Wat is de toekomst van talenopleidingen?


In een ver verleden was er enkel Taal- en Letterkunde. Toen kwam er in 2013 een revolutie: Toegepaste Taalkunde promoveerde naar universitaire rangen. Vanaf volgend jaar verandert alles: eerstejaars krijgen samen les, welke richting ze ook volgen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/04/2024 – 7:23 door Nina De NeveYana Rosé

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De oplei­d­ing Taal- en Let­terkunde met twee tal­en zoals we ze nu ken­nen bestaat offi­cieel sinds 2003. De voor­gangers, namelijk Romaanse, Ger­maanse en klassieke filolo­gie, bestaan al veel langer. De focus van de oplei­d­ing ligt, zoals de naam doet ver­moe­den, naast de tal­enken­nis voor een groot stuk bij lit­er­atu­ur. De oplei­d­ing biedt negen tal­en aan, waar­van elke stu­dent er twee uitki­est.

De tweede en min­der bek­ende tal­eno­plei­d­ing legde een ander par­cours af. Toegepaste Taalkunde heeft zijn wor­tels in de voor­ma­lige tolken­sc­holen en lat­er de hogesc­holen en is pas sinds 2013 volledig geïn­te­greerd in de uni­ver­siteit. De focus ligt er meer op de prak­tis­che toepass­ing van Ned­er­lands en vreemde tal­en, maar ook de cul­tu­ur van de lan­den in het taal­ge­bied. Elke stu­dent vol­gt er drie tal­en: Ned­er­lands en twee vreemde tal­en.

Eerste­jaarsstu­den­ten zullen voor een deel van de vakken samen les vol­gen

Synergie en samenwerking

Vol­gend jaar zullen bei­de oplei­din­gen een grondi­ge pro­gramma­her­vorm­ing onder­gaan: eerste­jaarsstu­den­ten zullen voor een deel van de vakken samen les vol­gen. Ben­jamin Biebuy­ck, de onder­wi­js­di­recteur van de fac­ul­teit Let­teren en Wijs­begeerte, nuanceert en merkt op dat de oplei­din­gen niet volledig zullen veran­deren: “De toekomst ziet er in die zin niet zo heel erg anders uit dan nu, omdat we ons vooral hebben gecon­cen­treerd op de com­pe­ten­ties die de twee oplei­din­gen gemeen­schap­pelijk hebben.”

De samen­werk­ing ziet er voor elke taal ook anders uit. Voor tal­en als Spaans en Duits werken bei­de oplei­din­gen nauw samen en zullen stu­den­ten relatief veel vakken samen vol­gen, maar de vak­in­houden voor bijvoor­beeld Engels lopen verder uit elka­ar. 

Zow­el Biebuy­ck als Patrick Goethals, de voorzit­ter van de oplei­d­ingscom­missie van Toegepaste Taalkunde, benadrukken dat er voor de stu­den­ten weinig prob­le­men zijn. Gen­er­ati­es­tu­den­ten zullen automa­tisch in het nieuwe par­cours starten en voor mensen met een GIT-tra­ject zijn er al gede­tailleerde schema’s uit­gew­erkt om duidelijk te mak­en welke vakken ze al dan niet moeten opne­men. Om te weten wat hun per­soon­lijke tra­ject is, nemen ze best con­tact op met de tra­ject­begelei­d­ing. 

“Het is geen enorme bespar­ing­sop­er­atie waar­door hier nu opeens veel mensen ontsla­gen wor­den”, stelt Goethals gerust. Zek­er bij de oplei­d­ing Toegepaste Taalkunde is er al langer vraag naar meer flex­i­biliteit voor de les­gev­ers, die er door de syn­ergie-oefen­ing hopelijk zal komen. Taal­lec­toren geven volti­jds les, maar het klassieke acad­emis­che per­son­eel kan dat niet. De hoofd­taak van pro­fes­soren en doc­tor­aatsstu­den­ten is onder­zoek voeren en les­geven is eigen­lijk een klein­er deel van hun tak­en­pakket. Wel zou de syn­ergie-oefen­ing vol­gens Biebuy­ck ruimte creëren voor nieuwe onder­wi­jsini­ti­atieven en samen­werk­ing stim­uleren. 

Rationaliseren en optimaliseren

De her­vormin­gen kaderen bin­nen het bredere APOLLO 8‑project van de Uni­ver­siteit Gent. Hierin bek­ijkt de uni­ver­siteit mogelijkhe­den om haar oplei­d­ingsaan­bod zo veel mogelijk te ratio­nalis­eren. Het project neemt ruim 134 oplei­din­gen onder de loep.

Effi­ciën­tie vormt dus de grote motor achter de her­vormin­gen. Biebuy­ck geeft aan dat het in de eerste plaats de bedoel­ing is om iden­tieke basis­com­pe­ten­ties aan bei­de oplei­din­gen tegelijk te kun­nen doceren en zo de werk­ti­jd van per­son­eel rationel­er in te delen. 

Tal­en­richtin­gen hebben al enkele jaren te kam­p­en met dal­ende stu­den­te­naan­tallen. Hoewel zow­el Goethals als Biebuy­ck aangeven dat dit meespeelde in de besliss­ing, was het vol­gens hen geen deter­minerende fac­tor. Wel wijzen ze op de dom­i­nantie van het STEM-dis­cours in het secundair onder­wi­js als mogelijke oorza­ak van de dal­ing. “Er is de voor­bi­je tien jaar een zeer actieve poli­tiek geweest om stu­den­ten aan te moedi­gen om vooral STEM-vakken op te nemen”, zegt Biebuy­ck, “De tal­en betal­en daar nu jam­mer genoeg het gelag van.”

AI in de taalkunde: vriend of vijand?

De her­vormin­gen anticiperen tegelijk volop op ontwik­kelin­gen in het vakge­bied. AI is geen nieuw fenomeen in de taalkunde, denk maar aan de ver­taal­soft­ware die ook al voor Chat GPT-tij­den bestond. Tegelijk gaat de tech­nolo­gie nu wel met een rot­vaart vooruit. De fac­ul­teit Let­teren en Wijs­begeerte aan de UGent kiest er nu voor om die inno­vatie te omar­men door vanaf vol­gend jaar een nieuwe leer­li­jn taal­tech­nolo­gie te intro­duc­eren in de bach­e­loro­plei­d­ing Toegepaste Taalkunde. Dat kun­nen de stu­den­ten dan opne­men in plaats van een tweede vreemde taal. Ook stu­den­ten uit andere richtin­gen zullen vakken uit de leer­li­jn kun­nen opne­men.

“Je eigen, menselijke inbreng kan je niet zomaar ver­van­gen door algo­rit­men” – pro­fes­sor Patrick Goethals, voorzit­ter oplei­d­ingscom­missie Toegepaste Taalkunde

Goethals spreekt hier­bij over een gemengd profiel: naast een sterke tal­eno­plei­d­ing kri­j­gen stu­den­ten per jaar ook een twintig­tal studiepun­ten gewi­jd aan Nat­ur­al Lan­guage Pro­cess­ing. Daar zullen ze bijvoor­beeld met pro­gram­meer­tal­en zoals Python aan de slag gaan.

Hier­mee probeert de oplei­d­ing in te pikken op het STEM-dis­cours in het secundair onder­wi­js. Tegelijk biedt het ook een antwo­ord op de bezorgdheid die leeft onder studiekiez­ers: heeft het wel nog zin om tal­en te stud­eren als een machine in een mum van tijd tek­sten en ver­talin­gen kan aflev­eren? Biebuy­ck en Goethals bek­lem­to­nen dat die vraag vooral buiten de sec­tor rijst. Taal­pro­fes­sion­als zijn relatief gerust over de impact van AI. Wel ontstaat er zo een nieuwe uitdag­ing om aan studiekiez­ers te ver­duidelijken hoe de oplei­d­ing zich tegen tech­nolo­gie afli­jnt. “Je eigen, menselijke inbreng kan je niet zomaar ver­van­gen door algo­rit­men”, klinkt het bij Goethals.