Radioactieve straling


Het laatste wat we van de UGent verwachten is dat ze een plaats delict wordt. Toch is een ongeval snel gebeurd en de wetenschap misschien gevaarlijker dan gedacht. De potentiële gevaren van onze Alma Mater worden hier onder de loep genomen.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/10/2020 – 15:06 door Daan Ver­schueren

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

De wereldgeschiede­nis kent twee grote kern­ram­p­en: de explosie van ‘Reac­tor 4’ in Tsjer­nobyl op 26 april 1986 – u allen bek­end van de baan­brek­ende reis­doc­u­men­taire ‘Reizen Waes’ – en Fukushi­ma I, die op 11 maart 2011 werd uit­gelokt door een natu­ur­ramp. Heeft onze alma mater ook een afspraak met de geschiede­nis? Allicht niet. Maar kan radioac­tieve stral­ing een onfor­tuin­lijke UGent-stu­dent fataal wor­den? Ja, bij ongezien je-m’en-foutisme.

Tot voor kort huisvestte de uni­ver­siteit nog een stok­oude kern­re­ac­tor in een bunker, diep onder cam­pus Proef­tu­in. Hij luis­ter­de naar de naam Thetis. Begin jaren 2000 besliste de uni­ver­siteit om de reac­tor, die bij­na veer­tig jaar lang gebruikt werd voor ‘neu­tro­ne­n­ac­tiver­ings­analyse’, stil te leggen onder druk van method­ol­o­gis­che inno­vaties, tanende weten­schap­pelijke inter­esse, en hoge onder­houd­skosten. De decon­t­a­m­i­natie- en ont­man­tel­ing­spro­ce­dure werd ongeveer vijf jaar gele­den pas volledig afgerond, nadat het laat­ste radioac­tief afval de site ver­li­et. Met de ver­wi­jder­ing van enkele andere gevaartes betek­ende 2017 het defin­i­tieve einde van nucle­aire instal­laties aan de vak­groepen Chemie en Fys­i­ca. De plaats delict zoeken we beter elders.

Ons slachtof­fer studeert wellicht (dier)geneeskunde en heeft een voor­liefde voor nucle­aire beeld­vorm­ing. Lang­durige bloot­stelling aan radioac­tieve stralin­gen bij radio- en scinti­grafie kan namelijk gevaar­lijk zijn. Vei­lighei­dsvoorschriften zoals hand­schoe­nen, meet­toestellen, spe­ciale afval­con­tain­ers, loden bescherming (scher­men, schort­en, omhulsels, enzovoort), nauwkeurige coör­di­natie (log­boeken en con­tro­letesten) en niet zwanger zijn, doen het acu­ut gevaar wijken. En mocht het nood­lot alsnog toes­laan, heeft de UGent een uitvo­erig pro­to­col uit­gew­erkt. De kans dat het mis­gaat is zeer klein. Maar daar trekt Mur­phy zich natu­urlijk weinig van aan.