Prof Préférée: An Baeyens


An Baeyens is geen typische docente aan de UGent. Naast enkele praktisch gerichte opleidingsonderdelen in de hogere jaren geeft ze ook Engelse Grammatica in de eerste bachelor Toegepaste Taalkunde en sinds enkele jaren werkt ze ook als freelance tolk bij de Europese Unie.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 2/03/2020 – 7:35 door Lotte Tossyn

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Afgelopen week waren het weer open­les­da­gen aan ver­schil­lende uni­ver­siteit­en. Wist u al vroeg dat u tal­en wilde stud­eren?

“Nee, op het einde van de lagere school wilde ik arche­oloog wor­den. Daar­na heb ik nog vanalles over­lopen: bib­lio­the­ca­resse, fotografe, rechercheur. Uitein­delijk ben ik bij de tal­en geëindigd. Achter­af bekeken is het wel logisch. Vroeger verbleef ik in de zomer bij vrien­den van mijn oud­ers in Frankrijk. De eerste keer had ik nog maar een jaar Frans gehad, en ik kon niet veel meer dan ‘oui’ en ‘non’ zeggen. Ik moest de hele tijd aan mensen vra­gen om iets voor mij te zeggen. Toen wist ik: ik wil goed zijn in tal­en, niet afhanke­lijk zijn van anderen om te kun­nen prat­en.” 

Hebt u huis­dieren?

“Nee, dat vind ik wel jam­mer. Ik zou echt graag een hond hebben, zo’n Duitse schep­er. Maar ik ben zelden thuis, dus het zou maar zielig zijn als dat beestje de hele dag alleen zit. Ik heb wel veel orchideeën op de ven­ster­bank staan waar ik vrij trots op ben. Vaak stop­pen er voor­bi­j­gangers om naar mijn col­lec­tie te kijken. Die orchideeën hebben het over­leefd, maar dat zijn de enige. Voor de rest slaag ik er maar niet in om welke plant dan ook in lev­en te houden.”

Ik wil niet afhanke­lijk zijn van anderen om te kun­nen prat­en.

Geeft u nu anders les dan zeven jaar gele­den?

“Waarschi­jn­lijk wel. Ik ben vrij ver­legen, en ik neem aan dat dat het eerste jaar erg­er was. Ik weet nog dat ik mijn vrien­den vertelde: ‘Ik ben aangenomen als docente bij de UGent.’ En een van hen zei: ‘De stu­den­ten, die gaan met jou de vlo­er veg­en.’ Dus toen ik de eerste les vooraan stond, spook­te dat wel een beet­je door mijn hoofd. Maar de stu­den­ten waren super­vrien­delijk, en zeer beleefd, ook al was ik toen niet veel oud­er dan zijzelf.”

De stu­den­ten, die gaan met jou de vlo­er aan­ve­g­en

Hebt u een anek­dote uit het lev­en buiten de uni­ver­siteit, die u wil delen?

“Er is een ver­haal dat al enkele jaren mee­gaat. Ik tolk­te op een ver­gader­ing tussen werkgev­ers en werkne­mers. ’s Ocht­ends waren ze veel te laat begonnen, waar­door het dreigde uit te lopen. Rond een uur of vier ‘s namid­dags was er een pauze. Daar­na liep ik met mijn col­le­ga terug naar de cab­ine en een van de vak­bondsverte­gen­wo­ordi­gers vroeg haar: ‘Zien jul­lie het nog zit­ten, nu het zo laat wordt?’ Zij was enorm geïr­ri­teerd door die vraag, dus ze stapte de cab­ine in, waar ik al stond, en zei: ‘Weet je wat hij nu vraagt? Of we het hier nog zien zit­ten. Wat denkt hij zelf?’ Daar­na vroeg ze of ik het nog zag zit­ten. Stu­den­ten die al les van mij gehad hebben, zullen mijn gevoel voor humor wel ken­nen, en ik antwo­ordde dus: ‘Het enige wat ik hier wel zie zit­ten is de pre­ven­tiead­viseur daar vooraan’, waarop die man zich omdraait en recht in de cab­ine kijkt. We hebben dan snel gekeken of de micro nog aanstond, wat gelukkig niet zo was. De deur van de cab­ine stond wel open, dus ik vraag me tot op heden af of het toe­val was.”