Taalkunde boven al


Taalkunde. Je denkt misschien meteen aan een taalnazi die je dt-fout verbetert. En ja, ook dat is taalkunde. De dt-regel is echter het topje van de taalijsberg. De taalkunde dringt namelijk dieper door in de maatschappelijke wateren dan je zou denken.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/03/2022 – 19:00 door Dries Ole­mans

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Taalkunde is, vol­gens de Dikke Van Dale, de leer en ken­nis van de taal­ver­schijn­se­len. Het houdt zich kor­tom bezig met alles dat taal is. Toch dienen we het begrip taalkunde nog verder op te split­sen in de algemene en de toegepaste taalkunde. De algemene taal­weten­schap houdt zich bezig met de eigen­schap­pen van (natu­urlijke) taal. De toegepaste taalkunde houdt zich daar­ente­gen eerder bezig met de wis­sel­w­erk­ing tussen taal en maatschap­pij, en past als het ware de taalkunde toe op con­crete sit­u­aties.

Bin­nen bei­de taalkun­des valt een waaier aan onder­w­er­pen. De onder­w­er­pen bin­nen de algemene taalkunde zouden we alle­maal onbe­wust (moeten) ken­nen – uit­gaande van taal­vaardi­ge lez­ers natu­urlijk. De algemene taalkunde bestaat onder meer uit: de semantiek (betekenisleer), prag­matiek (studie van het taal­ge­bruik) en de the­o­retis­che taalkunde (de studie die vooral gericht is op gram­mat­i­ca). Al die sub­dis­ci­plines wor­den vaak zelfs nog verder opgedeeld. Zo bestaat de lex­i­colo­gie of woordleer nog uit, onder andere, ety­molo­gie (de herkomst van woor­den) en ono­mastiek (studie van namen). En de the­o­retis­che taalkunde bestaat nog uit fonolo­gie (de leer van betekenison­der­schei­dende klanken), mor­folo­gie (de studie van de vorm van woor­den) en syn­taxis (de studie van de zins­bouw).

Een hoop moeil­ijke woor­den die taalkundi­gen en aca­d­e­mi­ci graag rond­strooien als snoep­goed op een sin­terk­laas­pa­rade

De algemene taalkunde is dus een hoop moeil­ijke woor­den die taalkundi­gen en aca­d­e­mi­ci graag rond­strooien als snoep­goed op een sin­terk­laas­pa­rade. De toegepaste taalkunde is daar­ente­gen in het alge­meen iets bevat­telijk­er omdat die tak van de taal­weten­schap zich con­creter uit. Stu­den­ten psy­cholo­gie of recht­en komen zelfs waarschi­jn­lijk in aan­rak­ing met bepaalde onderde­len van de toegepaste taalkunde. Zo heb je, bijvoor­beeld, de foren­sis­che lin­guïstiek, een tak bin­nen de toegepaste taalkunde die wordt gebruikt bij het analy­seren van bijvoor­beeld chan­tage­brieven, ver­valsin­gen, kruisver­horen of de invloed van een tolk in de recht­sza­al. Kortweg taal als mis­daad.

Beledig geen Blandino

Ook psy­cholo­gen in spe kun­nen opteren voor een taalkun­de­lesje of twee. De neu­rolin­guïstiek past immers per­fect bin­nen hun oplei­d­ing. De neu­rolin­guïstiek bestudeert de relatie tussen het brein en taal, taal­stoor­nissen door hersen­let­sels en aange­boren taal­stoor­nissen zoals dyslex­ie en dysar­trie. (een neu­rol­o­gis­che stoor­nis waar­door de spieren die nodig zijn voor de ademhal­ing, stemgev­ing en uit­spraak min­der goed func­tioneren)

De taalkunde is onbe­twist­baar fenom­e­naal groot en alomte­gen­wo­ordig. Want taal is alles en alles is taal. Denk in het ver­volg dus maar twee keer na voor je een Blandi­no beledigt en neem die Franse vocli­jst nog eens ter hand want er is geen ontkomen aan.