UGent test op beestjes


Dierproeven zijn een rare realiteit waar alle opleidingen met 'bio-' mee te maken krijgen. Een middeleeuwse praktijk die het internet toch kan oplossen, nietwaar? Nee, maar op datzelfde internet staat wel een pagina vol UGent-dierproefcijfers.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 19/03/2023 – 10:03 door Héloise Van­dek­er­ck­hove

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

In 2021 wer­den er 53.000 dier­proeven uit­gevo­erd door UGent, een absurd getal als je bedenkt dat er maar tweeën­vi­jftig weken in een jaar zijn. Daar­van waren er net iets meer dan 40.000 met muizen. Als je zo’n groot getal je moeil­ijk kan inbeelden, bedenk dan dit: een muizen­plaag op kot is rond de 20 muizen, een klein gezin­net­je. 40.000: dat zijn dan 2.000 muizengezin­net­jes op een jaar. Trouwens, in Vlaan­deren wer­den er ongeveer 142.000 muizen gebruikt als proefdieren. UGent eist in dat getal dus toch wel haar aan­deel op: 25 %!

Ver­strooide pro­fes­soren gebruiken duidelijk graag muizen, maar daar bli­jft het niet bij. De rest van de top drie ‘meest gebruik­te proefdi­er’ wordt in beslag genomen door varkens en zebravis­sen, die vooral voor genetisch onder­zoek gebruikt wor­den. Het gebruik van kip­pen is ook sterk toegenomen, waar­door ze bij­na de top drie haalden. Ook opval­lend is dat er meer hon­den dan rat­ten wor­den gebruikt. Begri­jpelijk miss­chien, want hon­den zor­gen nu een­maal voor een schat­tige werkomgev­ing.

Dier­proeven zijn nog steeds nodig voor nieuw onder­zoek en veilige med­icatie. In hard-weten­schap­pelijk fun­da­menteel onder­zoek wor­den dan ook de meeste dieren gebruikt. Op de tweede plaats komt het onder­zoek dat een brug vormt tussen de labo’s op cam­pus Sterre en de apothek­er: trans­la­tion­eel onder­zoek. Het kle­in­ste deel van de proefdieren wordt gebruikt voor en (waarschi­jn­lijk) door stu­den­ten, slechts 0,5 %.

Het is moeil­ijk om dier­proeven niet negatief te bek­ijken, aangezien er toch ook wat alter­natieven bestaan. Maar ook lang niet alle dier­proeven zijn even drama­tisch als de typ­isch droe­vige koni­j­nen­fo­to doet ver­moe­den. Dier­proeven wor­den ingedeeld in licht, matig, ern­stig en ter­mi­naal. Het is natu­urlijk wel makke­lijk voor een mens om te beslis­sen dat een test ‘licht’ is, ter­wi­jl zo een klein diert­je het toch maar moet onder­gaan. Posi­tief aan de telling van UGent is dat ze ook de heel lichte dier­proeven meen­e­men in het totaal­ge­tal. Voor­beelden hier­van zijn een cam­era op wilde dieren plaat­sen voor biol­o­gisch onder­zoek, of niet-invasief onder­zoek van een koe bij dier­ge­neeskunde.

Proefdieren die met pen­sioen mogen, kan je gratis adopteren

Om zichzelf ethisch te ver­ant­wo­or­den stelt de fac­ul­teit Dier­ge­neeskunde al sinds enkele paar jaren proefdieren ter adop­tie. Proefdieren die met pen­sioen mogen, kan je gratis adopteren. Na een kleine ondervrag­ing over je goede bedoelin­gen kan je met jouw nieuwe – waarschi­jn­lijk een beet­je getrau­ma­tiseerde – beste vriend naar huis. Vooral de trouwe vier­voeter wordt al sinds het begin veel gead­opteerd. Maar ook kat­ten en zelfs pony’s, varkens en platvis­sen zijn soms beschik­baar ter adop­tie. Soms, want min­der gebruik­te of spe­ciale dier­soorten gaan min­der snel op pen­sioen.