De katoenindustrie uitgepluisd


Al sinds de Amerikaanse Burgeroorlog heeft katoenteelt een slechte reputatie. Ook vandaag nog zijn de werkomstandigheden in deze sector verre van optimaal, en de milieueffecten zijn rampzalig. Zijn er alternatieven voor dit witte goud?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 31/03/2025 – 11:05 door Erdal Yay­laTi­na Mor­thi­er

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Katoen in ons dagelijks leven

Katoen is over­al te vin­den: in onze kleren, onze hand­doeken, en zelfs in onze bankbil­jet­ten. De stof komt van de katoen­plant, die voor­namelijk groeit in warmere regio’s. Chi­na, India en de Verenigde Stat­en zijn de groot­ste pro­du­cen­ten, wat dus een eind­je verder van huis is. In de Europese Unie zijn Grieken­land voor 80% en Span­je voor 20% ver­ant­wo­ordelijk voor het Europese katoen, maar dit vormt slechts 1% van de wereld­pro­duc­tie. Het ver­haal speelt zich dus gro­ten­deels af aan de andere kant van de wereld.

Een T‑shirt vraagt 2500 liter water en een jeans­broek zelfs 7500 liter

De problemen met katoenteelt

De katoen­plant vraagt relatief veel water, waar­door een T‑shirt al snel 2.500 liter opslokt, en een jeans­broek zelfs 7.500 liter. Deze dorstige planten zor­gen zo voor erosie, verzilt­ing en uit­droging van de gebieden waar ze geteeld wor­den, wat nadelig is voor de natu­ur. Ook de lokale bevolk­ing kampt daar­door met waterteko­rten. Daar­naast wor­den katoen­planten ook mas­saal besproeid met pes­ti­ci­den en insec­ti­ci­den. Hoewel de plant een 33ste van de totale teelt in de wereld uit­maakt, vraagt het toch een vierde van alle insec­ti­ci­den, en een tiende van de pes­ti­ci­den. Niet alleen is dit schadelijk voor de lokale bio­di­ver­siteit: deze chem­i­cal­iën zijn ook giftig voor boeren en arbei­ders.

door Samuel Bock­en

In India hebben grote bedri­jven, zoals Mon­san­to, de hele katoenin­dus­trie in han­den. Boeren zijn van hen afhanke­lijk voor hun katoen­zaden, omdat die vaak genetisch gemod­i­ficeerd zijn en onder de paten­ten van die bedri­jven vallen. Hier­voor gaan boeren lenin­gen aan, omdat de zaden, pes­ti­ci­den en mest­stof­fen duur zijn. Een mis­oogst kan ervoor zor­gen dat ze deze lenin­gen niet meer kun­nen betal­en. Dit zet druk op de boeren, waar­door ze in finan­ciële prob­le­men ger­ak­en. Onder Indis­che boeren heeft dit geleid tot een zelf­mo­ord­golf, waar­door jaar­lijks duizen­den mensen om het lev­en komen.

In Chi­na moeten 570.000 Oei­go­eren, Kir­giezen en Kazachen als dwan­gar­bei­ders katoen plukken in gevan­genis­sen en heropvoed­ingskam­p­en. Het idee van een ged­won­gen “ide­ol­o­gis­che train­ing” is daar de recht­vaardig­ing voor. 

Hoewel Chi­na een van de groot­ste pro­du­cen­ten is, is het ook de groot­ste impor­teur. Vanu­it het West­en verwacht­en we goede kwaliteit voor een lagere pri­js, waar­door de pro­duc­tie vooral wordt gedaan in lageloon­lan­den. Deze vraag groeit alleen maar, waar­door nóg goed­kopere pro­duc­tie een enorme opmars heeft gemaakt de voor­bi­je jaren. Fast fash­ion, waar­bij bedri­jven zoals Zara, H&M en Shein aan de lopende band nieuwe kled­ingstukken ontwer­pen en verkopen, speelt hier een grote rol. Dit zet meer druk op de katoenin­dus­trie en de werkom­standighe­den van de arbei­ders, waar­door ze lange shifts voor lage lonen moeten draaien. 

Katoen versus synthetische stoffen

Met de opkomst van fast fash­ion is ook de pro­duc­tie van ander prob­lema­tisch tex­tiel alleen maar toegenomen. Hoewel katoen al mil­len­ni­alang wordt geteeld, wordt de pop­u­lar­iteit van de stof al enkele decen­nia inge­haald door syn­thetis­che stof­fen, zoals poly­ester, nylon, elas­taan en acryl. Van­daag bestaat maar lief­st 67% van alle nieuwe kled­ingstukken uit syn­thetis­che stof­fen. Deze stof­fen wor­den gemaakt van fos­siele brand­stof­fen, zoals petro­le­um. In vergelijk­ing met katoen hebben syn­thetis­che stof­fen bepaalde voorde­len. Zo is syn­thetisch tex­tiel sterk en kreukvrij. Boven­di­en droogt het snel op. In tegen­stelling tot katoen is er voor de pro­duc­tie van poly­ester ook vrij weinig land nodig.

De impact van syn­thetisch tex­tiel op het milieu en het kli­maat is echter desas­treus. Het pro­duc­tiepro­ces vraagt enorm veel energie en CO₂, en syn­thetisch mate­ri­aal is niet biol­o­gisch afbreek­baar. Elke keer dat je syn­thetisch tex­tiel in de wastrom­mel gooit, komen er ook microplas­tics vrij. Die belanden uitein­delijk in onze ocea­nen en bodem. 

Organ­isch katoen gebruikt veel min­der pes­ti­ci­den, insec­ti­ci­den en water dan de niet-biol­o­gis­che vari­ant

door Samuel Bock­en

Alternatieven

Er zijn al meerdere ini­ti­atieven op poten gezet om de katoen­teelt zelf duurza­mer te mak­en. Organ­isch katoen heeft veel min­der pes­ti­ci­den, insec­ti­ci­den en water nodig dan de niet-biol­o­gis­che vari­ant. Daar­naast bevordert het de bio­di­ver­siteit. De keerz­i­jde van de medaille is wel dat biol­o­gisch katoen daar­door meer land in beslag neemt en van min­der goede kwaliteit zou kun­nen zijn. Boven­di­en veron­der­stelt het schake­len naar biol­o­gisch katoen een andere manier van omgaan met het land. Boeren zijn daar niet aan gewend, en daar­naast vergt het heel wat ste­un van de indus­trie en multi­na­tion­als. Die ste­un is er amper. Andere ini­ti­atieven zijn labels als ‘Bet­ter Cot­ton’ (BCI) of fair­trade katoen. Je zou ook andere natu­urlijke stof­fen met een kleinere milieu-impact kun­nen kopen, zoals lin­nen of hen­nep. Die alter­natieven zijn echter moeil­ijk­er voorhan­den en duur­der. Een andere mogelijkheid is de web­site ‘Good on You’. Die beo­ordeelt merken op basis van hoe ethisch hun pro­ducten zijn. Het beste wat je als con­sument kan doen, bli­jft echter nog steeds min­der kopen, en als je het toch doet, tweede­hands kopen.