Prof Préféré: Marc Boone


Die ene van historische kritiek, die andere van biomechanica en ook nog dingske van verbintenissenrecht. De UGent barst van de intrigerende professoren. Wie zijn ze en wat doen ze? Maar vooral: wat drijft hen precies? Een exclusieve kijk in de wereld van onze Prof Préféré.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 20/10/2019 – 18:45 door Daan Van Cauwen­ber­geNathan Pel­grims

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Marc Boone (63) is pro­fes­sor aan de UGent. Hij is vooral bek­end als die ene van his­torische kri­tiek, het algemene vak aan de fac­ul­teit Let­teren en Wijs­begeerte, waar hij tot voor kort decaan was. In zijn bureau in het Ufo deelde hij zijn diep­ste geheimen.

Welke kwaliteit­en appre­cieer je in anderen?

Marc Boone

“Open­heid. Als decaan heb ik natu­urlijk een groot aan­tal sit­u­aties meege­maakt waar­bij je moet begin­nen raden wat de achterliggende strate­gie is. Dat zijn tot op zekere hoogte leuke spel­let­jes, maar dat ver­moeit ook wel. Ook empathie, zich kun­nen inleven in anderen, kan ik enorm appre­ciëren. Ik heb al meer­maals moeten vast­stellen dat daar toch nog aan gew­erkt kan wor­den.”

Wat is je meest markante eigen­schap?

“Vol­gens bepaalde stu­den­ten is dat mijn neig­ing om ingewikkelde zin­nen te con­strueren. Of dat al dan niet terecht is, laat ik in het mid­den. Ik weet dat veel mensen ook vin­den dat ik met een iet­wat afs­tandelijke iro­nis­che kijk in het lev­en sta. Dat zit blijk­baar in mij. De meeste mensen ron­dom mij kun­nen daar wel mee lev­en.”

Wat is je groot­ste angst?

“Er is nog nooit een gen­er­atie geweest die het ooit zo goed heeft gehad als de huidi­ge. Ik ben bang dat onze wereld en samen­lev­ing in het gedrang zouden komen door de milieuprob­lematiek. Ik heb ook schrik voor de toen­e­mende onver­draagza­amheid en het iden­titeits­denken, dat ver­taald wordt in ron­duit domme politi­ci. Ze zijn in alle mat­en en gewicht­en terug te vin­den: Trump, Boris John­son, Erdo­gan, ik kan nog wel even door­gaan. Maar ook in ons land is er een teko­rt aan een zek­er poli­tiek staats­man­schap. De samen­lev­ing kri­jgt de mensen die ze verki­est, maar wat mij ver­won­dert is dat zoveel mensen keuzes mak­en die tegen hun objec­tieve belan­gen ingaan. Ik kan mij niet voorstellen dat alle kiez­ers van pak­weg Trump beter wor­den van zijn poli­tiek. Ver­moedelijk is zelfs het tegen­deel waar. Maar toch zie je dat keer op keer gebeuren.”

Er is een teko­rt aan staats­man­nen

“Ik wil ook niet de angsthaas uithangen die de terug­keer van de jaren der­tig voor­spelt, maar dat zijn toch zak­en waar je moet op let­ten als je een beet­je met een open blik naar de wereld kijkt. Er zijn toch beangsti­gende par­al­lellen. Ook de teloor­gang van het echt kri­tisch omgaan met infor­matie, de snel­heid waarmee valse infor­matie ver­spreid wordt en de impact ervan baren mij zor­gen.”

Stel: u bent weer 18. Zou je de zak­en anders aan­pakken?

“De uni­ver­siteit is heel fel veran­derd. Wat ik betreur is de snel­heid waarmee alles tegen­wo­ordig gaat. De meeste stu­den­ten ken­nen mij als les­gev­er his­torische kri­tiek en ik heb het alti­jd moeil­ijk gehad met het feit dat het vak in één semes­ter is gewron­gen. Ik vraag me alti­jd af of de stu­den­ten wel nog de tijd hebben om dat alle­maal te ver­w­erken, in te zien wat het alle­maal kan beteke­nen. Ik begri­jp wel waarom de semes­terindel­ing er is gekomen, maar of we daar blij mee moeten zijn is nog maar de vraag. Daarachter zit de hele visie van de uni­ver­siteit als een soort util­i­tair ingesteld orgaan dat mensen moet aflev­eren. Dat moet ze ook doen, maar er mag meer ruimte zijn voor kri­tis­che reflec­tie, ook over de eigen activiteit­en.”