Spreek kwetsbaar


Wordt het mentaal welzijn van studenten getrivialiseerd? Een haperend engagement in een klimaat van alarmerende signalen wekt voor velen althans die indruk. Ik belicht even de tweezijdigheid van dat engagement.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 1/05/2022 – 21:23 door Gilles Vande Velde

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Lange wacht­ti­j­den bij de stu­den­tenpsy­cholo­gen herin­neren ons aan het nogal grof­mazige vangnet van onze uni­ver­siteit. Lat­en we daarom bli­jven vra­gen om top-down engage­ment, maar lat­en we ook onthouden dat we niet hulpeloos moeten stag­neren ter­wi­jl we wacht­en. Een insti­tu­tionele luis­ter­leemte kan immers niet rak­en aan ons poten­tieel steeds oprechter te spreken en te luis­teren. Willen we onszelf en de ander leren ken­nen, dan moeten wij ons ook engageren door het kwets­bare gesprek onder­ling meer kansen te geven. Door twi­jfels en zor­gen uit te spreken, kun­nen we werken aan een sfeer van vertrouwen waarin de ander zich miss­chien aange­moedigd voelt om met­ter­ti­jd het­zelfde te doen.

Als aanspreekpunt voor men­taal welz­i­jn bij de Kring Moraal en Filosofie (KMF) heb ik gaan­deweg geleerd dat ik nooit een schoud­er voor elke filosofi­es­tu­dent kan of zou moeten zijn. Meer dan ooit tevoren besef ik dat de luis­ter­aars in een offi­ciële rol een essen­tiële, maar noodza­ke­lijk­er­wi­js slechts beperk­te bij­drage kun­nen lev­eren. Gelet op de enorme vari­atie aan drem­pels, rem­min­gen en inter­ac­tieve con­tex­ten moeten zij wor­den bijges­taan door kleine vertrouwen­snetwerken ron­dom de stu­dent. In dit opzicht zijn we nooit machteloos want het authen­tieke gesprek sterkt ons.

Ook informele ste­un is te zeldza­am

Lat­en we verder onthouden dat de kun­st van het kwets­bare spreken geen absolute ver­wor­ven­heid is, maar een dynamis­che, cumu­latieve ingesteld­heid die in elk van ons opbloeit door zorg en ver­welkt door ver­waar­loz­ing. Gelukkig maar, want dat betekent dat we elka­ar op gelijke voet kun­nen ont­moeten als eeuwig gebrekkige mensen die toch willen groeien. Weliswaar moet ons streven steeds gebon­den bli­jven aan respect voor onszelf en de ander door tevre­den te zijn met kleine stap­jes op een tem­po naar eigen keuze. Noem het een voorzichtig vertrouwen in de groei van zachte weer­baarheid, varend op het oprechte gesprek tussen naïviteit en wantrouwen in.

We zouden samen kun­nen werken aan een sym­bi­o­tisch mod­el waarin zow­el pro­fes­sionele bij­s­tand als informele gesprekken de kans kri­j­gen om wed­erz­i­jds de maatschap­pelijke druk op elka­ar te lossen. Natu­urlijk is de psy­chol­o­gis­che begelei­d­ing aan onze uni­ver­siteit nog steeds onder­maats en is er ter­gend weinig ruimte voor ruimte, maar ook informele ste­un is te zeldza­am. Lat­en we ons daarom engageren om oprechter te spreken en te luis­teren, want zelfs met de fijn­ste mazen mis­sen we stu­den­ten die denken te moeten doen alsof ze niet vallen.