Serving the White Order?


De laatste jaren deed Sibo Kanobana onderzoek naar tweetaligheid bij Brusselse beveiligingsagenten. De symbolische rol van het Nederlands en racistisch discours staan niet los van elkaar, maar wat zijn de gevolgen hiervan?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/03/2022 – 22:14 door Collin Car­donKeanu Col­paert

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een zwart-witverhaal?

Sibo Kanobana vat zijn onder­zoek breed samen: “Ik heb etno­grafisch onder­zoek ver­richt bij vei­lighei­dsmedew­erk­ers van de MIVB (Brus­selse ver­vo­ers­maatschap­pij, red.). Daar­bij keek ik naar medew­erk­ers in oplei­d­ing en ver­vol­gens ook aan het werk. Ik was geïn­ter­esseerd in de rol van het Ned­er­lands in hun tew­erk­stelling, meer bepaald in de Brus­selse con­text, waar een twee­t­a­l­ighei­dsvereiste heerst − waar­bij men zich dus ook in het Ned­er­lands moet kun­nen behelpen.” Tegen die achter­grond zou de MIVB in 2016 de opdracht gekre­gen hebben om meer vei­lighei­ds­mensen aan te wer­ven. Ze kon­den die vaca­tures echter moeil­ijk invullen omdat mensen moesten sla­gen voor een test in de andere land­staal, in de meeste gevallen dus het Ned­er­lands – zelf zijn ze immers vee­lal Franstal­ig. “Het trok me enorm aan dat het Ned­er­lands dan uitein­delijk meer dan de helft van de oplei­d­ing inneemt, dus wou ik die lessen bij­wo­nen en mensen inter­viewen. Al snel werd ik gecon­fron­teerd met een bepaalde sociale werke­lijkheid waarin dat dan alle­maal plaatsvin­dt”, vertelt Kanobana.

“De per­son­eels­di­enst beves­tigde me dat hun bedri­jf geseg­regeerd is vol­gens raciale gren­zen”

Zo ont­dek­te Kanobana dat er in de eerste plaats een heel groot con­trast is tussen de ’top’ en ‘bot­tom’ van het bedri­jf. De direc­tie en admin­is­tratie bestaan namelijk vooral uit witte mensen, ter­wi­jl de mensen in het veld bij­na uit­slui­tend mensen zijn met een migratieachter­grond. “Ik kreeg zelfs beves­tig­ing van de per­son­eels­di­enst dat hun bedri­jf geseg­regeerd is vol­gens wat ik dan raciale gren­zen noem. Dat is dan tussen wit en niet-wit, of, zoals zij het benoe­men, autochtoon en allochtoon”, zo vertelt Kanobana. Naast de kloof tussen allochtoon en autochtoon was er ook een span­ning merk­baar in de posi­tie en het belang van de Ned­er­landse taal in het bedri­jf. Hoewel vei­lighei­d­sagen­ten Ned­er­lands moeten leren, wordt het nauwelijks gehanteerd op de werkvlo­er. Kanobana focust zich dan ook op die span­ning: “Ik ben tot de con­clusie gekomen dat zow­el de vei­lighei­d­sagen­ten als de lei­d­inggeven­den van de MIVB een dis­cours repro­duc­eren dat de sociale strat­i­fi­catie tussen autochtoon en allochtoon moet verk­laren, waarin het Ned­er­lands een spe­ciale rol heeft. Daar­bij ontston­den er twee ico­nen die de raciale orde moesten verk­laren. Twee ico­nen die mijlen­ver staan van de werke­lijkheid, maar die wor­den ingezet om ongelijkheid te verk­laren.”

“Serving the White Order”

Vol­gens Kanobana is er enerz­i­jds het icoon van ‘de moslim’, die gezien wordt als de emblema­tis­che allochtoon: homo­foob, vrouwon­vrien­delijk, met slechte com­mu­ni­catieve vaardighe­den en die weigert Ned­er­lands te spreken. Anderz­i­jds heb je het icoon van ‘de Vlam­ing’: een andere min­der­heid, maar ook de emblema­tisch autochtoon die de macht verte­gen­wo­ordigt. “Automa­tisch wordt dan de taal van die Vlam­ing gezien als een soort sym­bool, die je je kan toe-eige­nen om dichter bij de macht te komen, om een meer legi­t­ieme Bel­gis­che burg­er te wor­den.” Het Ned­er­lands wordt dan eigen­lijk een heel lokaal sym­bool van legit­imiteit in de Brus­selse con­text die with­eid onzicht­baar maakt, niet in de zin van huid­skleur, maar in de zin van een bepaalde macht­sposi­tie die je hebt. Wat je dan ziet is dat bepaalde Brus­se­laars, de witte Franstal­ige of Euro­cratis­che elites, nauwelijks de nood voe­len om Ned­er­lands te leren om als legi­t­ieme burg­ers door het lev­en te gaan. Onder allochto­nen zit het even­wel anders. Zij voe­len veel meer die nood om Ned­er­lands te leren en om zich open te stellen ten aanzien van het Ned­er­lands. Op die manier zouden dan ook veel man­nen van kleur bij de MIVB begin­nen vanu­it het idee dat ze, onder andere, met behulp van het Ned­er­lands een echte kans mak­en om door te stromen naar een bestu­urlijke posi­tie. “Dat idee staat haaks op het feit dat er weinig sociale mobiliteit is bij de MIVB, wat ze zelf ook erken­nen”, aldus Kanobana.

“We nat­u­ralis­eren racisme door te zeggen dat bepaalde zak­en een inher­ent prob­leem zijn van een bepaalde groep”

Dit beperkt zich echter niet tot de MIVB, aldus Kanobana: “Wat ik wil zeggen door mijn the­sis ‘Serv­ing the White Order’ te noe­men, is dat het Ned­er­lands in Brus­sel wordt ingezet om with­eid te cul­tur­alis­eren als een Vlaams ding, waar­door de macht van andere witte elites volledig onzicht­baar wordt. Omge­keerd wordt racisme genat­u­raliseerd door de ongelijkheid tussen allochtoon en autochtoon voor te stellen als het gevolg van inher­ente prob­lema­tis­che eigen­schap­pen van allochto­nen. Onder andere, hun zoge­naamde weiger­ing om Ned­er­lands te leren. Bin­nen de con­text waar ik onder­zoek deed, klopte dat beeld hele­maal niet. Onder allochtone vei­lighei­d­sagen­ten had je veel mensen met een sterk profiel en pro­fes­sionele achter­grond en die waren vaak wel ent­hou­si­ast over het Ned­er­lands, in tegen­stelling tot autochtone vei­lighei­d­sagen­ten. Maar wat opviel is dat zow­el direc­tie als vei­lighei­d­sagent, zow­el allochtoon als autochtoon, in hun ver­ant­wo­ord­ing van de sociale ongelijkheid steeds weer dis­cours repro­duceer­den van enerz­i­jds meer­tal­ige ‘hard­w­erk­ende Vlamin­gen’ en anderz­i­jds ‘luie allochto­nen’ die geen Ned­er­lands kenden. In de prak­tijk echter, zouden allochtone vei­lighei­d­sagen­ten op het werk die stereo­typen vee­lal achter zich lat­en.”

UGent represent

Het span­ningsveld tussen dis­cours en prak­tijk is trouwens ook rel­e­vant aan onze alma mater. Ook daarover wist Kanobana iets te zeggen: “Ik denk dat er mooie din­gen gebeuren aan de UGent, en voor­namelijk door de stu­den­ten. De stu­den­ten zetten din­gen in beweg­ing en dat is hoe veran­der­ing gebeurt: bij mond­jes­maat. Door het ontstaan van, bijvoor­beeld, acad­e­mies (zoals bijvoor­beeld de Human­i­ties Acad­e­mie, red.) in de fac­ul­teit­en, toont de UGent dat ze probeert haar sociale rol echt ern­stig te nemen en daar­voor mensen aan­werft. De UGent zit echter ook vol con­tra­dic­ties, al is ze daarin natu­urlijk niet de enige.”

“Het dis­cours is dan wel pro­gressief, maar in de prak­tijk voert de UGent een neolib­er­aal beleid dat zwakkeren schaadt”

Hij ver­wi­jst naar Glo­ria Wekker, die vol­gende maand de Amnesty Inter­na­tion­al-leer­stoel uit­gereikt kri­jgt door de UGent. “Zij heeft vooral haar strepen ver­di­end door veel onder­zoek te doen rond racisme, sek­sisme, inter­sec­tion­aliteit en dergelijke. De ironie van het ver­haal is dat we onder­tussen ook zien dat de UGent haar sociale voorzienin­gen wil uitbest­e­den en pri­va­tis­eren. Wie is er daar het slachtof­fer van? Voor­namelijk vrouwen en gemar­gin­aliseerde groepen, waaron­der veel mensen van kleur. Het dis­cours is dan wel pro­gressief, maar in de prak­tijk voert de UGent een neolib­er­aal beleid dat zwakkeren schaadt. De vei­lighei­d­sagen­ten in mijn onder­zoek doen net het omge­keerde. Zij repro­duc­eren inder­daad een racis­tisch dis­cours over Vlamin­gen en allochto­nen, maar in de prak­tijk zie je dat heel wat allochtone vei­lighei­d­sagen­ten het tegen­overgestelde doen en hun job vaak inter­preteren als een soort soci­aal werk. Ik vind dat we mensen eerder moeten afreke­nen op wat ze doen dan op wat ze zeggen, en dat geldt ook voor de UGent.”