Leon De Meyer, de man achter de aula


Zowat alle eerstejaarsstudenten hebben ooit eens les gehad in auditorium Leon De Meyer op campus UFO. Maar wie was Leon De Meyer eigenlijk?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/11/2024 – 8:37 door Rune Stien­sJoppe Frans

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Leon De Mey­er werd geboren in het Oost-Vlaamse Zelzate op 31 decem­ber 1928, vlak voor het ram­p­jaar 1929. Het was in dat ram­p­jaar dat de beurscrash van New York de economis­che wereld op haar grond­vesten deed dav­eren, maar ook het poli­tieke cen­trum kreeg het zwaar te ver­duren. Des­on­danks groei­de De Mey­er op in een vri­jzin­nig en lib­er­aal gezin, en zou hij lat­er de rangen van de Lib­erale Vlaamse Stu­den­ten­v­erenig­ing ver­voe­gen.

Hoewel hij tij­dens zijn tumultueuze stu­den­ten­jaren met zijn medestu­den­ten het Graven­steen bezette, kende hij een bloeiende acad­emis­che car­rière. Nadat hij zijn diplo­ma klassieke filolo­gie had behaald aan de UGent, vulde De Mey­er zijn diplo­ma aan met een doc­tor­aat in de oost­erse filolo­gie, ook wel bek­end als spijk­er­schrift, aan de ULB. Ook aan­vaardde hij de leer­stoel ‘Spijk­er­schrift­filolo­gie’ aan de UGent. Hij was echter niet iemand die achter zijn bureau bleef zit­ten. Zo vond hij zo’n 1.800 kleitablet­ten bij opgravin­gen in het Iraakse Sip­par.

copy­right UGent, foto Hilde Chris­ti­aens, Man in kad­er is Leon De Mey­er

De ver­tal­ing van deze kleitablet­ten zorgde voor een schok­golf in zijn vakge­bied. Daar­naast ontwikkelde hij een the­o­rie die stelde dat een Het­ti­tis­che inval de stad Baby­lon in 1499 v.C. ten val had gebracht. Hoewel hier de nodi­ge acad­emis­che dis­cussie rond was, is het belang van zijn arche­ol­o­gis­che werk niet te onder­schat­ten.

Voor zijn opgravin­gen moest hij dus wellicht samen­werken met het regime van Hoes­sein

We kun­nen echter ook kri­tis­che vra­gen stellen bij het arche­ol­o­gisch onder­zoek van De Mey­er. Het begin van zijn onder­zoek viel immers samen met de opkomst van Sad­dam Hoes­sein als pres­i­dent van Irak, zoals aange­haald werd in een artikel van De Mor­gen. Voor zijn opgravin­gen moest hij dus wellicht samen­werken met het regime van Hoes­sein.

Tij­dens de rec­torverkiezin­gen van 1985 zag de toekomst van de UGent er niet zo goed uit. Elk jaar daalden de stu­den­te­naan­tallen en het uni­ver­si­taire zieken­huis lag finan­cieel op pal­li­atieve zorg. De Mey­er waagde zijn kans om rec­tor te wor­den van de Gentse uni­ver­siteit. Van­wege zijn ‘alter­natieve’ studie zag de geves­tigde orde zijn kan­di­datu­ur niet als een bedreig­ing. Ze bleken fout te zijn: tot ieders ver­baz­ing werd hij de nieuwe rec­tor van de Gentse uni­ver­siteit.

Zijn twee amb­ster­mi­j­nen bleken even­wel geen lachert­je. Hij wist met een goede pr-cam­pagne voor zow­el de uni­ver­siteit als de stad het tij te keren; de stu­den­ten­pop­u­latie begon weer te sti­j­gen en het UZ kwam finan­cieel terug in goede papieren. Kon­ing Albert II ver­hief hem zelfs tot baron in 2000.

Intussen had er zich een nieuwe werel­dorde geves­tigd, met gewel­duitspat­tin­gen in onder andere Irak tot gevolg. Zijn voor­liefde voor het arche­ol­o­gis­che erf­goed daar was zo groot dat hij zich aansloot bij een UNESCO-com­missie met als opdracht het Iraakse erf­goed te inven­taris­eren en veilig te stellen.