Bloed, zweet en tranen: de ui


Ui. Een klein woord, maar een duivelse groente. Rauw is hij krachtiger dan eender wat. Overal kom je hem tegen. En op elke mogelijke manier maakt hij mijn leven walgelijk.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/04/2023 – 11:26 door Ibe Braeck­man

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Als een per­soon die alles lust, mag ik mij gelukkig pri­jzen: wat er ook op mijn bor­d­je ligt, als het eet­baar is, kri­jg ik het naar bin­nen geschoven. Enkel die ver­domde rauwe ui. Die moet mijn heer­lijke maalti­jd keer op keer ver­pesten. (Goed gebakken ui of crispy onions mogen er wel zijn: ik zie jul­lie graag.)

Ten eerste is een ui al geen aan­ge­name groente om klaar te mak­en. Dan heb ik het natu­urlijk over je ogen die knal­rood wor­den en begin­nen tra­nen alsof je hartzeer hebt van hem te doden. Snikkend sta je daar dan in de keuken, je af te vra­gen of dit het wel waard is. Bij mij waren die tra­nen ooit de reden dat ik een grote sni­j­wonde in mijn onschuldige duim kreeg. Door mijn waterige ogen zag ik namelijk niet meer waar dat scherpe mes heen ging. Bloed vloei­de over de sni­j­plank, stuk­jes vel wer­den een deel van het gerecht en fake uitra­nen wer­den echt. Tot op de dag van van­daag heb ik daar niet alleen een trau­ma, maar ook een ver­schrikke­lijk lit­teken aan overge­houden. Die ui, die zal ik het nooit vergeven. En op die manier werd mijn haat voor de ui ver­sterkt.

Ik hoor het al: “Er zijn toch oplossin­gen voor die tra­nen, zoals een duik­bril dra­gen tij­dens het sni­j­den?” Nee, daar begin ik niet aan. Als je aan het koken bent met een duik­bril op, moet je je toch al eens vra­gen begin­nen stellen over je eigen bestaan.

Rauwe ui is de smerig­ste smaak­bom die er bestaat

Naast bloed en tra­nen, brengt die duiv­else groente mij vaak aan het zweten. Ik lust het écht niet, want zo’n rauwe ui is de smerig­ste smaak­bom die er bestaat. Op een-twee-drie kan het je gerecht ver­pesten. En voor mij gaat dat gepaard met heel veel stress wan­neer ik een eerste hap neem van een gerecht. In stu­den­ten­resto De Kantiene aan Artevelde is die stress het grootst. Zo at ik daar begin vorig jaar voor het eerst een pas­ta car­bonara. En daar was vol­gens mij meer rauwe ui inge­gooid dan kaas. Wal­gelijk. Enkele weken lat­er maak­te ik het­zelfde mee met de vierkazen­pas­ta. Sinds­di­en sta ik dus alti­jd in het zweet aan te schuiv­en in De Kantiene, stress om die eerste hap te nemen.

Thuis hoef ik gelukkig niet te zweten. Daar ben ik de ver­wende dochter waar­voor mijn lieve mama twee aparte pot­jes maakt: een­t­je zon­der ui, voor mij, en een­t­je met ui. Ook de McDonald’s laat me zweet­loos mijn ham­burg­er ope­ten, want daar kan ik gewoon ervoor kiezen om de ui eraf te halen. Zo’n lekkere Gen­er­ous Jack burg­er zou niet het­zelfde zijn.

Ik, Ibe Braeck­man, geboren in Aalst, dé ajoin-stad, haat rauwe ui. Ik durfde er nooit voor uitkomen, maar bij deze is het gebeurd.