Middelnederlands: meer levend dan ooit


Misschien herinner je je de streken van Reinaert de vos nog uit je humaniora? In Nederlandse Letterkunde II ga je een stap verder: je ontdekt het Middelnederlands als een taal vol verrassende wendingen en unieke uitdrukkingen die nog altijd resoneren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2024 – 8:37 door Leone Mattheus

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Maak bijvoor­beeld ken­nis met Jacob van Maer­lant, de West-Vlam­ing die in zijn tijd als een echte bruggen­bouw­er fungeerde. Laat die stof­fige rep­u­tatie maar achter­wege, want deze man gaf een frisse draai aan weten­schap en ver­halen in het Mid­delned­er­lands. Met zijn diep­gaande analy­ses van natu­ur, geschiede­nis en moraal biedt hij een unieke blik op de mid­deleeuwse samen­lev­ing. Maer­lants tek­sten bewi­jzen dat er niet één Mid­delned­er­lands bestaat, maar een var­iëteit aan dialecten in de over­lev­erin­gen.

 

Je ont­dekt ook de ‘Roman van Fer­gu­ut’, waarin Fer­gu­ut, na een teleurstel­lende dag aan het hof, ver­loren en door­weekt onder een boom zit. Wan­neer een jonkvrouw hem vraagt waarom hij daar is, antwo­ordt hij: “Jon­cvrouwe, hadde mi yeman geleent sijn huus, in ware dus niet bereent.” Heel vaak gaat de ziel van een tekst ver­loren wan­neer het wordt ver­taald naar een andere taal. Door het Mid­delned­er­lands te begri­jpen, ont­dek je de pracht in zin­nen zoals deze. En miss­chien vind je ook wel wijshe­den in ‘Het boek van Sidrac’, een ency­clo­pe­disch werk waarin de wijze Sidrac, door mid­del van een vraag-en-antwo­ord­spel, essen­tiële ken­nis over de wereld en het lev­en onthult, met thema’s die ons van­daag de dag nog aanspreken.

Het vak bestaat uit hoor­col­leges en oefen­col­leges. De hoor­col­leges van pro­fes­sor Youri Desplen­ter gaan over de achter­grond van het Mid­delned­er­lands. Via oefen­col­leges met dr. Veer­le Uyt­ter­sprot leer je de taal.

Zoals Reinaert de vos ooit tegen Bru­un de beer verkondigde: “Gaet toe ende cru­pet daer in.”