Geile katten


Niet elke wetenschapper houdt zich bezig met proefbuizen, deeltjesversnellers of lasers. Dr. Schamperstein kiest voor een theoretische aanpak en baant zich een weg door formules, berekeningen en kennis om zijn licht te schijnen over een prangende maar absurde vraag.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/02/2020 – 14:36 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

‘Cats’ is een ver­film­ing van de gelijk­namige musi­cal van Andrew Lloyd Web­ber. De film vertelt het ver­haal van Vic­to­ria, een kat die door haar baas­jes wordt achterge­lat­en in de strat­en van Lon­den. Hier wordt ze echter al gauw ont­dekt door de Jel­li­cle Cats, een vrolijke sek­te. De ver­schil­lende kat­ten stellen zichzelf aan Vic­to­ria voor met lied­jes en dansnum­mers. En uitein­delijk wordt een van de kat­ten geof­ferd tij­dens een rit­ueel fes­ti­val.

Als je de plot niet hele­maal kan vol­gen is dat niet erg, want dat is ook een beet­je de bedoel­ing. De musi­cal bespaart zo veel mogelijk op inhoud om te kun­nen focussen op wat echt belan­grijk is: een episch muziek- en dansspek­takel en iets te sexy CGI-kat­ten. Over het laat­stge­noemde ontstond al vrij snel een con­tro­verse, aangezien de acteurs die noch mens noch kat te noe­men zijn door velen als ‘uncan­ny val­ley’ en ‘voer voor nacht­mer­ries’ beschreven wer­den. Wat echter min­der bespro­ken wordt, is hoe ‘Cats’ naad­loos aansluit bij de bredere antropo­morfe tra­di­tie.

De ambiguïteit van furries

In de lit­er­atu­ur is er een rijke tra­di­tie aan antropo­mor­fisme: het toeken­nen van menselijke eigen­schap­pen aan niet-mensen. Een mod­ern voor­beeld van deze trend is ‘Toy Sto­ry’, waarin aan speel­go­ed de vaardigheid wordt toegeschreven om te bewe­gen, met elka­ar te com­mu­niceren, kri­tisch na te denken en zelfs ver­liefd te wor­den op elka­ar. Min­stens even aan­wezig, maar veel min­der bespro­ken, is zoö­mor­fisme: het toeken­nen van dier­lijke eigen­schap­pen aan mensen. Zo is het bijvoor­beeld accu­rater om de Dis­ney­film ‘Robin Hood’ te omschri­jven als een zoö­mor­fistis­che film, aangezien per­son­ages hier menselijk zijn in ieder aspect behalve hun lichaam.

De grens tussen zoö­mor­fisme en antropo­mor­fisme is zeer dun, maar vaak erg belan­grijk. In ‘Cats’ is de grens tussen bei­de vaak veel te dun. Uit hun uiter­lijk, dat erg menselijk bli­jft, zou je al snel aflei­den dat we met een zoö­mor­fistisch ver­haal te mak­en hebben. Maar heel af en toe geven de kat­ten plots blijk van incon­sis­tent kat­tenge­drag. Net als je brein aan­vaard heeft dat het naar kat­achtige mensen zit te kijken, eten ze plots een stel muizen op of spu­gen ze een haar­bal uit.

Pratende honden en sexy konijnen

Een andere bron van onge­mak is de uit­ge­spro­ken zin­nen­prikke­lende onder­toon van de film. Veel van de kat­ten wor­den zeer expli­ci­et sexy afge­beeld door op een erg veron­trustende manier typ­isch kat­achtige ken­merken te com­bineren met menselijke ken­merken en sek­suele voorkeuren. Die sexy onder­toon wordt ver­vol­gens onge­makke­lijk veel benadrukt door een sek­suele span­ning te creëren tussen de kat­ten in de film.

Jam­mer genoeg werd er geen weten­schap­pelijk onder­zoek gevon­den dat kan verk­laren waarom mensen kat­ten op deze manier willen afbeelden (psy­cholo­gen, doe uw ding), maar het is opmerke­lijk dat deze sek­su­alis­er­ing cul­tureel gezien niet met alle dieren werkt. Waar we kat­ten en koni­j­nen al gauw afge­beeld zien als sexy per­son­ages, kun­nen we ons geen ‘Dogs’ of ‘Hors­es’ voorstellen met in de hoof­drol een sexy (iets te menselijke) hond. Ik hoop oprecht dat deze opmerk­ing geen enkele regis­seur op ideëen brengt.