Het koloniale erfgoed in Gent


Gent staat vooral bekend als een middeleeuwse metropool en een industrieel centrum uit de negentiende eeuw. Toch kun je niet naast de koloniale sporen kijken eens je weet dat die er zijn.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/05/2025 – 8:38 door Lies Par­don­Leone MattheusFien Waege

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Gent is het decor van onze stu­den­ten­ti­jd. We wan­de­len door de strat­en, pick­nick­en in het Citadel­park bij mooi weer en geni­eten van biert­jes in de gezel­lige cafés. We zijn ons alleen niet bewust van de his­torische beladen­heid van bepaalde beelden, strat­en en pleinen. De con­nec­tie van deze plekken met het kolo­nial­isme wordt vaak ver­geten. Toch is het belan­grijk dat we weet hebben van dit verleden. 

Senegalese mensentuin

Naar aan­lei­d­ing van de Wereld­ten­toon­stelling opende Gent maar lief­st twee menselijke dier­en­tu­inen. In het Citadel­park wer­den 120 Sene­galezen ver­plicht te ‘lev­en’ in nage­bouwde hut­ten, langs de Kor­trijk­ses­teen­weg speelden zes­tig Fil­ip­i­j­nen dagelijks hun ‘authen­tieke bestaan’ na, als spek­takel voor de mas­sa.

De gevan­gen bewon­ers weiger­den vaak kop­pig om in de cam­era te kijken

Mensen­tu­inen, een macabere tra­di­tie sinds de Romeinen, kre­gen in de 19e eeuw een nieuw jas­je als kolo­niale pro­pa­gan­da. Protest­mo­gelijkhe­den waren schaars, maar de gevan­gen bewon­ers weiger­den vaak kop­pig om in de cam­era te kijken. Het spek­takel verd­ween niet snel: zelfs op Expo 58 in Brus­sel was er nog een Con­golees dorp.

Standbeeld Pedro de Gante

Op het Frater­splein in Gent staat het stand­beeld van Pedro de Gante, geboren als Pieter van der Moere. In 1523 trok hij als mis­sion­aris naar het huidi­ge Mex­i­co. Ter­wi­jl Pedro de Azteken tot het chris­ten­dom probeerde te bek­eren, was hij getu­ige van de brute ver­woestin­gen door Europese kolonisatoren. In brieven aan de machtheb­bers Karel V en Fil­ips II klaagde hij de uit­buit­ing aan. Pedro stichtte scholen, kerken en de eerste drukker­ij van Ameri­ka. Toch bleef hij, ondanks zijn kri­tiek, zelf deel uit­mak­en van het kolo­niale project dat de inheemse cul­turen onder­druk­te en Europa’s over­heers­ing ver­sterk­te.

Standbeeld Sakala

Sinds 1888 staat in het Gentse Citadel­park het stand­beeld van prins Sakala, ook bek­end als ‘het Moorken’. Sakala was een Con­golese twaalf­jarige die door Lieven Van de Velde naar Bel­gië werd meegenomen. Zijn doel was om aan de mogelijke geld­schi­eters van de Bel­gis­che kolonie in Con­go van Leopold II een “beschaafde Con­golees” te tonen. Ter­wi­jl Lieven Van de Velde zijn pro­pa­gan­da verder uitvo­erde, vol­gde Sakala onder andere Frans aan de rijkss­chool Lede­ganck. Toen Lieven Van de Velde de lei­d­inggevende werd aan de post van de Stan­ley­wa­ter­vallen ver­li­et hij Bel­gië samen met Sakala en ging hij terug naar Con­go, waar Sakala herenigd werd met zijn fam­i­lie. Enkele weken lat­er over­leed Lieven Van de Velde en werd het mon­u­ment opgericht.

Leopold II-laan

Net zoals het weggenomen stand­beeld van Leopold II aan het Zuid­park in Gent, is ook de Leopold II-laan van naam veran­derd omwille van het rap­port ‘Dekoloniseer mijn stad’. De stad wil komaf mak­en met het kolo­ni­aal verleden. Leopold II was het Bel­gis­che staat­shoofd van 1865 tot 1909 en staat nu vooral bek­end om zijn gruwel­daden in Con­go, toen Con­go-Vri­js­taat. Zijn bewind wordt getype­erd door moord, ontvo­er­ing en het afhakken van han­den bij slachtof­fers die de rub­berquo­ta niet haalden. De straat langs het Citadel­park heet nu de Flo­ral­iën­laan, een ver­wi­jz­ing naar de vijf­jaar­lijkse planten­ten­toon­stelling. Door de naamsveran­der­ing wil Stad Gent tonen dat geweld en racisme niet meer thuishoren in Gent.

Hippoliet Lippensplein

De tram die je naar het Zuid brengt, stopt aan het Hip­poli­et Lip­pen­splein. Als je er met de tram langsri­jdt, ben je je niet bewust van de con­nec­tie met het kolo­ni­aal verleden van Bel­gië. Het plein is ver­noemd naar oud-burge­meester, Hip­poly­te Lip­pens. Hij zat in het bestu­ur van Com­pag­nie du Con­go pour le Com­merce et l’In­dus­trie, beter bek­end als CCCI. De onderne­m­ing CCCI moest een spoor­li­jn aan­leggen tussen Mata­di, een haven­stad, en Stan­ley Pool, meer bij de hoofd­st­e­den. De spoor­li­jn moest gebieden die niet bereik­baar waren via de Con­gostroom over­bruggen.

De arbei­d­som­standighe­den waren erbarmelijk, waar­door veel betrokken Con­golezen het lev­en lieten

De arbei­d­som­standighe­den waren erbarmelijk, waar­door veel betrokken Con­golezen het lev­en lieten. De organ­isatie had ook con­cessies op ver­schil­lende gebieden in Con­go. Zij had dus het recht om aan exploitatie te doen in deze gebieden. Ook de bouw van de spoor­li­jn maak­te de ont­gin­ning en het ver­vo­er van grond­stof­fen van die gebieden gemakke­lijk­er. 

Gebroeders Vandeveldestraat

De Gebroed­ers Van­de­velde­straat ver­wi­jst naar Jozef en Lieven Van de Velde. Hun oud­er­lijk huis stond in deze straat. De gebroed­ers wer­den in 1881 ingezet als verken­ners en onder­zocht­en ver­schil­lende gebieden langs riv­ieren in Con­go. Jozef stierf in 1882 na aankomst in Con­go aan galkoorts. Lieven zette zijn opdracht verder en deed vooral topografis­che stud­ies die gebruikt wer­den bij de aan­leg van spoor­we­gen. Hij deed daar­naast etno­grafisch onder­zoek. Onder­tussen moest hij daar­bij ban­den schep­pen met lokale lei­ders. Zo kon­den Bel­gis­che kolonis­ten gemakke­lijk­er han­del­sposten en sta­tions opricht­en. Dit maak­te de exploitatie van gebieden in Con­go gemakke­lijk­er.