(U)Gen(t)derinclusief


Genderinclusief taalgebruik is volgens heel wat mensen een basisvereiste voor respectvolle communicatie. Hoe zet onze universiteit zich in om elk gender talig zichtbaar te maken?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 15/05/2022 – 21:12 door Han­nah Boen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Menig boomer, hulpeloos ver­strikt in het spin­nen­web van de HLN-com­mentaren, schree­uwt maar al te graag van de dak­en dat gen­der­in­clusief taal­ge­bruik een flauw afkook­sel is van de maatschap­pelijke ten­dens tot poli­tieke cor­rec­theid. Ook de pub­lieke opinie stelt meer dan eens in vraag of inclusief taal­ge­bruik in de realiteit geen nut­teloos streven is. Er wordt immers vaak gedacht dat taal nooit de oploss­ing kan bieden voor grote prob­le­men in de samen­lev­ing zoals gen­derdis­crim­i­natie. 

Weten­schap­pelijk onder­zoek spreekt deze wannabe-‘internetgeleerden’ echter tegen. Het is al een tijd duidelijk dat tal­ige gen­derasym­me­trie ook vaak lei­dt tot gen­derasym­me­trie in het men­taal voorstellingsver­mo­gen van taal­ge­bruik­ers. Wat in de realiteit dus vaak neerkomt op een ver­band tussen een grotere zicht­baarheid van andro­cen­trisme in taal en maatschap­pelijke gen­deron­gelijkheid. 

Back to the (taalkundige) basics 

Om het belang van gen­der­in­clusief taal­ge­bruik aan te tonen, is het nodig stil te staan bij enkele taalkundi­ge basics. Men kan tal­en inde­len naarge­lang het belang of de zicht­baarheid van gen­der in de taal­struc­tu­ur.  Zo heb je in de eerste plaats tal­en met een gram­mat­i­caal gen­der, zoals het Frans, waar­bij zelf­s­tandi­ge naam­wo­or­den alti­jd een gram­mat­i­caal ges­lacht hebben en waarin het ges­lacht van per­soon­lijke voor­naam­wo­or­den gewoon­lijk overeenkomt met het ges­lacht van het­geen waar­naar wordt ver­wezen. Ten tweede kan men tal­en met een natu­urlijk gen­der onder­schei­den, zoals het Engels, waar­bij zelf­s­tandi­ge naam­wo­or­den die naar lev­ende wezens ver­wi­jzen meestal gen­derneu­traal zijn en er per­soon­lijke voor­naam­wo­or­den zijn voor elk gen­der. Ten slotte bestaan er ook nog gen­der­loze tal­en, zoals het Fins, die geen gram­mat­i­caal of natu­urlijk gen­der in zich dra­gen.

Vaak wordt gedacht dat taal nooit de oploss­ing kan bieden voor gen­derdis­crim­i­natie

Het Ned­er­lands is van oor­sprong een taal met een gram­mat­i­caal gen­der, maar schuift met­ter­ti­jd steeds meer op naar een taal met een natu­urlijk gen­der. Dat heeft gevol­gen voor de strate­gieën die we kun­nen aan­wen­den om gen­der­in­clusief taal­ge­bruik mogelijk te mak­en. 

Er zijn grosso modo twee manieren om taal gen­der­in­clusief te mak­en. De eerste is via dif­fer­en­ti­atie, waar­bij men voor elk woord zow­el een man­nelijke als vrouwelijke vari­ant voorzi­et. Een voor­beeld hier­van is het ver­schil tussen de woor­den directeur en direc­trice. Deze strate­gie houdt echter geen reken­ing met non-binaire per­so­n­en. De tweede manier is neu­tral­isatie, waar­bij men woor­den gen­der­loos probeert te mak­en. Denk hier bijvoor­beeld aan het woord stu­dent. Het Ned­er­lands leent zich tot bei­de strate­gieën. Maar tot zover het the­o­retis­che taalkundig orgasme, waar menig let­terkun­destu­dent hele­maal wild van wordt. Back to busi­ness. 

UGenderinclusief? 

Hoe zit het nu aan onze uni­ver­siteit? Na enkele uren zwoe­gen en ploeteren door de diepe com­mu­ni­catiekrocht­en van de UGent, kan je con­clud­eren dat onze uni­ver­siteit op de goede weg is. Zo vind je op de offi­ciële web­site een hand­i­ge pag­i­na waar men de UGent-com­mu­ni­ty staps­gewi­js uitlegt hoe je het best inclusief kan com­mu­niceren. Hier wor­den tips gegeven om respectvol te com­mu­niceren over mensen met een migratieachter­grond, trans­gen­der per­so­n­en, non-binaire mensen en per­so­n­en met een func­tiebeperk­ing.

Er is ook een werk­groep ‘gen­der­in­clusieve com­mu­ni­catie’ die werkt aan een gebruiksvrien­delijk screenin­gin­stru­ment voor (trans-)genderneutraal taal­ge­bruik. In afwacht­ing van de pub­li­catie van dit doc­u­ment voorzi­et de werk­groep een meld­punt (trans@ugent.be) waar men niet-noodza­ke­lijke ges­lachts­ge­bon­den ver­wi­jzin­gen kan melden. Men kan hier ook terecht voor gen­der­in­clusieve feed­back op geschreven tek­sten. 

In mails van de rec­tor wordt steev­ast het gen­derneu­trale woord ‘stu­dent’ gebruikt

Zoals het Scham­per als wannabe-Panoredac­tie betaamt, wer­den ook het offi­ciële onder­wi­js- en exa­m­en­re­gle­ment van de UGent en de immer motiv­erende mails van de rec­tor onder de loep genomen. Er wordt steev­ast gebruik gemaakt van het gen­derneu­trale woord ‘stu­dent’ in al deze bron­nen, wat dus automa­tisch zorgt voor een uit­ge­brei­de tal­ige inclusie. Er wordt in het onder­wi­js- en exa­m­en­re­gle­ment echter wel een paar keer gebruik maakt van de dif­fer­en­ti­aties­trate­gie als het gaat over bezit­telijke voor­naam­wo­or­den. Zo wordt een paar keer ver­wezen naar zijn/haar cur­ricu­lum, zijn/haar stud­ies, enzovoort. Op zich is het goed dat er niet enkel gebruik wordt gemaakt van de gener­ieke hij of zijn, want hoewel deze vorm the­o­retisch gezien zow­el ver­wi­jst naar vrouwen, man­nen en non-binaire per­so­n­en, draagt het toch een inher­ente man­nelijke bias in zich. Door enkel gebruik te mak­en van zijn/haar en niet haar/hun/zijn, draagt de UGent bij tot de tal­ige onzicht­baarheid van non-binaire per­so­n­en.

Hoewel er alles aan gedaan wordt om gen­der­in­clusief taal­ge­bruik te hanteren, kre­gen enkele mas­ter­stu­den­ten ver­tal­en een andere bood­schap. Tij­dens een ver­taalop­dracht voor de UGent deelden enkele diver­sis­teits- en inclusiemedew­erk­ers mee dat het vol­doende is om enkel de man­nelijke per­soonsvorm te gebruiken als er in het begin een dis­claimer toegevoegd wordt dat de bepalin­gen gelden zon­der gen­deron­der­scheid. Zelf geven ze aan dat de for­mu­ler­ing inclusief is omdat er geen haak­jes gebruikt wor­den of binair onder­scheid is. 

Dus ja, de UGent is goed bezig op vlak van gen­der­in­clusieve com­mu­ni­catie. Men geeft aan bezig te zijn met de kwest­ie en ini­ti­atief te nemen om gen­derdis­crim­i­natie − alleszins taalkundig − aan te pakken. Het zou echter nog beter zijn indi­en onze uni­ver­siteit ook non-binaire per­so­n­en de taalkundi­ge aan­dacht geeft die ze ver­di­enen.