Flex-student versus Goliath


Tim­on Ram­boer Wan­neer ik me na het werk richt­ing kot rep, fan­taseer ik al eens graag over de won­dere wereld van de statu­taire werk­stu­dent. Dan denk ik na over de faciliteit­en van dat type stu­dent, wiens studieleven uit­er­aard bemoeil­ijkt wordt door het gegeven dat die halfti­jds werkt. Daar niet van. Maar dan vraag ik mij ook…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 22/09/2019 – 21:38 door Tim­on Ram­boer

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Tim­on Ram­boer

Wan­neer ik me na het werk richt­ing kot rep, fan­taseer ik al eens graag over de won­dere wereld van de statu­taire werk­stu­dent. Dan denk ik na over de faciliteit­en van dat type stu­dent, wiens studieleven uit­er­aard bemoeil­ijkt wordt door het gegeven dat die halfti­jds werkt. Daar niet van. Maar dan vraag ik mij ook af: “Zijn er niet veel stu­den­ten die door de mazen van het ‘vangnet’ dreigen te glip­pen?” Hier­mee doel ik op het feit dat de doorsnee halfti­jds werk­ende stu­dent niet in aan­merk­ing komt voor een statu­ut, en dat omwille van één overkoe­pe­lende noe­mer: het dag­con­tract.

Als statu­taire werk­stu­dent moet je vol­doen aan enkele cri­te­ria: de stu­dent dient min­stens tachtig uur/één maand tew­erkgesteld te zijn, of ten min­ste halfti­jds te werken. Dat kan zow­el als werkne­mer (een halfti­jds con­tract) als als zelf­s­tandi­ge. De flex-stu­den­ten vallen dus uit de boot omdat zij onmo­gelijk kun­nen aan­to­nen dat zij aan deze cri­te­ria vol­doen. De cri­te­ria schep­pen in die zin een hin­der­nis voor een halfti­jds werk­ende flexi-job­ber: de jon­gere, ambitieuze of armere stu­dent kan qua­si geen gebruik mak­en van de faciliteit­en die de uni­ver­siteit aan­biedt inza­ke lesop­names of studie- en exa­m­en­plan­ning. Het kan een inschat­tings­fout zijn, maar ik geloof niet dat er veel jonge stu­den­ten zijn die reeds een halfti­jds con­tract aange­bo­den kri­j­gen van de werkgev­er. Onder­tussen dienen ze de eind­jes aan elka­ar te knopen, wor­den er lessen ‘geskipt’ ten voordele van een ‘sta­biel’ inkomen en moeten de jon­geren omgaan met een ongeziene dosis studie- én werk­druk. Gezond is anders, me dunkt. Willen we het niveau van het onder­wi­js opnieuw hoger tillen en een gen­er­atie weer­ga­loze, onver­schrokken en recht-in-de-schoe­nen-staande mensen of een bende over­jaarse aso­ciale pubers de arbei­ds­markt op sturen? Een vals dilem­ma, de keuze lijkt mij evi­dent. 

Een vals dilem­ma, de keuze lijkt mij evi­dent

Jonge stu­den­ten die zich geroepen of genoodza­akt voe­len om hun studie te com­bineren met halfti­jds werken via dag­con­tracten wor­den dus niet onder­s­te­und. In mijn ogen is dat geen admin­is­tratief gebrek, maar een lacune in het poli­tieke beleid. Waar de ver­gri­jz­ing een prob­leem stelt voor de tew­erk­stelling in ons land, kan de jeugd een grote rol spe­len in het oplossen hier­van, op voor­waarde dat zij hierin wor­den onder­s­te­und tij­dens hun stud­ies. De rol die een her­dacht werk­stu­den­ten­statu­ut kan spe­len in een drastisch veran­derende arbei­ds­markt valt niet te onder­schat­ten. Nu de ‘boomers’ stelsel­matig de arbei­ds­markt ver­lat­en en met pen­sioen gaan, moet de vri­jgekomen ruimte opge­vuld wor­den door een kleinere groep jon­geren. Het is cru­ci­aal om het welz­i­jn van deze gen­er­atie jon­geren te bewak­en ter­wi­jl ze actief wor­den op de arbei­ds­markt. 

De vraag rijst of de poli­tiek en de uni­ver­siteit zich bewust zijn van de pre­caire en flex­i­bele sit­u­atie waarin vele stu­den­ten zich bevin­den. Zo waarschuwt de OESO voor het feit dat slechts een derde van de stu­den­ten de studie in de voorziene tijd kan afron­den, maar bli­jft men gis­sen naar de oorza­ak hier­van. De flex­i­bele con­tracten en het GIT-sys­teem lijken mij de aangewezen dad­er. Het is als de Bij­belse para­bel van David en Goliath, maar dan met een stu­dent die Goliath élk jaar opnieuw dient te vellen en met de men­tale gezond­heid van de stu­dent als inzet. Boven­di­en, is een inclusief werk­stu­den­ten­statu­ut niet goed­kop­er voor de werkgev­er én gezon­der voor de stu­dent?