How the Rector Stole Christmas


Ergens in Vlaan­deren, woont de Gentse stu­dent. Een lieflijk volk­je, zoals je ze kent. Ze houden van kerst en vieren graag feest. Zelfs alco­holisme houdt hen niet bedeesd. Maar hoog op de berg, in een witte toren, woont de rec­tor, omringd door al dat ivoren. Een oude knor­re­pot, wil kerst niet red­den.  Het is voor…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/11/2020 – 10:53 door Pieter Beirens

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Ergens in Vlaan­deren, woont de Gentse stu­dent.
Een lieflijk volk­je, zoals je ze kent.
Ze houden van kerst en vieren graag feest.
Zelfs alco­holisme houdt hen niet bedeesd.
Maar hoog op de berg, in een witte toren,
woont de rec­tor, omringd door al dat ivoren.
Een oude knor­re­pot, wil kerst niet red­den. 
Het is voor coro­na, daar wil ik om wed­den. 
Of zijn hart is te klein, een maat­je of twee.
Niet moeil­ijk te snap­pen, je bent vast al mee.

Toen kwam daar de tsjeef, met zijn vreemde naam. 
Hij wou Ker­st­mis red­den, zon­der veel schaam.
De rec­tor werd kwaad, en plaat­ste een tweet. 
‘We gaan kerst niet red­den’, zei iedereens feed. 
‘Stopt daar het ver­haal?’ denkt u al snel. 
Het antwo­ord is nee, het was een heel spel.
 

De rec­tor zag hen al komen, die feestvierende jeugd. 
Ze zullen kerst vieren, met hun leute en vreugd. 
Dat moeten we stop­pen, sprak hij vol toorn.
Die dek­selse jeugd, in zijn oog een doorn.
Mieke tra­cht hem te kalmeren, zon­der veel baat.
Zijn furie nu tem­men? Daar­voor is hij te kwaad!
 

Die avond bij kaarslicht, bedenkt hij een plan.
De ker­stvreugde ste­len, daar­voor is hij de man. 
Aan snood­heid geen schaarste, het wordt niet betwist.
Een jaar zon­der Ker­st­mis, dat wordt niet gemist. 
De nacht van ker­stavond, de rec­tor staat klaar.
Een rode muts op zijn schedel, zijn zak weegt heel zwaar. 
Nu is hij de Ker­st­man, maar geven doet hij niet. 
Nemen veel liev­er, hij pakt al wat hij ziet.
Licht­jes van muren, ballen uit de boom. 
De pak­jes uit de sokken, dief­stal zon­der schroom.
 

Zon­der ver­sier­ing of pak­jes is er geen Kerst. 
Nu is alle bli­jheid uit het seizoen geperst. 
Dit was het ver­haal van de rec­tors veni­jn. 
Door hem zal dit feest nooit het­zelfde zijn. 
Hier geen hap­py end­ing, geen vrolijk ver­haal. 
Daar­voor is dit ver­sje al wat te banaal.