‘De tranquilitate animi’: zelfhulp bij de Romeinen


Je kan geen enkele Vlaamse boekhandel binnenstappen zonder ermee geconfronteerd te worden: het zelfhulpgenre. Toch is het geen recent yuppiefenomeen, maar van alle tijden. De Romeinen waren er alleen veel beter in, zo bewijst Seneca in 'De tranquilitate animi'.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/09/2024 – 6:26 door Yana Rosé

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

 

Het lev­en kan soms best wel klote zijn, erk­ende de filosoof in de eerste van zijn vele brieven aan zijn vriend, Annaeus Serenus. Die laat­ste leed aan een alledaags staalt­je exis­ten­tiële angst en had aan de stoï­ci­jn gevraagd of hij hem geen advies kon geven. Wellicht doelde hij enkel op een goeie babbel onder een glas ger­ste­nat aan de toog, maar Seneca trak­teerde hem, behulpza­am als hij was, op een brieven­reeks in vijf­tien thema’s vol lev­enswi­jshe­den. Het resul­taat is ‘De tran­quil­i­tate ani­mi’, een prak­tisch hand­boek voor een stoï­ci­jn die plot­sel­ing over­vallen wordt door de ver­plet­terende druk van zijn eigen bestaan.

Het advies in dit dunne boek­je is het equiv­a­lent van kip­pen­soep voor de rusteloze ziel. Ontevre­den­heid met jezelf is vol­gens Seneca een kwaal die ontstaat uit ver­lan­gens die je niet durft te vervullen. Mensen vlucht­en er tev­ergeefs voor weg via doel­loze reizen en deca­den­tie, maar bot­sen uitein­delijk steeds weer op het­geen waar­van ze hoopten weg te vlucht­en: zichzelf. Enkel zuinigheid en mate kun­nen een weer­wo­ord bieden. Het moge duidelijk wezen: aan citytrips en sociale media zou Seneca van­daag een broert­je dood hebben gehad. 

Sartre is voor seuten, voor echte filosofie moet je bij een stoï­ci­jn zijn!

Het boek doet je inzien dat de menselijke natu­ur losstaat van tijd­perk en con­ti­nent. Of de mens nu een toga of een jeans draagt, hij bli­jft worste­len met dezelfde eeuwe­noude las­ten: twi­jfel, gepiek­er en onzek­er­heid. Seneca is meer dan een practi­cus pur sang, en heeft ook hier een onster­fe­lijk advies voor: laat je niet ver­lam­men door zor­gen die vaak louter hypo­thetisch of ver­af bli­jven. Of zoals hij het zelf zegt: “Wie bang is voor de dood doet nooit werke­lijk iets als lev­end mens.”

Seneca staat sterk in de deel­ge­bieden waar mod­erne filosofie soms steken laat vallen. Hij is prag­ma­tisch ingesteld en ver­valt niet in het verve­lende zelfmedeli­j­den waar een stro­ming zoals pak­weg het exis­ten­tial­isme de grote en kleine prob­le­men des lev­ens mee aan­schouwt. Daar­bovenop is hij heer­lijk helder. Je moet van hem geen krul­lerige sti­jl­fig­uren of verge­zochte metaforen verwacht­en. Het boek­je leest als een trein, bevat geen woord te veel en doelt zo tre­fzek­er op de aan­dacht van de lez­er dat die geen moment ver­slapt. Het was in het jaar 55 al duidelijk: Sartre is voor seuten, voor echte filosofie moet je bij een stoï­ci­jn zijn!