Water als sociaal bindmiddel


Nicolas De Wispelaere pleitte in zijn masterproef voor een heropleving van de publieke zwembadentraditie in Brussel. Zijn scriptie leverde hem de Vlaamse Scriptieprijs 2023 op, goed voor zo'n 2.500 euro.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 26/02/2024 – 7:03 door Anaïs Vanass­cheHan­nah Boen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Waarover gaat je mas­ter­proef?

“Ik wou het heel graag hebben over het teko­rt aan zwem­baden in Brus­sel, en Par­i­js is een koplop­er in het ver­w­erken van zwem­baden in het stedelijke weef­sel. Par­i­js heeft een grote rol gespeeld in de ontwik­kel­ing van pub­lieke zwem­baden. Die zwem­baden gaven de arbei­der­sklasse in de 19e en vroege 20e eeuw de mogelijkheid om zich te wassen. Zo werd een poging onder­nomen om de hygiëne in de stad op peil te houden en van de stad een leef­bare omgev­ing te mak­en, ondanks het feit dat men heel dicht op elka­ar leefde.”

“Ook Brus­sel heeft op dat vlak een rijke geschiede­nis, maar we zien er van­daag veel min­der overbli­jf­se­len van. De zwem­baden zijn verd­we­nen, in slechte staat of zijn niet meer toe­ganke­lijk. In Par­i­js is die tra­di­tie van pub­lieke zwem­baden bli­jven bestaan. Van­daag zijn heel veel pub­lieke zwem­baden in Par­i­js ook nog steeds pub­lieke douch­es, voor mensen die geen geld hebben voor warm water of mensen die dak­loos zijn. Het gaat niet alleen over sport, het gaat ook over hygiëne, per­soon­lijke waardigheid en over samen­leven in een groot­stad.”

“Een Brus­selse leer­ling gaat gemid­deld acht uur per jaar zwem­men”

“Ik vroeg me dus af hoe Brus­sel kon leren van Par­i­js. Uitein­delijk hebben mijn pro­mo­tor en ik acht zwem­baden in Par­i­js als voor­beeld gekozen die archi­tec­tu­ur inzetten om niet alleen de zwe­mer­var­ing te ver­beteren of om een mooi gebouw te hebben, maar ook om bepaalde sociale wensen waar te mak­en, zoals open­heid, toe­ganke­lijkheid of net ges­loten­heid en intimiteit. In een tweede fase hebben we gekeken hoe de archi­tec­tu­ur uit Par­i­js kon toegepast wor­den in Brus­sel.”


Waarom is het belan­grijk om genoeg zwem­baden in een stad te voorzien?

“Er is al heel lang een teko­rt aan zwem­baden in Brus­sel, wat resul­teert in het feit dat scholen niet genoeg uren per week hebben om zwem­lessen te organ­is­eren. Een Brus­selse leer­ling gaat gemid­deld acht uur per jaar zwem­men. Dat is natu­urlijk niet genoeg. Daar­naast is er de kli­maatop­warm­ing, iets wat vooral grote ste­den, zoals Brus­sel, voe­len. Voor Brus­se­laars is het zeer moeil­ijk om af te koe­len tij­dens hit­te­gol­ven.”

“Iro­nisch genoeg zijn het de mensen die het min­ste finan­ciële mid­de­len hebben en dus ook de min­ste mogelijkheid om die overver­hitte stad te ontvlucht­en, die het meeste last hebben van de opwarm­ing van ste­den. Vaak wonen die mensen in woon­com­plex­en die slecht geï­soleerd zijn en dus slecht voorzien zijn op aller­lei kli­ma­tol­o­gis­che schom­melin­gen. Het is eigen­lijk de plicht van ste­den om zich voor te berei­den op opwarm­ing en om iedereen de mogelijkheid te geven om zich af te koe­len in de zomer.”

Een van de mogelijke oplossin­gen die je in je mas­ter­proef aan­reikt, is het mobiele zwem­bad. Kun je dat eens uit­leggen?

“In de jaren 70 had­den de meeste Franse gemeen­ten op het plat­te­land niet de mogelijkheid om hun leer­lin­gen te leren zwem­men. De Franse regering heeft dat opgelost door een vijftig­tal vracht­wa­gens door het land te sturen met onderde­len voor een zwem­bassin. Hier­door had ieder dorp om de beurt een eigen zwem­bad waar­door leer­lin­gen mas­saal kon­den leren zwem­men.”

“Mijn favori­ete pub­lieke zwem­bad bestaat niet meer”

“Brus­sel zit eigen­lijk in het­zelfde schuit­je: er is een enorm teko­rt aan zwemwa­ter. Ik stel voor om in afwacht­ing van de bouw van nieuwe zwem­baden, tijdelijke mobiele zwem­baden te gebruiken. Dat kan dan op de speelplaats of op een buurt­plein­t­je gezet wor­den. Tij­dens de schoolvakanties kun­nen ze dan ingezet wor­den als pop-up zwem­bad  voor de hele bevolk­ing.”

 

Denk je dat een deel van je denkoe­fen­ing realiteit kan wor­den?

“Ik gebruik archi­tec­tu­ur niet als een mid­del om een con­creet project op poten te zetten, maar de tekenin­gen, plan­nen en tek­sten in de mas­ter­proef kun­nen wor­den ingezet als gespreksstarter. Als net afges­tudeerde stu­dent heb ik niet de macht of het netwerk om meteen grote din­gen gedaan te kri­j­gen, maar door een mas­ter­proef te mak­en die tot de ver­beeld­ing spreekt, hoop ik wel dat het onder­w­erp in de kijk­er kan wor­den gezet. Ik droom hardop en probeer die droom tot bij mensen te kri­j­gen die er wel iets aan kun­nen doen.”

Wat is je favori­ete pub­lieke zwem­bad en waarom?

“Mijn favori­ete pub­lieke zwem­bad bestaat niet meer. Dat was het Olympia in Brugge, waar ik heb leren zwem­men. Ik ging daar toen ik klein was bij­na elke vri­jdag naar­toe met mijn papa en broer. Het was niet zoals mod­erne zwem­baden van­daag. Je ervo­er het water daar echt als een natu­urkracht waar je in sprong. Dat is een heel mooie herin­ner­ing voor mij, ik vind het ver­schrikke­lijk dat het ges­loopt is.”

Heb je al een idee wat je met het pri­jzen­geld gaat doen?

“Ik ben naar Ital­ië ver­huisd voor mijn archi­tecten­stage. Het pri­jzen­geld kwam heel mooi van pas om mijn apparte­ment in te richt­en.”