­men één ele­ment van een ein­de­loze hoop infor­matie en (slecht) nieuws dat we via sociale media, tra­di­tionele nieuw­sor­gan­isaties, of waar je je ook informeert, bin­nenkri­j­gen. Maar geven we even­veel om al die feit­en? Zijn we even geën­gageerd in alle slechte nieuws­feit­en die we te zien kri­j­gen? Moeten we ons schuldig voe­len als we toch niet mee­doen aan de zoveel­ste boy­cot? Het is onmo­gelijk om steeds over alles up-to-date te bli­jven, en dat gaat ook niet. Er zijn gren­zen aan ons medeleven. Vol­gens aca­d­e­mi­cus Susan Moeller aan de Uni­ver­siteit van Mary­land in de VS is dat een gevolg van “com­passiemoe­heid”, of “com­pas­sion fatigue”. In haar boek over het fenomeen legt ze uit hoe de media razend­snel van trau­ma naar trau­ma sprin­gen, waar­door een hele hoop slecht nieuws in de media ver­g­root wordt tot één wazig boelt­je van ver­dor­ven­heid, wat zou voor de con­sument dat moeil­ijk te bevat­ten valt. We ger­ak­en, vol­gens Moeller, op die manier ver­doofd aan onder andere medi­as­tor­men. Ze zouden te vaak gebeuren om dan steeds weer even­veel aan­dacht in te kun­nen investeren, wat we ook niet gezond zouden aankun­nen, zelfs als we dat wilden. 

Medi­as­tor­men mak­en een deel uit van het bredere medi­adieet dat we elk, apart, elke dag, con­sumeren

Die com­passiemoe­heid is oor­spronke­lijk een term uit de medis­che of psy­chol­o­gis­che wereld. Ze staat voor een psy­chis­che con­di­tie van men­tale uit­putting die door gezond­hei­dsmedew­erk­ers ervaren wordt door­dat ze elke dag menselijk lij­den moeten meemak­en. Maar hoewel die oor­spronke­lijke defin­i­tie zich beperk­te tot mensen bin­nen de “car­ing sec­tors” zijn er aca­d­e­mi­ci zoals Charles Figley aan de Tulane Uni­ver­siteit die bear­gu­menteren dat iedereen kwets­baar is tegen­over com­passiemoe­heid, een fenomeen dat Figley als een soort trau­ma­tis­che gebeurte­nis opvat. Hij beweert dat onze mod­erne 24/7 nieuws­cy­clus mensen hierte­gen gevoeliger maakt. De symp­tomen zijn dan vol­gens Figley een soort emo­tionele ver­lam­ming, een gevoel­loosheid omwille van een over­lad­ing aan slecht of trau­ma­tisch nieuws.