IJkingstoetsen aan de UGent


Verplichte maar niet-bindende ijkingstoetsen aan de UGent: Rector Rik van de Walle liet al weten dat hij er een grote voorstander van is; "De ijkingstoetsen moeten het potentieel van toekomstige studenten in kaart brengen, zodat die een betere studiekeuze maken", liet hij op Twitter weten. Maar in welke mate kan dit studenten in wording daadwerkelijk…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/09/2019 – 21:38 door Katrien Van­den­broeck­Saul De Clip­peleir­Marte Van de Velde

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Een met­ing die de pas afges­tudeerde jon­gere uit het mid­del­baar onder­wi­js naar de meest geschik­te studiericht­ing zou kun­nen oriën­teren. Op deze manier, door ‑al dan niet ged­won­gen- een spiegel voor te houden, zouden ijk­ingstoet­sen een ver­schei­den­heid aan studiegere­la­teerde prob­le­men kun­nen ver­helpen. Zoals het soms onvoor­bereid tot zelfs ‘kansloos’ starten aan een richt­ing en de hoge kosten die ver­bon­den zijn aan con­stant kwakke­lende eerste­jaars. Naast de mogelijk demo­tiv­erende bijw­erk­ing van deze testen, eve­nals de accu­raatheid ervan, rest voor velen de vraag of dit een effec­tieve oploss­ing is, of het eerder een kleine pleis­ter voor een bredere en diepere wonde is waarmee het hoger onder­wi­js gecon­fron­teerd wordt.

Een geïnformeerde keuze maken

Een ver­plichte niet-bindende ijk­ingstoets is reeds van toepass­ing voor de richtin­gen Burg­er­lijk Inge­nieur, Burgelijk Inge­nieur-Archi­tect en voor de Dier­ge­neeskunde, die hier­mee de jaar­lijkse sti­jging in het aan­tal stu­den­ten een halt wilden toeroepen. “Eigen­lijk was er voor stu­den­ten Dier­ge­neeskunde bijvoor­beeld maar een beperk­te plaats over om prak­tijk te doen”, duidt Lot Fonteyne, opricht­ster van de SIMON-test, “Als je met der­tig rond een paard staat, is dat immers niet meer zo veilig.” Vol­gens De Stan­daard onder­vond sinds het instellen van deze ver­plichte ijk­ingstoets in 2019 het aan­tal inschri­jvin­gen bin­nen de dier­ge­neeskunde een forse dal­ing. Vorig jaar werd er daar­naast ook een gebruik­er­son­der­zoek uit­gevo­erd, waaraan 40% van de mensen die een ijk­ingstoets had­den afgelegd deel­nam. Uit dit onder­zoek bleek dat velen actief omgin­gen met het resul­taat: cur­sussen uit het secundair onder­wi­js wer­den vaak nog eens bovenge­haald en ook meer groepssessies wer­den gevol­gd. Vooraleer de inschri­jvin­gen zijn afges­loten kun­nen we echter nog geen defin­i­tieve con­clusies trekken.

“Je wil studiekiez­ers alle mogelijke tools geven om een geïn­formeerde keuze te mak­en” – Lot Fonteyne

In onze enquête velde 62% van de ondervraag­den een posi­tief oordeel over een ver­plichte niet-bindende ijk­ingstoets. “Zek­er rel­e­vant”, beves­tigt een respon­dent. “Momenteel stromen veel te veel onvoor­berei­de stu­den­ten door naar het hoger onder­wi­js. Zek­er als we kijken naar de slaag­ci­jfers in een eerste jaar dient dit grondig aangepakt te wor­den. Een ijk­ingstoets kan alleen maar helpen om meer stu­den­ten in de juiste richt­ing te kri­j­gen. Ik vind het geen slecht idee om een stu­dent zo inzicht te geven in de moeil­ijkhei­ds­graad”, vult een andere aan, “Als het niet zo goed was, kan de stu­dent enkel maar weten dat hij/zij zich er meer zal moeten voor inzetten.” En indi­en het resul­taat zou tegen­vallen, wordt plan B miss­chien in een ander per­spec­tief geplaatst.

Ook Lot Fonteyne erkent het nut van deze maa­trege­len, “Als die proeven echt gevalideerd zijn en ze een goed advies gener­eren, dan vind ik dat geen slecht idee, want je wil studiekiez­ers alle mogelijke tools geven om een geïn­formeerde keuze te mak­en. Voor mij is het per­spec­tief van de eindge­bruik­er het belan­grijk­ste. Over hoe zo’n test echter in z’n werk zal gaan,” nuanceert Fonteyne, “bestaat nog onzek­er­heid. De bestaande ijk­ingstoet­sen zijn voor­namelijk opgesteld voor STEM-gere­la­teerde oplei­din­gen. Dan spreken we over de fac­ul­teit­en zoals Weten­schap­pen, Bio-inge­nieur­sweten­schap­pen, de meer exacte weten­schap­pen. Vorig jaar is er wel de vraag gekomen van de min­is­ter of er ook ijk­ingstoet­sen ontwikkeld kun­nen wor­den voor niet-STEM-oplei­din­gen. Als je spreekt over ijk­ingstoet­sen voor deze oplei­din­gen, dan is er nog een lange weg te gaan.”

De Gentse Stu­den­ten­raad (GSR) heeft geen tege­nad­vies uit­ge­spro­ken, maar wil erover wak­en dat ijk­ingstoet­sen bove­nal een informerende rol vervullen: “IJk­ingstoet­sen moeten testen hoe goed je voorken­nis is”, zegt Nathan Stey­naert, bestu­ur­der onder­wi­js bij de GSR, “en hoe je je beter kan voor­berei­den vooraleer je aan jouw richt­ing begint. Het zou niet mogen beteke­nen dat als je faalt op jouw toe­lat­ing­sproef, je beter niet de richt­ing gaat doen; het zou eerder beteke­nen dat je je ken­nis best nog wat bij moet schaven. De stu­dent moet instru­menten aan­gereikt kri­j­gen zoals het mon­i­toraat, zodat zij ook doorheen het jaar geholpen kan wor­den.”

IJkingstoetsen niet als eindpunt

Men kan natu­urlijk nooit per­fecte testen opmak­en: alti­jd zullen er mensen zijn die onterecht een negatief advies kri­j­gen. Zo beschreven enke­len hoe de SIMON-test hen ver­keerd had ingeschat: “Het resul­taat was niet echt wat ik verwacht had,” getu­igde een respon­dent. “Ik had een vrij lage slaagkans, maar des­on­danks heb ik mijn eerste twee jaren uni­ver­siteit zeer goed door­lopen.”

“IJk­ingstoet­sen moeten testen hoe goed je voorken­nis is”

Voor velen wekt dit de bekom­mer­nis op dat dit toekom­stige stu­den­ten een ver­keerd beeld zou geven over hun eigen ver­mo­gens. “Als ik op mijn acht­tiende zo een test had moeten afleggen, had die met grote waarschi­jn­lijkheid mij een negatief advies gegeven – zoals vele van mijn leerkracht­en mid­del­baar onder­wi­js bij mijn afs­tud­eren”, schreef iemand. “Hier­door zou ik ont­moedigd geweest zijn en zelfs nooit begonnen zijn aan een weten­schap­pelijke richt­ing. Wat nu, der­tien jaar lat­er, de beste besliss­ing blijkt.” Emma Moer­man, ook bestu­ur­der onder­wi­js bin­nen de GSR, maakt zich eve­neens zor­gen over deze neven­ef­fecten: “Er zullen alti­jd stu­den­ten zijn die er dan zullen voor kiezen om níét de richt­ing te nemen, of gewoon gede­mo­tiveerd aan de richt­ing zullen begin­nen, wat nooit een goed teken is natu­urlijk.” “Het wordt een beet­je een self­ful­fill­ing prophe­cy;” vult Stey­naert aan, “dat je sowieso zal falen als je faalt op de ijk­ingstoets.”

Dat het weliswaar gaat over belan­grijke din­gen, beves­tigt Fonteyne: “Het gaat over studiekeuzes. We kop­pe­len daar nu ook een gebruik­er­son­der­zoek aan, zow­el bij SIMON als bij de ijk­ingstoet­sen, om te kijken wat zo’n feed­back met iemand doet. Zijn er dan bepaalde groepen die zich min­der zullen inschri­jven? Dat wil je immers niet; je wil geen bias in je resul­tat­en. Dat zijn zak­en die je best bek­ijkt vooraleer je een advies geeft aan de stu­den­ten in spe. We moeten daar voorzichtig mee omsprin­gen.”