De Plantentuin: een Gents paradijs


De Plantentuin van UGent wordt beschreven als een parel midden in de stad. De verzameling aan planten is goed voor meer dan 10.000 soorten uit de hele wereld, is gratis te bezoeken en dat op slechts een steenworp van het Citadelpark.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 14/05/2023 – 15:52 door Rex Ver­don­ck

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

HB

De Planten­tu­in bevin­dt zich vlak naast Cam­pus Lede­ganck en is samen met zijn ser­res iedere dag open van tien tot half vijf, zelfs op feestda­gen. Hij bestaat uit een uit­ge­brei­de buiten­tu­in met vijver en 4000 m² aan ser­res. Hier­van zijn er vier toe­ganke­lijk voor het pub­liek. 

De eerste serre is de Vic­to­ri­aserre. Deze wordt geken­merkt door haar bin­nen­vi­jver met prachtige water­lelies en grote leliebladen. Daar­na kom je terecht in de sub­tro­pis­che serre, waar­van vooral de var­iëteit aan kleur­rijke bloe­men bijbli­jft. Vlak daar­naast bevin­dt zich de tro­pis­che serre, waar tot voor kort de fameuze penis­plant in bloei stond. Het eerste dat er opvalt, is de verzen­gende hitte die draaglijk gemaakt wordt door de hoge humiditeit. Wan­neer je ver­vol­gens, na het bezichti­gen van enkele bedreigde aronskelken, de trap naar bene­den neemt, waan je je even echt in de tropen.

Daar vlak naast bevin­dt zich de tro­pis­che serre waar tot voor kort de fameuze penis­plant in bloei stond

Wan­neer je naar de vol­gende serre wil, dien je je even terug naar buiten te begeven langs de moeras­zone. Daar staan vleese­tende bek­er­planten die blijk­baar zon­der serre kun­nen over­leven. Daar­na pas kom je terecht in de suc­cu­len­tenserre, wat eigen­lijk gewoon een moeil­ijk woord is voor een serre met cac­tussen en vet­planten. Som­mige planten lijken er haast buite­naards en meer dan enkele cac­tussen zijn er grot­er dan twee meter. 

Ver­vol­gens kan je nog de vele planten­col­lec­ties bezoeken in de buiten­tu­in. Zo is er nog een arbore­tum voor echte boomknuffe­laars, met bomen uit Ameri­ka, Azië en Europa. Ook is er een rot­s­tu­in die wat lijkt op een kleine berg, met bovenop een bankje. Gespro­ken over bankjes, zowat de hele buiten­tu­in is er mee beza­aid en in de lente lijken er stu­den­ten aan te groeien, alsook in de grasvelden ron­dom de vijver. Zoals de hor­tu­lana (iemand die belast is met het tech­nis­che beheer van een botanis­che tuin) van de Planten­tu­in aangeeft, is het niet enkel een ont­moet­ingsplek voor weten­schap­pers, maar ook voor stu­den­ten en andere bezoek­ers.

In het kort is de Planten­tu­in een echte aan­rad­er, ook voor niet-biolo­gen. Gratis kuieren in een serre of gewoon wat ontspan­nen in het groen­ste plek­je van Gent: daar kan geen enkele stu­dent nee tegen zeggen. Voor wie zijn honger niet gestild kri­jgt met de Planten­tu­in, is er vlak naast ook nog het Gents Uni­ver­si­tair Muse­um (GUM), dat eve­neens gratis te bezoeken is voor stu­den­ten van UGent.