Seksisme binnen de gezondheidszorg


Als je enkel onderzoek doet met mannen, kan je dan wel iets zeggen over vrouwen? Een gigantische genderbias zorgt voor een minder kwalitatieve zorg voor vrouwen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 12/05/2025 – 8:38 door Emi­lie De Win­neFien Waege

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Aristoteles als katalysator

Het vertrekpunt van onder­zoek is vaak de man. Dat zaad­je werd al een tijd gele­den geplant. Het schep­pingsver­haal in het Oude Tes­ta­ment beaamt het idee dat een vrouw eerder bijkom­stig is. Ook de filosoof Aris­tote­les was pio­nier in zijn the­o­retis­che uit­latin­gen over de ondergeschik­theid van de vrouw. Hij stelde dat een vrouw een imper­fecte ver­sie van een man is, zow­el fysiek als men­taal. Die notie werd overgenomen door Galenus en Hip­pocrates. Vol­gens hen delen man­nen en vrouwen dezelfde ges­lacht­sor­ga­nen, maar zijn die bij de man uitwendig aan­wezig en bij de vrouw inwendig. Vanu­it deze stelling verk­laart Galenus dat de vrouw in een toe­s­tand van onvolledigheid ver­keert. 

Ook van­daag nog zorgt gen­derblind­heid voor foute diag­noses en onvolledi­ge medis­che ken­nis

Die drie man­nen lever­den belan­grijke bij­dra­gen aan de vroege geneeskunde. De bij­dra­gen in kwest­ie zijn achter­af gezien achter­haald en incor­rect. Hun incor­recte the­o­rieën kun­nen te wijten zijn aan het toen­ma­lige ver­bod op ontledin­gen van het menselijk lichaam. Anderz­i­jds stelt Tineke Melke­beek, onder­zoek­ster aan de UGent, in haar analyse van Aris­tote­les dat zijn visies niet puur weten­schap­pelijk, maar wel duidelijk cul­tureel en ide­ol­o­gisch gemo­tiveerd waren. Gebrekkige mid­de­len zijn dus niet de enige oorza­ak voor de foute opvat­tin­gen.

Seksisme in gezondheidszorg

Ook van­daag nog zorgt gen­derblind­heid voor foute diag­noses en onvolledi­ge medis­che ken­nis. In onder­zoek naar aan­doenin­gen die iedereen tre­f­fen, wor­den vaak enkel man­nen opgenomen. Die een­z­i­jdi­ge focus resul­teert in een groot gebrek aan ken­nis over het vrouwelijk lichaam. Medis­che testen en behan­delin­gen houden hier­door onvol­doende reken­ing met onder andere de hor­monale cyclus die zich maan­delijks in een vrouwen­lichaam afspeelt. Welke bijw­erkin­gen geeft die med­icatie bij vrouwen? Hoe pre­sen­teert de ziek­te zich bij vrouwen? Belan­grijke vra­gen die maar geen antwo­ord lijken te kri­j­gen.

Hart- en vaatziek­ten zijn hier een goed voor­beeld van. De typ­is­che (man­nelijke) klacht­en van een har­taan­val, zoals pijn in de link­er­arm, staan bij vrouwen min­der op de voor­grond. Vage klacht­en als kor­tademigheid en moe­heid zijn vak­er van toepass­ing bij vrouwen. Die wor­den echter vaak toegeschreven aan stress of hor­moon­schom­melin­gen, waar­door een har­taan­val bij een vrouw vaak te laat ont­dekt wordt.

Ook COVID-19 is een ziek­te waar vrouwen anders op rea­geren dan man­nen. Hoewel er meer man­nen stier­ven aan COVID-19, kre­gen vrouwen vak­er met long covid  te mak­en, waar­bij de klacht­en heel lang aanslepen. Niet alleen de ziek­te, maar ook de vac­cins wor­den door vrouwen anders ervaren. Zo geven ze meer ern­stige bijw­erkin­gen aan, zoals trom­bose.

De reden dat er nog steeds min­der onder­zoek wordt gedaan naar vrouwen, is onder andere de hor­moon­schom­melin­gen. Veel onder­zoek­ers zien dit als een stoorzen­der. Daar­bovenop kun­nen vrouwen zwanger rak­en tij­dens een onder­zoek en daar­bij zou de foe­tus in gevaar kun­nen komen. Het gevolg hier­van is dat zwan­gere vrouwen bij­na geen med­icatie mogen innemen. 

Anticonceptie van onderdrukkende of emanciperende aard?

Als we het hebben over voort­plant­i­ng en anti­con­cep­tie wordt er meestal een grotere ver­ant­wo­ordelijkheid gelegd bij de vrouw. Op het con­doom na zijn het over­grote deel van de voor­be­hoedsmid­de­len gericht op vrouwen, denk maar aan de pil of een spi­raal. De intro­duc­tie van deze hor­monale anti­con­cep­tie was een fun­da­menteel ele­ment voor de eman­ci­patie van vrouwen en hun sek­suele vri­jheid. Plots was seks iets dat niet enkel kon plaatsvin­den bin­nen het kad­er van voort­plant­i­ng.

De echte pri­js van deze sek­suele vri­jheid bli­jft echter een gat in de medis­che ken­nis

De echte pri­js van deze sek­suele vri­jheid bli­jft echter een gat in de medis­che ken­nis. Resul­tat­en van een onder­zoek door de UAntwer­pen stellen dat er nog te weinig duidelijkheid is rond de bijw­erkin­gen van hor­monale anti­con­cep­tie op men­tale, fysieke en sek­suele gezond­heid. Dit ter­wi­jl de schaal waarop hor­monale anti­con­cep­tie over de toon­bank gaat voor (jonge) patiën­ten enorm is. De vraag naar alter­natieven die min­der bijw­erkin­gen hebben, klinkt steeds luider. Het kop­er­spi­raalt­je is momenteel naast con­dooms (en de uiterst onbe­trouw­bare ‘pull and pray’-methode) het enige voor­be­hoedsmid­del dat geen hor­mo­nen bevat. Maar onschuldig is dit ook niet, want dit spi­raalt­je heeft als bijw­erk­ing dat het vaak veel heftigere maand­ston­den veroorza­akt. 

Streven naar inclusieve geneeskunde beperkt zich niet enkel tot een focus op biol­o­gis­che ver­schillen op basis van ges­lacht. Zo wor­den zwarte vrouwen vaak uit­ges­loten bin­nen onder­zoek. Er wordt ook gepleit voor een bredere kijk die ook inter­sekse, trans­gen­der- en non-binaire per­so­n­en mee­neemt in dit ver­haal.