Het Drama van de Verdragen van Rome


De Verdragen van Rome: hoe ongelukjes op die befaamde wegen kunnen leiden naar een verdrag waar niets in staat. Wat een georganiseerde overeenkomst moest zijn in Rome, werd een rommel.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/04/2024 – 7:23 door Renée Van Hecke

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De Ver­dra­gen van Rome, een overeenkomst van groot belang, zorgden voor de eerste stap­jes richt­ing de Europese Unie. Het was Albert Breuer, een Duits diplo­maat, die de taak en eer kreeg om de ver­dra­gen afgew­erkt voor de neuzen van de onderteke­naars te leggen. Hoewel alle wegen naar Rome lei­den, werd het geen al te vlotte reis. Het fias­co begon wan­neer de ruwe tek­sten, die op hun eindbestem­ming op punt gezet zouden wor­den, per trein van Brus­sel naar Rome wer­den gebracht. De typ­ma­chines, papieren en inkt gin­gen de goed­eren­wag­on in, die op zijn beurt achter de pas­sagier­swag­on werd gekop­peld. In Zwit­ser­land had­den ze hier echter een ander idee over. In  die tijd gold er een wet die stelde dat een trein niet zow­el goed­eren als pas­sagiers mocht ver­vo­eren. Kiezen is ver­liezen, en zo werd de wag­on met alle appa­ratu­ur op een zijspoor gezet, waar­na Albert en zijn kom­pa­nen onwe­tend verder reis­den.

De poet­svrouw dacht dat het oud papi­er was en had alles bij het vuil gezet, al dat werk voor niets

Eens in Rome, werd aan alle alarm­bellen getrokken. De wag­on kwam gelukkig terecht, dus kon er zon­der zor­gen verder gew­erkt wor­den. Er werd dag en nacht ijverig geschreven om de tek­sten af te kri­j­gen. De ver­moei­d­heid sloeg dan ook toe en het was tijd voor een ver­di­ende nachtrust. De vol­gende ocht­end dacht­en de schri­jvers dat ze nog aan het dromen waren, althans, dat hoopten ze toch. Alle papieren waren weg… Dief­stal? Ver­keerde zaal? Een grap? Nee, gewoon de poet­svrouw die dacht dat het oud papi­er was en alles bij het vuil had gezet. Al dat werk voor niets. Er zat niets anders op dan opnieuw te begin­nen.

Met man en macht werd er geschreven, getypt, over en weer gelopen, maar Breuer zag het bos door de bomen niet meer. Hopeloos vroeg hij plaat­selijke stu­den­ten om zijn team een hand­je te helpen, wat (opnieuw) niet een van zijn slim­ste zetten was. De oner­varen stu­den­ten waren chao­tisch, maak­ten fouten en niets raak­te af. De dead­line zou zijn dood zijn. 

Op 25 maart 1957 was het zover, de onderteken­ing van de Ver­dra­gen. Min­is­ters van Buiten­landse Zak­en uit ver­schil­lende lan­den verza­melden in het prachtige Palaz­zo dei Con­ser­va­tori rond de dikke bun­del, om hun handteken­ing te zetten op blan­co vellen papi­er.

De pok­er­face van Albert had pri­jzen kun­nen win­nen. Er was nie­mand – buiten zijn eigen medew­erk­ers – die van dit lege Ver­drag wist. Enkel de eerste pag­i­na was bedrukt, waar de handtekenin­gen van de man­nen in pak zouden staan. De bood­schap was duidelijk: bli­jven lachen en hopen dat nie­mand een pag­i­na omdraait. De bood­schap van de Ver­dra­gen van Rome was net iets min­der duidelijk.