Prof Préféré: Sami Zemni


Die ene van historische kritiek, die andere van biomechanica en ook nog dingske van verbintenissenrecht. De UGent barst van de professoren. Wie zijn ze en wat doen ze? Maar vooral: wat drijft hen precies? Een exclusieve kijk in de wereld van onze Prof Préféré.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/10/2019 – 17:49 door Judith Lam­bert­Mingt­je Wang

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Sami Zem­ni is hoogler­aar aan de UGent in de Poli­tieke en Sociale Weten­schap­pen, ver­bon­den aan het Cen­trum voor Con­flict and Ontwik­kel­ingsstud­ies. In zijn onder­zoek focust hij op Noord-Afri­ka en tevens schreef hij al enkele boeken over het islamde­bat. Iets luchtigere thema’s passeer­den de revue toen hij ons ontv­ing op zijn bureau voor een gesprek.

Stel: u bent voor een dag rec­tor aan de UGent. U mag alles doen, wat zou u dan veran­deren?

“Wel, ik denk dat er met de huidi­ge rec­tor al veel aan het veran­deren is, zak­en waar ik ook achter sta. Maar iets dat ik zou ver­wezen­lijken ‑of toch min­stens in gang zetten- op die dag van almacht, is de schot­ten tussen de fac­ul­teit­en opblazen, om naar een struc­tu­ur te gaan waarin er gemakke­lijk­er over de fac­ul­teit­en heen kan wor­den gew­erkt. Onder­zoek, op een­der welk vlak, heeft namelijk steeds meer nood aan exper­tise uit ver­schil­lende domeinen en wij zit­ten nog steeds op eiland­jes bin­nen de fac­ul­teit­en. De huidi­ge struc­tu­ur stamt uit de 19e eeuw en is daarom niet goed aangepast aan de huidi­ge noden.”

Met welke per­soon uit de geschiede­nis zou u een avond op café willen zit­ten?

“Ik vind het moeil­ijk kiezen tussen twee belan­grijke fig­uren uit mijn eigen studiege­bied. Enerz­i­jds zou ik wel een avond­je willen prat­en met Habib Bour­gui­ba, de eerste pres­i­dent van Tune­sië, aangezien ik het laat­ste decen­ni­um weer veel onder­zoek doe rond dat land. Anderz­i­jds ben ik ook geïn­ter­esseerd in de per­soon Gamal Abdel Nass­er, de tweede pres­i­dent van Egypte. Ik zou hem willen vra­gen waarom hij op bepaalde momenten repressie, onder­drukking en dergelijke heeft geor­gan­iseerd, en hoe hij daarmee kon lev­en, aangezien dat haaks stond op zijn eigen ide­alen.”

“De uni­ver­siteit was in mijn tijd een plek waar je tijd en ruimte had om te vin­den wie je bent. Dat is vol­gens mij veel moeil­ijk­er gewor­den”

Wat vond u zelf van uw stu­den­ten­ti­jd?

“Omdat ik nog alti­jd op de uni­ver­siteit rond­hang, vergelijk ik soms mijn eigen stu­den­ten­ti­jd met het stu­den­ten­leven nu. Ik denk dat er veel ten goede is veran­derd wat betre­ft omkader­ing en begelei­d­ing, omtrent ‘activ­erend leren’ dus, maar dat heeft ook veel nade­len. De uni­ver­siteit was in mijn tijd een plek waar je, naast de vakken die je vol­gde, ook tijd en ruimte had om stil­let­je­saan vol­wassen te wor­den en te vin­den wie je bent. Dit is vol­gens mij, met de strik­te tijdli­jn, de druk van dead­lines en nu ook de tussen­ti­jdse eval­u­aties, veel moeil­ijk­er gewor­den, omdat je veel sneller alleen nog maar bezig bent met die stud­ies. Ik weet dat bepaalde stu­den­tenor­gan­isaties kla­gen dat stu­den­ten min­der engage­menten kun­nen opne­men, omdat ze een afweg­ing moeten mak­en of dat wel loont, in plaats van bezig te zijn met hun cur­sussen.”

Op welke manier kijkt u naar het lev­en?

“Zoals Gram­sci het for­muleerde: pes­simisme van het ver­stand, opti­misme van de wil. Er zijn veel zak­en die ik zie die niet de goede richt­ing uit­gaan, maar dat betekent niet dat ik direct denk aan het einde van de wereld. Ik zie alti­jd wel het opti­mistis­che poten­tieel.”