Fret kak, kanker


Enkele weken geleden werd ik paniekerig wakker van een droom. In de droom hielp ik mijn vader van de grond. Hij was gevallen en zag er doodziek uit. Een kaal hoofd, een smal gezicht ... kortom, alles wat een terminaal zieke karakteriseert.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/11/2022 – 16:36 door Pieter Beirens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het was 2020 toen we te horen kre­gen dat er verza­aide prostaatkanker was vast­gesteld. Mijn vad­er werk­te doorheen zijn lev­en heel hard. De pijn in de benen en de rug wer­den lang weggezet als lum­ba­go of oud­er­wetse spier­pi­jn. Het bloe­donder­zoek bracht daar veran­der­ing in: zeer vergevorderd. Veel langer dan vijf jaar zou hij het niet uithouden, tien uit opti­misme. 

Met dank aan de goede dok­ters en hun vele behan­delin­gen was er wel alti­jd hoop. Vooral de mensen rond hem leken dan wat ste­un te kun­nen halen uit het feit dat er alti­jd nog een andere behan­del­ing was, telkens wan­neer de vorige weer niet of half­jes aansloeg. Iets min­der dan twee jaar na de diag­nose waren die opeen­vol­gende spoort­jes hoop op: uit­be­han­deld. Het opti­misme: uit­geput. 

Fuck de kanker die mijn beeld van hem ver­pest heeft, en hem zijn laat­ste decen­nia heeft gekost

De behan­del­ing veran­derde. Het ging niet meer over genezen en behan­de­len, maar enkel nog over pijn­stillers en goed kun­nen slapen. Pal­li­atieve zorg: de weg naar het einde verzacht­en. En zo kwam dat einde dichter en dichter. Mijn vriendin en ik ston­den aan de Fiet­sam­bas­sade wan­neer ik tele­foon kreeg: ik moest naar huis komen, want het was bij­na zover. Dat bleek echter vals alarm. Niet onge­fun­deerd, want papa was wel ver­lamd. Vanu­it zijn ziekbed belden we nog. Hij heeft me gefe­lici­teerd met mijn func­tie, maar na een tijd­je belden we niet zo heel veel meer. We wis­ten waarschi­jn­lijk niet goed wat zeggen. Hij zei vaak dat hij trots op me was. Een zin die ik hoop ooit te kun­nen ver­w­erken. Nu doet het nog pijn. Niet veel lat­er was het echt gedaan. De begrafe­nis en alles errond was zeer bit­ter, en weinig zoet. We weten alle­maal wat rouwen is, dus de rest zal ik je besparen.

Met deze uit­leg vol nut­teloze details wil ik een beeld, van ziek­te en van pijn, schet­sen voor ik tot de kern van mijn ver­haal kom: fuck die kanker. Maar nog veel meer dan dat: fuck die droom waar hij zo ziek leek. Zo was papa hele­maal niet. Tot het einde was hij sterk. Tot de laat­ste momenten. Hij hield vast, voor ons en voor zichzelf. Hij was sterk­er dan alles wat ze naar hem hebben gegooid. Sterk­er dan de medici­j­nen, dan de pijn en sterk­er dan het lev­en. Fuck de kanker die mijn beeld van hem ver­pest heeft, en hem zijn laat­ste decen­nia heeft gekost. Hij was zo veel meer waard, en dat weet iedereen die hem kende. 

Gelukkig heb ik nog een wapen tegen de cor­rup­tie van zijn ima­go. Met zijn wijshe­den en de herin­ner­in­gen die ik aan hem over­houd, kan ik het beeld van de intel­li­gente, char­mante en stand­vastige per­soon die hij was toch wat behouden. Maar het bli­jft een moeil­ijke stri­jd. De twee jaar aan ziek­te die ik hier beschri­jf, hebben veel veran­derd. Daarom nog een laat­ste ver­wi­jz­ing naar mijn vijand in dat gevecht: fret kak, kanker.