Ode aan de levende mens


In de schijnbaar alledaagse momenten schuilt een schoonheid die vaak onopgemerkt blijft. Dit mag dan wel klinken als een cliché, de boodschap blijft relevant. Laten we samen de mensheid koesteren, zolang we onder de mensen zijn.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 11/12/2023 – 7:08 door Leone Mattheus

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ja, pre­cies. Een ode aan jou, jij daar, die de moeite heeft genomen om een Scham­per uit een bak­je te nemen, open te slaan en dit artikel te lezen. Dit is een ode aan de lev­ende mens, aan de bakker, aan de pro­fes­sor, aan de kassier­ster van de Aldi, aan de joggende zeventiger, aan de vli­jtige stu­dent in de Krook, aan jou. Want lat­en we eens wat meer de men­sheid koesteren, zolang we onder de mensen zijn.

“Dum inter homines sumus, cola­mus human­i­tatem”

Ongeveer een dikke maand gele­den werd mijn oma opgenomen in het zieken­huis. Je herkent het miss­chien wel, die kleine schok. Dan ineens dringt het tot je door dat zelfs de krachtig­ste omaat­jes niet onster­fe­lijk zijn. Gelukkig gaat alles nu een stuk­je beter met haar, maar die ervar­ing deed me nadenken over ons breek­bare lev­en. Over hoe som­mige mensen pas een ode kri­j­gen op hun begrafe­nis. Over hoe we soms ver­geten om wat dankbaarder te zijn voor de kleine din­gen. Over hoe we eigen­lijk wat meer kleine odes mogen geven aan gewone mensen.

“Dum inter homines sumus, cola­mus human­i­tatem.” Lat­en we de men­sheid koesteren, zolang we onder de mensen zijn. Die woor­den vloei­den een paar eeuwen terug uit de sty­lus van Seneca. Anno 2023 zijn ze, als je het mij vraagt, nog zeer rel­e­vant. Onlangs zag ik een Tik­Tok met de bood­schap dat de meeste man­nen pas bloe­men kri­j­gen bij hun begrafe­nis. Her­lees dit nog maar eens, de meeste man­nen kri­j­gen pas bloe­men als ze niet meer lev­en. En zo ontstond er in mijn hoofd langzaa­maan het idee om wat meer odes te bren­gen aan gewone, alledaagse mensen.

Dit is een ode aan die ene vrien­delijke vrouw in de cafe­taria van de Boeken­toren. Door jouw uit­leg over het gebruik van een stu­den­tenkaart betaal ik nooit meer dan mijn karige stu­den­ten­bud­get kan dra­gen.
Dit is een ode aan die ene vriendin die eens om de zoveel tijd een bericht stu­urt met de vraag hoe het nog gaat met mijn lev­en. Het lijkt miss­chien een onnozele vraag om een gesprek te starten, maar toch lukt het elke keer.
Dit is een ode aan de oude man met de ker­st­muts die ik zonet zag zit­ten in de bus. Ik ben er zek­er van dat u de dag van alle ker­st­fanat­en onder ons een stuk­je beter heeft gemaakt.
Dit is een ode aan de cafébaas die mijn muziek­band elke week gratis zijn bar laat gebruiken om te repeteren.
Dit is een ode aan die ene medew­erk­er van de Okay die erin slaagt om elke dag met een glim­lach die bood­schap­pen van zovele stu­den­ten te scan­nen.

Dit was een ode aan mijn oma, aan de vrouw van de cafe­taria, aan de oude man met de ker­st­muts, aan de opgewek­te con­duc­teur van de trein, aan de poet­svrouw van het kot­ge­bouw, aan de uitvin­der van Spo­ti­fy Wrapped, aan jou. Want lat­en we eens wat meer de men­sheid koesteren, zolang we onder de mensen zijn.