De Koude Krook


Stel je even voor: je ging als kind elke zomer naar een huisje in Nieuwpoort. Een krakend huisje, waar stof ligt tussen handgemaakte papieren bloemen en de afwas wordt gedaan terwijl je zwiert met woorden en een glas druivensap. En dan word je volwassen. Alles is modern, gaat snel, ruikt naar netgeperst plastiek. Een j'accuse(!) aan de Krook,…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 6/10/2019 – 17:49 door Six­tine Bérard

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Toen ik voor het eerst bin­nenkwam in De Krook, verse Gentse stu­dente in word­ing, voelde ik mijn krak­end zee­huis­je ver­van­gen wor­den door een huis waar het meer biept dan kraakt, dat meer zwi­jgt dan omarmt. Je loopt rond in De Krook zoals je op straat rond­loopt; par­al­lel, naast elka­ar. Weinig mogelijkheid om een woord uit te spreken, behalve miss­chien luid vloeken als de com­put­er aangeeft dat je beboet bent. 

Nu, ik zie mezelf niet als een reac­tion­aire anti-tech­no­log­i­ca. Wel als een rad­i­cale voor­stander van dialoog en menselijke warmte. Ter­wi­jl je wat mis­troost­ig de titel van een boek intypt in de com­put­er van De Krook, zou je ook kun­nen palav­eren met een bib­lio­the­caris over hoe Roald Dahl je jeugd gek­leurd heeft. 

Ondanks alle apoc­a­lyp­tis­che bericht­en over hoe het gesteld is met de gelet­ter­d­heid van ‘de jeugd’, zijn er nog steeds jon­geren die graag lezen. En nog steeds jon­geren die smacht­en naar woor­den die ze nog niet hebben ont­dekt. En, beste Krook, geen com­put­er, schuifdeur of rol­lend boeken­tapi­jt kan dat ver­lan­gen beant­wo­or­den. Dat is net de kracht van een gesprek, van het menselijke aan­voe­len. 

Dat is net de kracht van een gesprek, van het menselijke aan­voe­len. 

Als je stil­staat bij de over­don­derende hoeveel­heid prikkels, beelden, gelu­iden en geuren die je op één dag bin­nenkri­jgt, wordt het nut van een stille (stedelijke) plek snel duidelijk. Stilte vereist geen afs­tandelijkheid, maar stilte kan warm en gezel­lig zijn. Een ver­lan­gen naar stilte is miss­chien geen uni­verseel menselijk ken­merk, maar wel een ver­lan­gen dat steeds min­der opgevan­gen kan wor­den.

In de jacht naar studieplekken kwam ik vorig jaar terecht op de jeugdafdel­ing (heel rebels, want dat mag niet – “Dit is geen studeer­plek.”). Als je er nog niet bent geweest, per­mit­teer ik me een sub­jec­tieve beschri­jv­ing: een donkere ruimte waar je een schri­j­nend gebrek aan Vit­a­mine D oploopt en de asso­ci­atie met een stof­fig ver­gader­lokaal moet onder­drukken.

Een donkere ruimte waar je een schri­j­nend gebrek aan Vit­a­mine D oploopt en de asso­ci­atie met een stof­fig ver­gader­lokaal moet onder­drukken.

Dat De Krook voor jong en oud is, is dus miss­chien enkel waar met een flinke kor­rel zout. In kinderen hun plaats spreken, kan niet. Maar ik kan me moeil­ijk voorstellen dat veel kinderen vri­jwillig en met volle goest­ing een boek zullen kiezen in een ruimte die min­der gezel­lig aan­voelt dan de wachtkamer bij de tan­darts.

Hoewel ook oud­ere gen­er­aties lustig can­dy­crushen en por­ren op Face­book, beperkt het extreem dig­i­tale karak­ter van De Krook die inclu­siviteit. Niet iedereen heeft een e‑mail, een bankkaart of zin om op een touch­screen gefrus­treerd zijn naam in te typen.

Dit is geen wraak­bericht (hoewel mijn vergee­tachtigheid De Krook der­tig euro rijk­er heeft gemaakt), maar een ent­hou­si­ast man­i­fest om van De Krook een plek van verbind­ing te mak­en, een oase van zachtheid in een soms wat ruwe wereld. Aan tech­nol­o­gis­che inno­vaties, extreem aan­wezige snel­heid en com­put­er­scher­men geen gebrek. Wel merk ik een gemis van uit­gewis­selde woor­den, mate­ri­aliteit en plekken van ont­lad­ing in een wereld die naast ongelooflijk schoon ook ongelooflijk druk is en op de schoud­ers van de mens drukt.

Er schuilt warmte in De Krook, in de latte’s en open piano. Maar het is er nog steeds te kil.