Restodames Campus Dunant missen studenten


"Lieve studenten, we willen jullie allemaal een virtuele, dikke knuffel geven. Niet alleen die van onze faculteit, maar aan alle studenten! We houden van jullie. Kom gerust eens langs om te babbelen. Wij missen jullie", aldus Chantal en Els van resto Dunant.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/11/2020 – 10:08 door Jan Emiel CordeelsEl­la Roose

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Jul­lie staan over de hele UGent bek­end als het lief­ste restop­er­son­eel.

Chan­talleke: Een vrien­delijk of goed woord naar onze stu­den­ten toe kost geen geld, hé. We doen ons best. ’s Mor­gens zie ik dik­wi­jls stu­den­ten met een lang gezicht die niet goed wakker zijn en dan zeggen wij ‘goeiemor­gen’ en daar­van klaren ze op. Ze zeggen ons vaak dat wij hun dag goed mak­en. 

Mis­sen jul­lie de toeloop van stu­den­ten?

Els: Ja, enorm. En ook de geur van de lekkere koffiekoek­jes ’s ocht­ends.

Chan­talleke: Anders bak ik er een stuk of vijftig en nu… acht (lacht).

Els: ’t Is tri­es­tig. We mis­sen de stu­den­ten.

Chan­talleke: We mis­sen het gewoon om als de stu­den­ten iets te vra­gen hebben, hen te woord te staan en hen zelfs een knuffel te geven. Maar dat kan alle­maal niet meer. Als ze met prob­le­men of vra­gen zit­ten, kun­nen ze alti­jd terecht bij ons. En dat gaat ook niet meer.

Els: De laat­ste weken zijn we eigen­lijk al eens blij als we iemand zien. Nu moeten we ze van ver knuffe­len.

Chan­talleke: Ja, virtuele knuffels!

Is er al duidelijkheid over of jul­lie zullen mogen bli­jven werken in de resto’s?

Els: We zijn blij dat we in code rood verder kun­nen werken. Het is de bedoel­ing dat we open bli­jven. Alles is take­away.

Chan­talleke: Ik had verwacht dat er veel meer bestellin­gen gin­gen komen. Zek­er omdat ze het koud en warm kun­nen meen­e­men voor op kot. Ik had gedacht dat dat ging marcheren, maar no way

Els: Het is ook goed­kop­er bij ons dan in de super­markt. 

Chan­talleke: Zelfs zon­der lessen of in een lock­down kun­nen stu­den­ten terecht bij ons voor een maalti­jd. Maar ik denk niet dat de stu­den­ten zullen terugk­eren naar kot in zo’n sit­u­atie.

Er wor­den wel nog studieplekken ingericht en de prac­ti­ca gaan door.

Els: Dat is nog een beet­je ons geluk: ze sprin­gen dan bin­nen voor een koffi­et­je of een muf­fin of een brood­je. 

Chan­talleke: Dat is het van stu­den­ten die hier gaan langskomen. En met code rood zal het nog ver­min­deren.

Is er iets voor jul­lie voorzien vanu­it de UGent als er min­der werk is?

Chan­talleke: Nee, wij weten van niets. 

Els: Ik denk dat ze het ook zelf niet weten. Ik veron­der­s­tel dat we wel ergens kun­nen verdeeld wor­den zoals in de homes of in het UZ. 

Chan­talleke: We kun­nen geen steen gooien naar de bazen, want waarschi­jn­lijk weten ze zelf niet wat ze moeten doen.

Els: En neem nu dat er in een van de resto’s iemand posi­tief test, dan zit­ten wij eigen­lijk alle­maal een week in quar­an­taine. In ons geval zijn dat acht per­son­eel­sle­den die dan moeten overge­heveld wor­den om de boel open te houden. Ik denk dat ze dat in hun achter­hoofd hebben: ze mogen niet te veel mensen weg­doen, anders zouden ze nie­mand meer hebben om zo’n heel team te ver­van­gen. 

Chan­talleke: We mogen al blij zijn dat we werk hebben. Want we zijn ook niet meer zek­er van onze job.

Els: In ons achter­hoofd lopen we alle­maal een beet­je met ang­sten. Iedereen zit in het­zelfde schuit­je.