Rock-‘n‑roll-rectoren


Grote teleurstelling voor Rik Van de Walle: onze rector haalde deze lijst van memorabele rectoren niet. Het is echter nog niet te laat. Hij zou bijvoorbeeld de auteurs van dit artikel kunnen omkopen. Vanaf twintig studiepunten kunnen we babbelen, Rik.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/10/2020 – 15:06 door Dries Blon­trock­Collin Car­don

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Guil­laume De Smet

Dat gedenkwaardig zijn niet alti­jd een posi­tief gegeven is, toont rec­tor Guil­laume De Smet als geen ander aan. Hij was rec­tor in de peri­ode 1940–1944 − soms zeggen jaar­tallen heel veel. De Smet werd aangesteld door de Duitse bezetter en onder het mot­to ‘Voor wat, hoort wat’ voerde hij hun orders bij­na alle­maal uit. Ook kon hij het goed vin­den met het GSV (Gents Stu­den­ten Ver­bond), de stu­den­ten­be­weg­ing die door de nazi’s werd opgericht. Alle maa­trege­len tegen joodse stu­den­ten wer­den doorgevo­erd, maar de ver­plichte tew­erk­stelling van stu­den­ten bleek toch een brug te ver. Een man van het volk. Meteen na de bevri­jd­ing werd hij bedankt voor bewezen dien­sten als rec­tor. Een ontslag zat er even­wel niet in: De Smet bleef gewoon hoogler­aar aan de fac­ul­teit Weten­schap­pen. Een terugzetting in graad die hij overi­gens niet aan­vocht bij de Raad van State.

De ver­plichte tew­erk­stelling van stu­den­ten bleek toch een brug te ver. Een man van het volk

August Ver­meylen

Van de col­lab­o­ratie naar een flamin­gant − het is een kleine stap. Wees even­wel gerust, want het is een van de goeie; in geen van bei­de werel­door­logen stond hij aan de foute kant. U kan August Ver­meylen ken­nen van de stu­den­ten­home die zijn naam draagt, anders moet u drin­gend een lev­en zoeken. Er zijn betere din­gen te doen dan gras­duinen in de per­soon­lijke geschiede­nis van Gentse rec­toren uit lang vervlo­gen tij­den. Onder Ver­meylens beleid (1930–1933) voltrok zich de verned­er­lands­ing van de uni­ver­siteit, wat gepaard ging met hevige dis­cussies. Vlaams- en Frans­gezin­den vocht­en hun meningsver­schillen soms let­ter­lijk uit en de dreig­ing van zulk geweld lei­d­de ertoe dat het acad­e­mie­jaar tot twee keer toe niet plechtig geopend kon wor­den. Ver­meylen had echter nog een andere bezigheid. Hij was namelijk roman­schri­jver. Dat acht­ten zijn Franstal­ige tegen­standers bene­den de waardigheid van een rec­tor en met sprek­ende titels als ‘De Wan­de­lende Jood’ (1906) kun­nen we hen moeil­ijk ongelijk geven.

Peter Hoff­mann

Flamin­gante rec­toren aan de UGent maak­ten dus duidelijk niet alti­jd even bedachtzame keuzes. Waar Ver­meylen een grens trok bij twi­jfelachtige boek­ti­tels, deed rec­tor Peter Hoff­man dat net iets anders. Hij was namelijk de rec­tor van de uni­ver­siteit tij­dens Werel­door­log I, toen deze onder Duits bewind stond. Aan­vanke­lijk had deze Lux­em­burg­er alles mee om een mem­o­ra­bele pub­liek­slievel­ing te wor­den: meerdere keren decaan van de fac­ul­teit Let­teren en Wijs­begeerte, voor­stander van onder­wi­js in de moed­er­taal, voorvechter voor onder­wi­js van meis­jes en geheelon­thoud­er (van alco­hol, niet van die meis­jes). Hij werd directeur van het eerste meis­je­sa­theneum in Gent, en richtte een plaat­selijke afdel­ing van de geheelon­thoud­ings­groep ‘The Good Tem­plars’ op. Toch was zijn korte peri­ode als rec­tor van de duiv­el genoeg om dit over­bo­ord te gooien en hem te ver­wi­jderen uit de rec­torale hall of fame. Overi­gens houdt deze rec­tor waarschi­jn­lijk ook het record van min­ste pro­fes­soren onder hem: slechts acht van hen zouden zich geschikt hebben verk­laard om les te geven in het Ned­er­lands, in plaats van het gebruike­lijke Frans, al zal het protest van pro­fes­soren zoals de leg­en­darische Hen­ri Pirenne daar ook voor iets tussen zit­ten.

We raden Rik Van de Walle aan zijn han­den van het inschri­jv­ings­geld af te houden

Julien Hoste

Noem een func­tie die je kan hebben aan de UGent en Julien Hoste heeft ze vervuld. Hij ging van stu­dent over assis­tent en pro­fes­sor tot rec­tor in 1977. Zijn regeer­pe­ri­ode wordt echter vooral herin­nerd voor de drastis­che ver­hoging van het inschri­jv­ings­geld van 5.000 naar 10.000 frank, een maa­tregel waar hij zelf niet achter­stond. Om die reden nam hij deel aan de stu­den­ten­protesten tegen de ver­hoging die door de min­is­ter van Onder­wi­js was opgelegd. Hoste – een social­ist – vond de Cas­tro in zichzelf en nam zelfs deel aan een sit-in met stu­den­ten. Lat­er in het acad­e­mie­jaar ’77-’78 werd het protest echter grim­miger en veran­derde de Bland­i­jn in een Tahrir­plein avant la let­tre tij­dens wat bek­end­staat als ‘De slag om de tien­duizend’. Stu­den­ten waren boos en de poli­tie schuwde de matrak niet. Some things nev­er change. Julien Hoste kwam zelf in het oog van de storm terecht toen een tachtig­tal stu­den­ten hem gijzelden in zijn eigen bureau en hij weigerde hen te helpen om de inning van de befaamde 10.000 frank te stop­pen. Hoste moest hard­handig uit zijn kan­toor bevri­jd wor­den. We raden Rik Van de Walle aan zijn han­den van het inschri­jv­ings­geld af te houden.

Paul Fred­er­icq

Ten slotte kun­nen we deze lijst niet afs­luiten zon­der een eervolle ver­meld­ing voor beste snor der rec­toren. De unaniem gekozen win­naar hier­van is de sti­jlvolle en gra­cieuze Paul Fred­er­icq.