Prof préférée: Katrien Boncquet


Katrien Boncquet is leerkracht Spaans en Nederlands aan het Universitair Centrum voor Talenonderwijs en het Centrum voor Volwassenenonderwijs Kisp, waar ze al jaren mensen van alle leeftijden leert dat je de 'h' in 'hola' niet uitspreekt.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 23/10/2023 – 9:51 door Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Hoe bent u leerkracht Spaans gewor­den?

“Ik heb Ver­taler-Tolk ges­tudeerd en ben dan naar Span­je vertrokken. Toen ik terugk­wam, wist ik hele­maal niet wat ik wou wor­den. Ik had vol zek­er­heid gezegd: “geen onder­wi­js. Dat zek­er niet (lacht).” Toen kwam ik iemand tegen die ik nog kende van mijn stud­ies en die werk­te op een avon­don­der­wi­jss­chool, een CVO. Ze zocht­en iemand om in te vallen. Ik ben daar dan gaan invallen om een paar Spaanse lessen te geven en ik heb daar tien jaar gew­erkt. Drie jaar lat­er heb ik dan mijn diplo­ma van leerkracht behaald. Dat heb ik dan pas gedaan, omdat ik eerst echt zek­er was dat ik dat niet lang ging doen. We zijn onder­tussen twintig jaar verder.”

Wat is een Spaanse of Lati­jns-Amerikaanse plaats die iedereen in hun lev­en min­stens één keer moet gezien hebben?

“Mag ik er maar één kiezen? Dat is keimoeil­ijk … In Span­je vind ik de mooiste plek, zow­el om te bezoeken als om er te wonen, Grana­da, omdat dat alles heeft: het is een stu­den­ten­stad, maar heeft ook cul­tu­ur, mooie din­gen om te bezoeken, bergen dicht­bij en het strand. In Zuid-Ameri­ka vind ik Colom­bia echt een pracht­land. Dat heeft ook alles te bieden: natu­ur en cul­tu­ur. Min­der cul­tu­ur dan in Peru of Mex­i­co, maar de natu­ur is zo spec­tac­u­lair: de Andes, de jun­gle, de Caraïbis­che Zee en dan de woeste Stille Oceaan.”

Heeft u tips voor mensen die nieuwe tal­en willen leren?

“De eerste en beste manier is een lief hebben dat die taal spreekt (lacht). Ten tweede is er wonen in het land, maar dan lief­st niet met andere Eras­musstu­den­ten, natu­urlijk, maar met anderen die de taal spreken. En daar­na is er naar de les komen, maar met twee uurt­jes in de week gaat dat traag vooruit. Ik zou dus alti­jd aan­raden om naar series en films te kijken, en naar muziek te luis­teren. Zet dat op ter­wi­jl je kookt! Wees gewoon zo veel mogelijk in con­tact met de taal. Vrien­den hebben die de taal sprak­en is ook alti­jd een plus­punt. En stop­pen met Engels te prat­en.”