De SIMON-test: kan je ooit slagen?


Als piepjonge student een mail krijgen van de universiteit die je informeert over je lage slaagkansen op basis van de SIMON-test: voor sommigen is het een onverwerkt trauma. Toch is de verguisde test vrij accuraat. Schamper sprak met een van zijn oprichters.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/10/2024 – 7:57 door Joppe Fran­sYana Rosé

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In den beginne was er chaos

SIMON valt uiteen in twee com­po­nen­ten: ‘Vraag het aan SIMON’ en ‘SIMON zegt’. De eerste test is bedoeld om mid­del­bare scholieren op weg te helpen met hun studiekeuze, de tweede voor zij die de sprong naar de uni­ver­siteit al gemaakt hebben. Via een uit­ge­brei­de vra­gen­li­jst die peilt naar per­soon­lijkhei­dsken­merken en cog­ni­tieve vaardighe­den schat het pro­gram­ma indi­vidu­ele slaagkansen in.

De ontwik­kel­ing begon in 2012. De aan­lei­d­ing daar­voor ontstond in de Fac­ul­teit Psy­cholo­gie en Ped­a­gogis­che Weten­schap­pen: een grote groep star­tende stu­den­ten kende de inhoud van de oplei­din­gen niet goed. “De oor­spronke­lijke bedoel­ing was om het in te zetten als een oriën­tatiehulp­mid­del bin­nen die oplei­d­ing, maar oriën­teren bin­nen één oplei­d­ing is niet nut­tig zon­der alter­natief. Daarom groei­de het ver­haal al snel tot de hele uni­ver­siteit en haar asso­ci­atiepart­ners”, laat Lot Fonteyne, medeo­pricht­ster van de SIMON-test, ons weten.

Laag niveau en de regel van drie

De para­me­ters voor de bereken­ing van de slaagkans zijn voor­namelijk gebaseerd op weten­schap­pelijke lit­er­atu­ur. Na een eerste lit­er­atu­urs­e­lec­tie, stelde het SIMON-team ver­schil­lende vra­gen­li­jsten op, die ver­vol­gens gevalideerd wer­den onder stu­den­ten­groepen. Deze oefen­ing gebeurt jaar­lijks opnieuw.

De test fluctueert regel­matig. Zo is het gewicht van de vra­gen afhanke­lijk van de oplei­d­ing en is het begrip ‘slaagkans’ sinds 2012 regel­matig veran­derd. “De vra­gen peilen naar absolute basis­com­pe­ten­ties”, zegt Fonteyne hierover. “We willen zo weinig mogelijk stu­den­ten ten onrechte het gevoel geven dat het niet gaat lukken, waar­door we het niveau bewust laag leggen. We polsen bijvoor­beeld naar de ken­nis van de regel van drie.”

Sinds de harde knip in het hoger onder­wi­js is de defin­i­tie van ‘slaagkans’ mee ver­strengd

Oor­spronke­lijk ging de test na of de stu­dent in vier jaar tijd een bach­e­lordiplo­ma kon halen, met één jaar ver­trag­ing incluis. Sinds de harde knip in het hoger onder­wi­js is de defin­i­tie van ‘slaagkans’ mee ver­strengd. Nu betekent het dat alle opgenomen studiepun­ten in twee jaar wor­den behaald. De accu­raatheid van de bereken­ing ligt bij­zon­der hoog. 90% van de groep die ‘zeer laag’ scoort, haalt deze drem­pel effec­tief niet. Opval­lend is dat remediëring achter­af geen invloed heeft op je voor­spelde slaagkans.

Wat met diversiteit?

Kan een algemene test wel anticiperen op per­soon­lijke ver­schillen tussen stu­den­ten? Vol­gens Fonteyne hebben de ontwikke­laars alvast hun best gedaan om er reken­ing mee te houden. Zo wordt de feed­back van een stu­dent die hoog scoort op ‘faalangst’ bewust voorzichtig gefor­muleerd. Tegelijk heeft men ervoor gekozen om vooraf geen reken­ing te houden met leer­stoor­nissen en diver­siteit, omdat dit stig­ma­tis­erend kan zijn. De ontwikke­laars opteer­den voor een con­trolesys­teem achter­af. Elk jaar testen ze op bias in de test. Min­der­he­den en stu­den­ten met een leer­stoor­nis kri­j­gen dus niet vak­er een negatief advies. Wel hebben ze de reflex om actiev­er met hun feed­back om te gaan, door bijvoor­beeld sneller naar een tra­ject­begelei­der te stap­pen.