Ufo’s boven het UFO


Is het een vliegtuig? Is het een vogel? Neen, het is een unidentified flying object! In Oost-Vlaanderen worden de meeste ufo's gespot. We deden navraag bij Frederick Delaere van het Belgische UFO-meldpunt of een alieninvasie tot de mogelijkheden behoort. Spoiler: neen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 13/10/2025 – 7:44 door Fien WaegeYana Rosé

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een ufo staat voor een Uniden­ti­fied Fly­ing Object, een object of ver­schi­jnsel in de lucht dat je niet meteen kan thuis­bren­gen. In de media wordt het vaak gelinkt aan buite­naards lev­en, maar die asso­ci­atie is onterecht. Het Bel­gisch ufomeld­punt probeert een verk­lar­ing voor de waarne­min­gen te vin­den en pub­liceert er rap­porten over. Recent gaven Fred­er­ick Delaere en Wim Van Utrecht ook een boek uit over de materie, ‘Ufo: niet te geloven’, bij Borg­er­hoff & Lam­berigts. 

Hoe zijn jul­lie op het idee gekomen om een meld­punt op te richt­en voor ufo’s?

Fred­er­ick Delaere: “Daar­voor moet ik een hele tijd terug­gaan. Voor mij is de inter­esse begonnen met een boek van Julien Wever­berg, ‘De ufo sage’, in 1996. Ik was toen pas veer­tien. Zo ben ik erin gerold. Ver­vol­gens ben ik lid gewor­den van een aan­tal ufo-groep­jes in ons land. In de jaren 90 waren er wel een aan­tal, maar er was nog geen cen­traal meld­punt. Met meldin­gen gebeurde er bij­na niets. We von­den het belan­grijk dat er een neu­traal meld­punt zou komen dat meldin­gen kon onder­zoeken, en daarom hebben we het opgericht in 2007.”

Samuel Bock­en

Welke objecten zor­gen het vaakst voor ver­war­ring?

Delaere: “Bal­lon­nen, vooral foliebal­lon­nen. Dat zijn bal­lon­nen die eruitzien als metaalachtige objecten en in ver­schil­lende fig­uren te verkri­j­gen zijn. Op de ker­mis kan je ze bijvoor­beeld kri­j­gen als ster­ret­jes of num­mers. Die wor­den dan opge­hangen tij­dens ver­jaardags­feestjes. Wan­neer die loskomen met de wind, gebeurt het weleens dat iemand in de buurt dan een ufo ziet vliegen (lacht).”

“We gaan niet zwieren met wilde the­o­rieën over groene man­net­jes die naar hier komen”

“Ook ster­ren of plan­eten zijn vaak een verk­lar­ing. Als iemand zegt dat hij een ufo heeft zien ‘stralen’ in de lucht, weet je vri­jwel zek­er dat je in de richt­ing van een ster of pla­neet moet denken. Dit week­end en het week­end ervoor kwa­men er ook wat meldin­gen bin­nen van de Star­link-satel­li­eten van Musk.”

Hoe gaat het meld­punt in zijn werk?

Delaere: “Via een for­muli­er bevra­gen we melders over de cen­trale zak­en die voor ons van belang zijn: datum, tijd­stip, kijkricht­ing, wat ze exact zagen. Op basis daar­van mak­en we een eerste eval­u­atie. Omdat we intussen al ruim 4000 meldin­gen hebben ont­van­gen, hebben we tamelijk wat ervar­ing en kun­nen we daar snel een beeld van vor­men. De smart­phone is daar een groot voordeel bij. Daar­door kri­j­gen we heel wat beeld­ma­te­ri­aal bin­nen. Als we geen verk­lar­ing vin­den, stellen we eerst wat bijkomende vra­gen via e‑mail. Pas als we daar­na nog alti­jd niet weten wat het is, gaan we bij de mensen langs. We leggen een inter­view af, maar kijken ook naar de omgev­ing. Het kan bijvoor­beeld zijn dat er een kraan staat met licht­en op die ver­ant­wo­ordelijk is voor de waarne­m­ing.”

“Het is alti­jd de bedoel­ing om iets proberen te verk­laren. We zijn heel scep­tisch.”

En hoe vaak gebeurt het dat er geen verk­lar­ing is? 

Delaere: “Ik denk dat er van die 4000 meldin­gen ongeveer iets meer dan 40 onverk­laard bleven. Dat is heel weinig, slechts 1%. Daar doen we dan ook geen uit­sprak­en over. We gaan niet zwieren met wilde the­o­rieën over groene man­net­jes die hier­heen komen.”

U zei daar­net dat u zelf eerder scep­ti­cus bent.

Delaere: “Dat klopt. Voor alle duidelijkheid: ik denk niet dat we de eni­gen in het hee­lal zijn. Maar of die anderen ook effec­tief hier­heen komen, is een heel andere vraag. We doen niet mee aan wilde the­o­rieën daarover. De meeste waarne­mers zijn wat ik ‘nuchtere waarne­mers’ noem: mensen die gewoon iets hebben gezien en daar een verk­lar­ing voor willen. Een zeer klein aan­tal mensen is over­tu­igd dat hun waarne­m­ing bezoek moet zijn vanu­it de ruimte. Als die dan iets zien, is het heel moeil­ijk om hen ervan te over­tu­igen dat het toch maar een vlieg­tu­ig of een bal­lon was.”

Doen er dan ook veel ver­valsin­gen de ronde?

Delaere: “Er gaat veel onzin rond op sociale media. Veel van de beelden daar cir­culeren zon­der naam of bron. Als het ver­haal daar­naast niet strookt met wat er op de foto of video te zien is, klopt er iets niet. Een bek­end geval is de beroemde Petit-Rechain-dia. Dat is een dia die genomen is in de jaren negentig. Er was toen een ufo­golf bezig in Bel­gië. De mil­i­taire school raak­te zelfs betrokken bij de analyse van de dia. Ook een onder­zoek­er van NASA heeft de foto onder­zocht.”

“Er gaat veel onzin rond op sociale media”

“Toen mijn col­le­ga Wim Van Utrecht erop wees dat de dia makke­lijk en goed­koop ver­valst kon wor­den met wat kar­ton en lam­p­jes, wilde nie­mand daar­van weten. In 2011 gaf de fotograaf toch toe dat hij een mod­el uit piep­schuim had gemaakt. Intussen is die ufo wel wereld­beroemd gewor­den, maar het is dus een ver­vals­ing.”

Welke meld­ing sprong er voor u het meeste uit?

Delaere: “Er was een geval uit Bunde in 2002. Een jog­ger langs het kanaal zag een scho­tel met raam­p­jes zijn richt­ing uit vliegen. Die heeft hem een tijd­je heel traag achter­vol­gd. Daar­na is de scho­tel weggevlo­gen, de lucht in. Er waren een aan­tal ele­menten die het ver­haal geloofwaardig maak­ten. De getu­ige wilde niet bij naam genoemd wor­den. Als iemand aan­dacht wil, weten we dat er iets niet klopt. Wij hebben een oproep geplaatst in het plaat­selijke kran­t­je daar, maar nie­mand heeft het­zelfde gezien. Toch is het ver­haal ons alti­jd bijge­bleven, net omdat het zo geloofwaardig was.”

Tot slot: Oost-Vlaan­deren, en soms ook Gent, zijn al enkele jaren koplop­ers wat het aan­tal ufo-meldin­gen betre­ft. Hoe komt dat vol­gens u?

Delaere: “Het is een beet­je een wed­stri­jd tussen Oost-Vlaan­deren en Antwer­pen, maar we hebben daar geen verk­lar­ing voor. Het ligt wellicht gewoon aan het feit dat het grote provin­cies zijn, waar meer mensen wonen. Het moment in het jaar heeft wel een invloed. In juli en augus­tus wor­den er bijvoor­beeld meer meldin­gen gedaan, omdat het weer dan beter is en er meer mensen thuis zit­ten.”