‘For the record’: Viktor Orbán


Gigantische politieke overwinningen, enfant terrible van de EU, zelfverklaarde man van het volk en de verdwijntruc van de democratie: wie is Hongaars minister-president Viktor Orbán?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 24/11/2025 – 8:22 door Wout Lan­duyt

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Uit de brokstukken van het Ijz­eren Gordi­jn rijst in 1988 de nieuwe anti­com­mu­nis­tis­che par­tij Fidesz, gevuld met jong lib­er­aal geweld. Beloftevol voet­baller Vik­tor Orbán ruilt zijn sport­tenue in voor een maat­pak en wordt lei­der van de par­tij. Pas in 1998 komt Fidesz aan de macht in Hon­gar­i­je en het land eist als vers­gevallen satel­li­et­staat een lid­maatschap bij de EU. Orbán wil de resten van het gri­jze com­mu­nisme ver­licht­en met de west­erse dis­cobal en speelt een sleutel­rol in de onder­han­delin­gen.

In haar eerste fase was Fidesz een lib­erale par­tij en regeerde het Hon­gar­i­je van 1998 tot 2002. Hun EU-droom werd verdergezet en uit­gevo­erd door Orbáns poli­tieke vijand Fer­enc Gyurcsány in een vol­gende leg­is­latu­ur. ”We logen de afgelopen jaren, ’s ocht­ends, ’s mid­dags en ’s nachts, we hebben de boel verneukt, op grote schaal”, zo is te horen in een gelek­te ver­gader­ing van die eerder genoemde Gyurcsány. Het is de aan­lei­d­ing voor een acht jaar lange poli­tieke cri­sis in Hon­gar­i­je. Nev­er waste a good cri­sis, denkt Orbán: in 2010 won Fidesz de verkiezin­gen met vlag en wim­pel. Een tweed­erde­meerder­heid gaf hem en zijn par­tij ongeziene macht, die hij tot op van­daag uit­buit.

Orbán is terug, en nu pop­ulis­tis­ch­er dan ooit. Vol­gens de clichés der auto­crat­en kiest hij zorgvuldig enkele staatsvi­jan­den uit. Sinds 2010 staan zijn cam­pagnes volledig in teken van immi­gratie. Op bill­boards langs de Hon­gaarse strat­en zien we George Soros, de nieuwe bron van alle prob­le­men. Soros is een Amerikaanse filantroop die sinds de jaren 80 al 32 mil­jard dol­lar doneerde aan goede doe­len. Zijn sug­gesties aan de EU omtrent immi­gratie mak­en de man het per­fecte doel­wit om de gemid­delde Hon­gaarse akker­boer boos te mak­en zon­der al te veel argu­men­tatie.

Nev­er waste a good cri­sis, denkt Orbán: in 2010 won Fidesz de verkiezin­gen met vlag en wim­pel

Sinds­di­en zoekt Orbán con­stant ruzie met de EU en is cor­rup­tie al lang geen taboe meer. Hij heeft het ook niet zo voor die over­roepen schei­d­ing der macht­en. In 2012 stelt hij een nieuwe wet in waarin rechters en notaris­sen ver­plicht acht jaar vroeger met pen­sioen moeten dan voorheen. Door die mas­sale ver­vang­ing kreeg de Hon­gaarse arm van de wet een mooie Orbán­tat­too met per­soon­lijk aangestelde rechters. De hoof­dreden van zijn suc­ces is de media. Nu intussen alle nationale nieuws­bron­nen een spreek­buis voor pro­pa­gan­da gewor­den zijn, laat hij zijn rijke entourage de privépers sim­pel­weg opkopen. Een van zijn laat­ste wapen­feit­en is de ille­galis­er­ing van de Hon­gaarse Pride. Dus lieve lez­er: de vol­gende keer dat je je een slecht mens voelt omdat je wat gemeen was tegen die vriendin, denk dan eens aan Orbán. Hij zal waarschi­jn­lijk met min­der schuldbe­sef gaan slapen dan jij.