De lijdende leider


Mensen zijn schapen. Meer woorden moet je er niet aan vuilmaken. Zet vijf mensen in een kamer, vraag ze om een lamp in te draaien en meteen bekom je, ongeacht de eenvoud van de opdracht, een hiërarchie.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 5/12/2021 – 21:53 door Pieter-Jan Frees

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De obsessie die uni­ver­siteit­en hebben met groep­swerken begri­jp ik niet. Bij elk groep­swerk kri­jg je steeds opnieuw een hiërar­chie van mensen waar­bij som­mi­gen veel en anderen weinig werk ver­richt­en, net als mensen die er niet tevre­den mee zijn. Mensen zoals ik. Als de zoon van een verkop­er was ik alti­jd extravert. Maar deze soft skill heeft me niets opgeleverd. Ik was zo dom om in het groep­swerk het woord te nemen en meteen werd ik aanzien als goede lei­der. Laat me even zeggen: elke goede lei­der haat zijn job met een passie.

Dat is het ver­schil tussen een lei­der en de baas. Ik wil nie­mand com­man­deren. Met deze posi­tie ben ik in een per­soon­lijke hel beland waar ik con­stant een groep moet voortrekken, ter­wi­jl ik zelf een even groot kieken ben. Het erg­ste van al: ik ben er redelijk goed in, dat lei­d­ingge­doe. Won­der boven won­der boeken we resul­taat. Dus de vol­gende keer word ik wéér de lei­der en moet ik wéér achter iedereen hun veren zit­ten en zijn er natu­urlijk ook weer mensen die daarmee niet blij zullen zijn. Alsje­blieft, laat mij eens op de achter­bank zit­ten.

Het komt mijn oren uit, al dat halve werk en getreuzel, al dat driemaal navra­gen of iedereen akko­ord gaat, hand­jes opsteken en nog eens naar mij kijken. “Is het goedgekeurd, meneer?” Laat me even kijken. We zit­ten met drie in de kamer. Een andere per­soon stelde het voor en jij vraagt het mij. We lev­en in een democ­ra­tie, dus wat nu? Ik zit al een half jaar vooraan op de tan­dem en mijn gat begint pijn te doen.

Het is een­za­am aan de top.

De lei­der moet alti­jd in con­tact staan met iedereen, maar is geen deel van het pelo­ton. Wat je niet goed­keurt, mag je boven­di­en zelf doen, anders is het nog jouw schuld. De eerste taak die ik mijn lij­dende col­le­ga-lei­ders zou aan­raden, is tak­en uitbest­e­den. Een vicevoorzit­ter is de meest cru­ciale rol. Het is een buffer, een manus­je-van-alles. Daar­naast heb je een assis­tent voor de admin­is­tratie nodig, opdat die niet hele­maal op jouw schoud­ers valt.

“Je doet dat goed, ik ben blij dat ik het niet ben.”

Wel, ik ben niet blij dat ik het wel ben. Als ik ooit voorzit­ter word, dan was het van moeten. Na drie jaar bij Scham­per ben ik met al mijn anciën­niteit veel liev­er de achter­bankchauf­feur met de grote mond in de redac­tie. Daar ben ik pas echt goed in: de groot­ste kop­pi­jn van de lei­der zijn.