Gent textielstad: Jacob van Partyvelde


Gent heeft een rijke geschiedenis: van de graven van Vlaanderen tot nu. De ene rode draad? Textiel. Van de middeleeuwen tot de helft van de 20e eeuw was dat de drijvende kracht achter de Gentse economie.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 31/03/2025 – 11:05 door Nina De Neve

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Laken, laken en nog eens laken

De Gentse tex­tielgeschiede­nis begint in de vroege mid­deleeuwen. In de hele wereld is lak­en, een soort ge­we­ven wol­len stof, gegeerd. De Lage Lan­den wer­den al snel de regio waar de stof gemaakt werd. Gent was rond de helft van de 13e eeuw uit­ge­groeid tot een regel­recht lak­en­wal­hal­la, en dat bracht ook flink wat geld in het laat­je.

Die inkom­sten ston­den op de helling toen de Engelse konin­gen de wol­ex­port wilden gebruiken als poli­tiek drukkingsmid­del tij­dens de Hon­derd­jarige Oor­log. Dat viel niet in goede aarde bij de Gen­te­naars, want de grond­stof voor Vlaams lak­en was Engelse wol. Jacob van Artevelde startte een opstand en slaagde erin om de Engelse wol­ex­port naar Vlaan­deren te lat­en her­vat­ten. Zo spaarde hij de laken­ni­jver­heid en Gent van een pijn­lijk lot.

Om die nalaten­schap te eren, kwam Artevelde in de 19e eeuw terug in het Gentse straat­beeld. Hij is vereeuwigd op de Vri­jdag­markt waar hij statig wijst naar Enge­land. Sinds 2000 is de Artevelde­hogeschool ook ver­noemd naar de lak­en­han­de­laar en opstandel­ing.

Spionage voor het Gentse doel

Dankz­ij de indus­triële rev­o­lu­tie her­leefde de Gentse tex­tielin­dus­trie. Machines maak­ten het mogelijk om op grote schaal stof­fen te pro­duc­eren. Die machines waren ontwikkeld in Enge­land en om zijn eigen voor­sprong niet te ver­liezen, ver­bood het land de uitvo­er van machines of de plan­nen ervoor.

Dat was buiten de Gentse onderne­mer Lieven Bauwens gerek­end. Hij ont­popte zich tot regel­recht indus­trieel spi­on. Hij smokkelde een spin­toes­tel vanu­it Man­ches­ter naar Gent en zo geschied­de: de Arteveldestad werd een ’tweede Man­ches­ter’ en de tex­tielin­dus­trie her­leefde. Ook dit icoon van het Gentse tex­tielverleden kreeg een stand­beeld op een plein dat naar hem ver­noemd werd.

Het Gravensteen: van graven naar beluik

De stad groei­de al snel uit tot een regel­recht indus­trieel cen­trum. Maar waar zat­en al die fab­rieken dan? Onder andere in his­torische gebouwen, zo blijkt. Kerken die opgeëist wer­den door Napoleon, wer­den omge­bouwd tot wev­er­i­jen. Ook het Graven­steen, nu het icoon van Gent, ontsprong de dans niet. In het begin van de 19e eeuw werd de burcht omge­bouwd tot katoen­spin­ner­ij en bood ze onder­dak aan ongeveer vijftig arbei­der­s­gezin­nen.

Het plan was om het bouw­val­lige Graven­steen te slopen en de grond te verkopen

De Gentse toeris­tis­che trek­pleis­ter bij uit­stek is dat dus niet alti­jd geweest. Toen de fab­rieken aan het eind van de 19e eeuw uit het stad­s­cen­trum vertrokken, was het plan om het bouw­val­lige Graven­steen te slopen en de grond te verkopen. De reden dat we nu nog een mid­deleeuwse par­el in de stad hebben, is het resul­taat van brute pech. Nie­mand was geïn­ter­esseerd in de grond. Het stads­bestu­ur en de staat sloe­gen de han­den ineen om de grond te kopen en het gebouw te ren­ov­eren. Al die toeris­ten en schooluit­stap­pen om folter­tu­igen te bewon­deren hebben we dus te danken aan het feit dat nie­mand het Graven­steen wou kopen.