Waarvoor dient al die vakfeedback?


Ilse De Bourdeaudhuij (directeur Directie Onderwijsaangelegenheden (DOWA)) en Hilde Van Puyenbroeck (hoofd Afdeling Onderwijskwaliteitszorg DOWA) scheppen duidelijkheid in de manier waarop de UGent de kwaliteit van haar onderwijs garandeert.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/03/2022 – 19:00 door Odile De Vos

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Windowdressing en externe visitaties

Voor 2015 werd elke oplei­d­ing aan de UGent om de zes jaar bezocht door een externe com­missie om de kwaliteit ervan na te gaan. “Dat sys­teem lei­d­de soms tot win­dow­dress­ing, waar­bij oplei­din­gen hun werkpun­ten probeer­den weg te mof­fe­len”, vertelt De Bour­deaud­huij. “Het zorgde ook vaak voor slechts tijdelijke aan­dacht voor kwaliteit­szorg. Na de con­t­role ver­slapte de aan­dacht en ging iedereen verder met hun gewoon­ten. Soms gebeurde het zelfs dat een prob­leemo­plei­d­ing zo met glans slaagde voor de eval­u­atie. Nu is dat absolu­ut niet meer het geval. Wij zijn nu ver­ant­wo­ordelijk voor het waar­bor­gen van die kwaliteit en we onder­s­te­unen, vanu­it de UGent, de oplei­din­gen om eerlijk te reflecteren over hun kwaliteit.” Sinds 2015 moeten alle hogesc­holen en uni­ver­siteit­en over een sys­teem van interne kwaliteit­szorg beschikken.

De Eigen Regie: een grote ommekeer

Het huidi­ge beleid voor kwaliteit­szorg heet ‘De Eigen Regie 2.0’. Elke oplei­d­ing moet in kwaliteit­szorg voorzien, via de Oplei­d­ingscom­missie (OC). De oplei­d­ingsmon­i­tor, een online plat­form met algemene doel­stellin­gen voor alle oplei­din­gen, wordt bijge­houden door de OC. Die kijkt regel­matig of de doel­stellin­gen ver­wezen­lijkt wor­den, waar­bij vak­feed­back en oplei­d­ings­feed­back van stu­den­ten wordt gebruikt, maar ook les­gev­ers­bevragin­gen en alum­nibevragin­gen. Aan het hoofd van de Eigen Regie staat het Onder­wi­jskwaliteits­bu­reau (OKB) dat op het rec­toraat zetelt en van alle oplei­din­gen de mon­i­tors opvol­gt. Het OKB bek­ijkt vier mon­i­tors per maand, zodat er per jaar veer­tig oplei­din­gen wor­den gescreend. De UGent heeft drie jaar (tot 2024) nodig om door alle mon­i­tors te gaan.

“Onze manier van werken is extern raad­pleeg­baar door iedereen” – Van Puyen­broeck

Na de screen­ing wordt een borg­ings­besluit gegeven. Dat besluit kan zow­el posi­tief, posi­tief maar met een gericht coach­ingstra­ject, als negatief zijn. Op basis van de huidi­ge oplei­din­gen die reeds zijn gescreend, wer­den deze besluiten respec­tievelijk aan 95, 4.5 en 0.5 % van de oplei­din­gen gegeven. In het erg­ste geval wordt bij een negatief besluit de richt­ing geschrapt. “Als instelling zijn we daar heel transparant over. Iedereen kan zien wat de kwaliteit is van elke oplei­d­ing”, merkt Van Puyen­broeck op. “In de studiekiez­er is per oplei­d­ing een rubriek ‘Kwaliteit van de oplei­d­ing’, waaron­der je de sterke pun­ten, de werkpun­ten en het borg­ings­besluit kan vin­den.”

Een cultuur van kwaliteit

De Eigen Regie 3.0, die vanaf 2024 uit­gerold wordt, betekent de over­gang naar een kwaliteits­cul­tu­ur waar­bij de fac­ul­teit­en en oplei­din­gen zelf meer autonomie ver­w­er­ven. “Het OKB bek­ijkt niet langer vier mon­i­tors per maand, maar veron­der­stelt dat de fac­ul­teit­en zor­gen voor con­tin­ue kwaliteit­szorg – wat trouwens al gro­ten­deels het geval is”, legt De Bour­deaud­huij uit.

“Vak­feed­back is essen­tieel voor onze kwaliteit­szorg” – De Bour­deaud­huij

“Het OKB voert vanaf dan slechts af en toe steekproeven uit bij de oplei­din­gen, of treedt op wan­neer duidelijke prob­le­men opduiken. Dat bespaart de OC’s heel wat admin­is­tratie. Het belan­grijk­ste is immers dat ze ervoor zor­gen dat de oplei­d­ing van goede kwaliteit is en dat de prob­le­men wor­den opgelost. Voort­durend bezig zijn met kwaliteit vergt uit­er­aard veel inspan­nin­gen van de OC-voorzit­ters.”

De externe controle blijft

“We wor­den uit­er­aard nog steeds extern gecon­troleerd”, meldt Van Puyen­broeck. “Vanu­it het Ned­er­lands-Vlaams Accred­i­tatieor­gaan komt om de zes jaar een com­missie langs om te con­trol­eren of wij een goed intern kwaliteit­szorgsys­teem opgezet hebben. Dat is op instellingsniveau, en niet meer voor elke oplei­d­ing. Dit najaar kri­jgt de UGent een instellingsre­view.” Het risi­co om enkel aan­dacht te hebben voor de kwaliteit wan­neer er con­t­role is, wordt vol­gens De Bour­deaud­huij en Van Puyen­broeck sterk verkleind, omdat men moet kun­nen aan­to­nen dat men er con­tinu mee bezig is. “Onze manier van werken is extern raad­pleeg­baar door iedereen. Wij weten dat ons sys­teem goed draait en dat we doen wat van ons gevraagd wordt”, lacht Van Puyen­broeck. “Wij horen natu­urlijk ook veel van stu­den­ten in de onder­wi­js­raad”, voegt De Bour­deaud­huij toe. “DOWA zit boven­di­en om de twee weken met stu­den­ten samen, los van de Onder­wi­js­raad.”

Vakfeedback, hoe zit het daarmee?

Elk vak wordt min­stens om de drie jaar bevraagd, maar bij een slechte eval­u­atie wordt de evo­lu­tie van het vak wel jaar­lijks opgevol­gd. Som­mige fac­ul­teit­en vra­gen feed­back voor alle vakken, maar dat is niet ver­plicht. Dat gebeurt bijvoor­beeld wan­neer een richt­ing her­vor­md wordt, zoals bij de fac­ul­teit Far­ma­ceutis­che Weten­schap­pen. Er zijn ook fac­ul­teit­en die aan hun stu­den­ten vra­gen welke vakken ze willen opne­men in de vak­feed­back. In de coro­n­ape­ri­ode zijn alle vakken bevraagd geweest, dat was een uit­zon­der­ing omwille van het afs­tand­son­der­wi­js. “We zijn aan het nadenken over manieren om ervoor te zor­gen dat zo veel mogelijk stu­den­ten de vak­feed­back invullen want er gebeurt daar wel degelijk iets mee”, benadrukt Van Puyen­broeck.

“Er gebeurt wel degelijk iets met vak­feed­back” – Van Puyen­broeck

Uit de les­gev­ers­bevrag­ing blijkt dat 89.2 % van de les­gev­ers aangeeft dat ze werken aan de prob­le­men die stu­den­ten ver­melden in de vak­feed­back. “We vin­den het zeer belan­grijk dat zo veel mogelijk stu­den­ten de vak­feed­back invullen, want dat is essen­tieel voor onze kwaliteit­szorg”, vertelt De Bour­deaud­huij. “Vroeger was het invullen van vak­feed­back ver­plicht op een vrij drastis­che manier: je kon anders niet meer inloggen op Min­er­va (het Ufo­ra van UGent-fos­sie­len, red.) Dat werk­te heel goed.”

Epiloog

“In oplei­d­ings­feed­back lezen we dat stu­den­ten de stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­gers niet goed ken­nen. Waar ligt dat aan?” In een drastis­che omk­er­ing van de rollen vond de vraag van Van Puyen­broeck een poging tot antwo­ord in de stu­ver die tegen­over haar zat: “In grote groepen is het moeil­ijk­er om indi­vidu­ele stu­den­ten te bereiken, denk ik. Er is zek­er werk aan de winkel om onszelf beter bek­end te mak­en bij de stu­den­ten, maar ze moeten zich zelf ook willen betrekken bij het sys­teem.” Iedereen ging akko­ord.