Ode aan de middelmatigheid


In een wereld waarin alles perfect moet zijn, voelt alles dat minder is als verdrinken. Niet dat ik dit probleem ga oplossen, maar laat ons niet vergeten dat er ook nog een grote grijze zone zit tussen perfect en barslecht.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 1/05/2022 – 21:23 door Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Jack of all trades, mas­ter of none. Een spreek­wo­ord dat op twee manieren kan gelezen wor­den. Enerz­i­jds heb je een veelz­i­jdig per­soon, die over alles kan meespreken en een brede inter­esse heeft. Anderz­i­jds kan het ook iemand zijn die maar niet zijn passie of tal­ent lijkt te vin­den. En net bij dat tweede wringt het schoen­t­je, althans voor mij. Want in een wereld waarin zo goed als iedere per­soon hun roeping of passie lijkt te hebben gevon­den, is het vaak gemakke­lijk jezelf te ver­liezen. Wat zijn jouw passies? Wat maakt jou net wie je bent?

Durf ook eens zeggen: ‘Dit is genoeg’

Bij het zoeken naar het antwo­ord zet iedere iet­wat onzek­er per­soon zichzelf weleens onder druk. Ze ver­liezen zich in hun passies of stop­pen net met wat hen eigen­lijk gelukkig maakt, omdat ze zichzelf nooit op het niveau zien ger­ak­en waar ze willen zijn. Ik kan niet voor iedereen spreken, maar ik kan het aan­tal hobby’s die ik uit­geprobeerd heb, niet meer op één hand tellen. Jaren­lang zwierf ik rond, van sport naar muziek, van kun­st naar school­w­erk. Want wat zou de fun zijn als ik alti­jd wat achterop leek te ben­ge­len.

In die con­stante zoek­tocht naar per­fec­tie, waar­bij ik con­tinu gecon­fron­teerd werd met mid­del­matigheid, leerde ik net dat laat­ste meer appre­ciëren: een recept dat een beet­je mis­lukt. Die ene film met het ver­schrikke­lijke plot, maar waarin de acteurs zich met zoveel ent­hou­si­asme gooien. Dat ene lied­je dat je op de gitaar kunt tokke­len, ter­wi­jl je weet dat dat ver­domde F‑akkoord nog jaren ver­wi­jderd is. Het dansen als een baby­boomer met even­veel gevoel voor ritme als je zat­te nonkel op ker­stavond. Dat plaatst het lev­en ineens wat meer in per­spec­tief.

Voorheen waren er ruwweg slechts twee invullin­gen van mijn dag: enerz­i­jds had ik real­is­tis­che verwachtin­gen en kon ik mijn gren­zen een beet­je ver­leggen, of anderz­i­jds had ik grote verwachtin­gen die ik nauwelijks kon invullen, waar­na ik me wen­telde in com­fort­a­bele en bek­ende sit­u­aties en per­so­n­en. Maar mid­del­matigheid werkt kalmerend. De stress van die ene paper die in je nek zat te hij­gen, wordt ineens draag­baar. Dat gewicht dat je wilt hef­fen, voelt niet meer als een ver­plicht­ing, maar als een doel. Die gren­zen die eerst als beperkin­gen aan­voelden, zijn nu oppor­tu­niteit­en. Weten dat je niet alti­jd per­fect moet zijn, of dat je je best kan doen en waarschi­jn­lijk nog steeds geen oogverblind­end resul­taat naar voren zal bren­gen, zorgt er net voor dat je jezelf meer open­stelt voor tri­al and error. En dat zorgt dan weer voor de beste kans op groei.

‘Durf denken’ is een mooi uithang­bord. ‘Durf excelleren’ mag zek­er ook, maar durf ook gewoon eens ‘Dit is genoeg’ te zeggen. Je moet immers niet in alles excelleren. Jack of all trades, mas­ter of none, but often­times bet­ter than a mas­ter of one.