Help! Hoe ontmantel ik mijn kernreactor?


Op een vergeten campus van de UGent in een onopvallend gebouw borrelden door de kernreactor Thetis bijna veertig jaar lang wetenschappelijke resultaten naar boven. Vandaag is er enkel een radioactieve holte om ons te herinneren aan zijn aanwezigheid.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2024 – 8:37 door Robin Chan­Marce­lo Loor Tapia

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Nucleaire perikelen aan de UGent

Van 1967 tot 2003 was er aan onze alma mater een kern­re­ac­tor actief. Die bevond zich op de huidi­ge Cam­pus Proef­tu­in, vroeger het Insti­tu­ut voor Nucle­aire Weten­schap­pen (INW). Niet om energie te pro­duc­eren, maar voor mate­ri­aalon­der­zoek door het Lab­o­ra­to­ri­um voor Ana­lytis­che en Nucle­aire Scheikunde. Dat onder­zoek gebeurt door een staal te bestralen met neu­tro­nen, ook wel acti­vatie genoemd, om ver­vol­gens te kijken naar de uit­ge­zon­den stral­ingsen­ergieën. Een kern­re­ac­tor is een fan­tastis­che bron van neu­tro­nen.

Tegen 2047 zou het veilig genoeg moeten zijn om de put vrij te geven

Verder werd de reac­tor ook gebruikt voor de pro­duc­tie van radio-iso­topen, zwaardere ver­sies van de atom­en die je in het peri­odiek sys­teem vin­dt. Die hebben een hele resem toepassin­gen, zoals medis­che beeld­vorm­ing, deelt­jes­fys­i­ca, mijn­bouw … Ze zijn dus uiterst inter­es­sant voor onder­zoek. Jaren­lang was Thetis een klop­pend hart voor nucle­air onder­zoek, niet enkel aan de UGent, maar ook voor andere Vlaamse uni­ver­siteit­en. Met de opkomst van nieuwe onder­zoek­stech­nieken begon de inter­esse in nucle­aire acti­vatie-analyse echter te ver­min­deren, wat zou lei­den tot de uitein­delijke sluit­ing van de reac­tor.

Wat is er nu nog te zien? 

Een hal met beige tegels trans­porteert ons terug naar de jaren 60. Op het einde vind je de oude reac­torhal: een gal­mende ruimte met een beton­nen ver­hoog in het mid­den, het dek­sel van de reac­tor­put. In 2003 werd de reac­tor stil­gelegd, maar het duurde tot 2007 voor er een oploss­ing was voor de oude brand­stof, het gevaar­lijk­ste deel van een reac­tor. In 2010 start­ten de ver­wi­jder­ingswerken van deze brand­stof­s­taven. In 2013–2014 werd ver­vol­gens de rest van de reac­tor ont­man­teld.

“Er zijn drie werk­wi­jzen om het mate­ri­aal van de ont­man­tel­ing af te voeren. In eerste instantie kan mate­ri­aal vri­jgegeven wor­den als het veilig genoeg is. Daar­naast wordt het laa­gra­dioac­tieve mate­ri­aal opges­tu­urd naar een nucle­aire smelter­ij en het hoogra­dioac­tieve afval haalt Bel­go­process op (een bedri­jf gespe­cialiseerd in de ver­w­erk­ing van radioac­tief afval, red.). Vooral dat laat­ste is best duur”, vertelt een medew­erk­er van de DFC (Dienst voor Fysis­che Con­t­role), de uni­ver­si­taire dienst die toezicht houdt op alles wat met radioac­tiviteit te mak­en heeft aan de UGent. Het pri­jskaart­je van de opkuis kwam neer op een slordi­ge 2 miljoen euro. We ver­plaat­sen ons verder naar een lagere verdieping. Hier kan je langs de zijkant, via een luik­je, in de 7,5 meter diepe reac­tor­put kijken. “De bodem van de put is de enige plaats die nog afges­loten is. Tegen 2047 zou het veilig genoeg moeten zijn om de put vrij te geven”, geeft de medew­erk­er nog mee.