Ode aan de maaltijdkoerier


Het zijn gouden tijden voor mensen met mageirocofobie. Technologie heeft de deur geopend naar een hele wereld aan culinaire specialiteiten. Daarom een ode aan de koeriers die het verkeer trotseren om ons comfort te vrijwaren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 27/09/2021 – 7:31 door Dries van Dort

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het is vijf uur ’s avonds. Gri­jze wolken span­nen zich uit boven de stad en in een niet nad­er genoemd kot tikt de regen zacht­jes tegen het raam. Vier huisgenoten liggen tam in hun zetel te dis­cus­siëren over wat ze zullen eten die avond. In de koelka­st ligt niets bruik­baars, nie­mand heeft zin om ook maar één voet buiten te zetten om naar de winkel te gaan en die overge­bleven kliek­jes van vorige week bevat­ten al meer cul­tu­ur dan een gemid­delde stu­den­ten­fuif. Er is gelukkig een laat­ste optie: “Willen we gewoon iets bestellen?”

De gezicht­en van de kotgenoten klaren op als de hemel na een stort­bui. Een wereld van culi­naire spe­cialiteit­en bevin­dt zich aan hun vinger­top­pen op een smart­phonescherm. De besliss­ing om te bestellen is snel gemaakt. De besliss­ing wáár te bestellen kan echter pas genomen wor­den na een uit­ge­brei­de kosten-bate­n­analyse van elk online bestelplat­form. Minuten gaan voor­bij ter­wi­jl het democ­ra­tis­che besliss­ing­spro­ces zich voltrekt. Uber Eats? Is wel snel, maar die lev­erkosten zijn dan weer zo absurd hoog dat hun porte­feuille spon­taan begint te jam­meren. Deliv­eroo dan maar? Die scheren blijk­baar geen hoge top­pen qua arbei­d­som­standighe­den; men wil natu­urlijk nog steeds moreel uit de hoogte kun­nen doen bij vrien­den. De keuze valt uitein­delijk op Take­away.

Opties wor­den gewikt en gewogen. Poule & Poulette? Nee, dat kwam vorige keer koud toe. Beirut­ti? Is blijk­baar een ervar­ing die je ‘op restau­rant’ eens moet meemak­en. McDon­ald’s? Nee, want dat bestellen ze alti­jd. Uitein­delijk bek­linken ze een of andere vage pizze­ria die vol­gens een kotgenote ‘echt de beste pizze­ria van heel Gent is’. De rest twi­jfelt, maar vertrouwt op het oordeel van hun kotgenote; ze zal er wel al eens gegeten hebben, of het ken­nen via vrien­den … Soit, het zal wel in orde zijn.

Een bestelling en finan­ciële kater lat­er, kri­j­gen ze een mooi kaart­je waar ze de koerier op kun­nen vol­gen. De kaart verzek­ert dat het eten er snel zal zijn. Het is te zeggen: af en toe, want de koerier neemt nogal vaak de foute afs­lag en is geen snelle fietser. Maar even lat­er gaat de bel gelukkig al. Als lem­min­gen die een klif zien, ren­nen de kotgenoten richt­ing de voordeur. De koerier, door weer en wind geteis­terd, pre­sen­teert hen de warme piz­zadozen. Een sec­onde voe­len ze spi­jt dat ze bij het bestellen niet de optie aange­duid hebben om vijf pro­cent fooi aan de nat­gere­gende koerier te geven. De tafel wordt gedekt, een wijn­t­je wordt uit­geschonken. De piz­za is aan­vaard­baar. Het lev­en is goed.

Een paar uur lat­er duikt de twi­jfel echter op. Hebben ze nu alweer zo veel geld aan eten uit­gegeven? Wor­den die koeriers wel deugdelijk betaald? Kri­j­gen ze een eerlijk arbei­d­scon­tract? Kun­nen de kotgenoten nu niet gewoon eens leren koken? De piz­za heeft een nas­maak zoals een shot­je tequi­la: het idee is alti­jd beter dan de realiteit.