Prof Préférée: Goedele De Keersmaeker


Goedele De Keersmaeker is als professor verbonden aan het Gents Instituut voor Internationale Studies. Vraag gelijk welke pol en soc'er naar 'Goedele', en het gesprek valt gegarandeerd niet meer stil voor een paar uur.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/02/2024 – 7:03 door Tailah Baert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Onder stu­den­ten bent u geliefd en gevreesd, wat kan u echt kwaad mak­en?

“Ik kan me ongelofe­lijk storen aan domme his­torische fouten in de pers. Cor­recte feit­elijke gegevens is toch het min­i­mum dat we als lez­ers van jour­nal­is­ten mogen verwacht­en? Stu­den­ten zijn soms ver­baasd dat ik me ‘kwaad’ maak, maar ze ver­geten wel eens dat dat bij het lev­en hoort. En ja, ik ben kwaad op mezelf en mijn gen­er­atie omdat we de kli­maat­cri­sis niet eerder hebben aangepakt, kwaad over wat Rus­land in Oekraïne aan­richt en woest over de sit­u­atie in Gaza.”

Wat is uw favori­ete anek­dote die u regel­matig vertelt tij­dens hoor­col­leges?

“Bij­na veer­tig jaar gele­den ging ik eens naar een lez­ing over Europese vei­ligheid in Brus­sel. Ik was de enige vrouw in een audi­to­ri­um vol oud­ere man­nen: diplo­mat­en, politi­ci, officieren, hoge ambtenaren… Dat had iets gênants, zelfs beangsti­gend. Ik werd aanges­taard. Gelukkig is dat van­daag de dag wat beter. Din­gen kun­nen veran­deren.”

Wie is uw ‘favori­ete’ realpoliti­cus aller tij­den?

“Ik hou niet van realpoliti­ci pur sang, maar even­min van ide­al­is­tis­che zwev­ers. Zow­el de staat­srai­son van Machi­avel­li als ‘de eeuwige vrede’ van Kant zijn voor mij een bron van inspi­ratie. Wie ik ook erg bewon­der, zijn de lei­ders van de Bel­gis­che rev­o­lu­tie van 1830, door­gaans jonge mensen zon­der veel ervar­ing. Zij moesten lav­eren tussen de eisen van de rad­i­calen op het thu­is­front, een kop­pige Hol­landse kon­ing, tegengestelde Frans-Britse belan­gen, Franse ambities in Bel­gië en de latente dreig­ing van een inter­ven­tie door de Rus­sis­che tsaar. Dan zeg ik toch: cha­peau.”