Parasite


‘Par­a­site’, ‘Gisaengchung’ in het Kore­aans, won op het film­fes­ti­val in Cannes dit jaar de Gouden Palm en heeft zich al opgew­erkt naar een plek­je in de top 100 van IMDb. Lofzan­gen alom, maar de gemid­delde stu­dent zal zich miss­chien niet naar de cin­e­mazalen rep­pen om te geni­eten van een Zuid-Kore­aanse komis­che thriller. Laat me toch één ding zeggen…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/09/2019 – 21:38 door Nicky Van­degh­in­ste

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

‘Par­a­site’, ‘Gisaengchung’ in het Kore­aans, won op het film­fes­ti­val in Cannes dit jaar de Gouden Palm en heeft zich al opgew­erkt naar een plek­je in de top 100 van IMDb. Lofzan­gen alom, maar de gemid­delde stu­dent zal zich miss­chien niet naar de cin­e­mazalen rep­pen om te geni­eten van een Zuid-Kore­aanse komis­che thriller. Laat me toch één ding zeggen aan die gemid­delde stu­dent: u bent ver­keerd. Ga naar uw dicht­st­bi­jz­i­jnde cin­e­maza­al, nu.

De film toont de ver­houd­ing tussen twee gezin­nen. De focus ligt op het gezin Kim, dat in armoedi­ge toe­s­tanden leeft in een klein kelder­ap­parte­ment. Zoon Ki-Woo wordt op een dag benaderd door een vriend met de vraag of hij zijn job wil overne­men. Dat Ki-Woo geen hoger diplo­ma heeft en dus hele­maal niet gek­wal­i­ficeerd is om bij­lessen Engels te geven aan de fam­i­lie Park is geen bezwaar. Met wat pho­to­shop­kun­sten is dat zo gefikst. Eens hij de smaak te pakken heeft, wordt ook zus Ki-Jung bin­nen­gelood­st als kun­st­ther­a­peute. De chauf­feur wordt vakkundig buitengew­erkt om plaats te mak­en voor vad­er Ki-Taek en het­zelfde gebeurt met de meid voor moed­er Chung-Sook

In se bestaat de fam­i­lie Kim uit oplichters. De Parks hebben ook niets gedaan dat het lokken van deze parasi­eten recht­vaardigt, maar toch wekt dit sce­nario om zeer andere rede­nen wrange gevoe­lens op. Het con­trast tussen de armoede waarin het ene gezin leeft en de overvloedi­ge rijk­dom van het andere wordt nooit expli­ci­et uit­ge­spro­ken, maar is wel merk­baar in alle aspecten. De set­tings waarin de per­son­ages zich bevin­den zijn voor ver­haal en the­matiek haarfi­jn uit­gekiend. 

De opbouw van de film is luchtig. De voorstelling van het gezin Kim en het gezin Park gebeurt gemoedelijk. Na een tijd­je is de kijk­er ontspan­nen. De lach­mo­menten vol­gen elka­ar op. Toch is er steeds het onderliggende gevoel dat er iets niet klopt. Wan­neer de film net iets te lang lijkt te duren komt het keer­punt. Langzaa­maan sluipt een toon­veran­der­ing het ver­haal bin­nen. Een lach wordt span­ning. Onbe­wust ontsnapte een ‘What the fuck’  mijn lip­pen. 

Deze sociale com­men­taar over breuk­li­j­nen die de details van het dagelijks lev­en bin­nensluipen gri­jpt je naar de keel op de momenten dat je het minst verwacht. Als opvol­ging voor zijn kwaliteitsvolle ‘Okja’, leverde regis­seur Bong Joon-ho iets af dat waarschi­jn­lijk in de filmgeschiede­nis zal bli­jven plakken. Een avond­je film dat bij velen zal bli­jven nazin­deren, zow­el voor de fans van pure thrillers en kome­dies als bij hen die echt op zoek zijn naar de mind­fuckfilm.