Eén van de zotten


Chokri Ben Chikha spreekt zoals een acteur zou spelen: innemend, met stiltes en gebaren, zwierend tussen woorden die engagement vertalen. Tussen het onderzoeken, creëren, doceren en schrijven door, was hij te vinden in het Geuzenhuis om te spreken over een thema dat steeds luider wordt: (de)kolonisatie. Maar net zoals dekolonisatie niet enkel draait rond standbeelden…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 13/05/2019 – 11:42 door Six­tine Bérard

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Geschiedenis, maar wélke?

Chokri ben Chikha vroeg aan de aan­wezi­gen hoeveel Con­golezen gestor­ven waren onder het Bel­gisch kolo­nial­isme, een beet­je als wan­neer een prof een vraag stelt aan eerste­jaars: iedereen denkt na, kijkt naar zijn voeten maar een antwo­ord is ver te zoeken. De his­torische con­sen­sus richt zich momenteel op 10 miljoen gestor­ven Con­golezen. Voor de niet-wiskundig aan­gelegde types onder ons, een heldere vergelijk­ing: op 1 jan­u­ari 2019 had Bel­gië een dikke 11 miljoen inwon­ers. 10 miljoen:  harde, maar voor velen waarschi­jn­lijk onbek­ende cijfers.

“De his­torische con­sen­sus richt zich momenteel op 10 miljoen gestor­ven Con­golezen. Een heldere vergelijk­ing: op 1 jan­u­ari 2019 had Bel­gië een dikke 11 miljoen inwon­ers”

“Ik heb leerkracht­en gehad die me niet vertelden over die 10 miljoen. Waar we wel van hoor­den was dat Bel­gië het zeer goed gedaan had in Con­go”, zegt Ben Chikha. Het wringt, maar het klinkt waarschi­jn­lijk herken­baar. “Een van de resul­tat­en van de waarhei­d­scom­missie was een advies van de over­heid dat kolonisatie leer­stof zou moeten zijn van lagere school, mid­del­bare school en verder”, vertelt Ben Chikha.  De waarhei­d­scom­missie, een van de pro­jecten van Ben Chikha, was realiteit met wolk­jes fic­tie: een comité van kun­ste­naars, weten­schap­pers en his­tori­ci onder­zocht­en het ten­toon­stellen van mensen op de wereldexpo’s uit het verleden. Hij richtte daarmee ook de spot­light op de vol­gende kwest­ie: is het fenomeen van de Zoo Humain en het mech­a­nisme van stereotiepe beeld­vorm­ing dat ermee gepaard gaat nog alti­jd actueel? “Is de Zoo Humain bin­nenge­dron­gen in onze dagelijkse realiteit?”

Ben Chikha studeerde geschiede­nis aan de UGent, een studie waar­van hij zegt dat ze “de basis van alles is.” En toch, zelfs als geschiedenis­stu­dent aan onze alma mater, leerde hij pas laat over de zoge­naamde Zoo Humain, een con­cept dat nochtans een van de pijlers vormt van zijn huidig onder­zoek. Ben Chikha schreef het boek Zoo Humain, de bli­jde terug­keer van de bar­baar en stichtte een per­for­mance­groep, genaamd ‘Action Zoo Humain’, op. Bij het lezen van de Wikipedia-pag­i­na over Chokri Ben Chikha ver­schi­jnt de term ‘Zoo Humain’ zo veelvuldig dat je geen the­ater­weten­schap­per hoeft te zijn om te besef­fen dat het een van de lei­d­motieven is in zijn werk. Toch is de term wat vaag, miss­chien vraag je je nu ook af waar die term toch op slaat. En door wat je nu miss­chien doet – denken – vervul je tevens één van zijn wensen. Jawel.

Want dat denken, die ver­war­ring, komt vaak naar voren bij Ben Chikha’s werk. Op de opmerk­ing dat hij mensen ver­wart, reageerde hij: “Ik hoop alti­jd van harte dat dat niet een soort post­mod­ernistis­che ver­war­ring is waar niets en alles waar is, maar dat ik mensen, en ook mezelf, aan het denken zet.” ‘Zoo Humain’ is dan miss­chien begrip zon­der directe beelden: het zet je aan het denken. Wat het betekent is hopelijk eve­neens te tri­est om het je effec­tief in te beelden. De geschiede­nis van de Zoo Humain is een geschiede­nis die in de antithese van ons col­lec­tief geheugen ligt. Bevlo­gen schetst Ben Chikha hoe een mens de ander werd, tot de ander geen mens meer was.

Wat begon bij een ranzig idee van Carl Hae­gen­beck, een zood­i­recteur, die naast dieren uit Lap­land ook de meegereis­de inwon­ers (de ‘Samen’) laat overkomen naar zijn zoo, kent een naklank die zelfs het pro­gressieve Gent van 1913 trof. In dat jaar werd Vooruit gebouwd (in een algemene drang naar menswaardigheid), en werd er in Gent ook een wereld­ten­toon­stelling gehouden. Daar wer­den 150 Sene­galezen ten­toongesteld die “Sene­galees moesten wezen”, zoals Ben Chikha het ver­wo­ordt. Net zoals de ‘Samen’ van Hae­gen­beck wer­den bekeken door de bezoek­ers, was de Gentse wereld­ten­toon­stelling de ver­tal­ing van Zoo Humain. Men praat erover in Gent. Zelfs Cyriel Buysse, een negen­tiende-eeuwse soci­aal geën­gageerde schri­jver, zei over de Sene­galezen in Gent dat ze “een mengsel­prod­uct van men­schen en bar­baren” waren.

Je zou je kun­nen afvra­gen: stu­it dekolonis­eren op weer­stand omdat de mens zichzelf nu een­maal niet al te graag in vraag stelt? Hoewel het nu onverk­laar­baar lijkt dat een mens ont­menselijkt wordt op zo een manier, verk­laart Chokri Ben Chikha de Zoo Humain aan de hand van vier menselijke drangen: de drang naar definiëring van onze iden­titeit, de drang naar enter­tain­ment, de drang naar authen­ticiteit en drang naar voyeurisme. Hij haalt het voor­beeld van real­i­ty-tv aan (hoe zelfs Temp­ta­tion Island in intel­lectuele analy­ses kan voorkomen). Hij spreekt over het “spec­tac­u­laris­eren van het ver­schil”, de drang naar enter­tain­ment. Hoe vaak zeggen mensen niet dat ze naar Temp­ta­tion Island kijken omdat het deugd doet niet te hoeven nadenken. Voyeurisme, want buiten je tele­visiebuis kun je ander­mans reac­ties waarschi­jn­lijk niet vol­gen via web­cams. Het definiëren van je iden­titeit, de mens cat­e­goriseert.

Mag kunst alles, of moet ze iets?

Theodor Adorno zei ooit “kun­st is nut­tig door haar nut­teloosheid”. Een leuze die in de huidi­ge tijds­geest belan­grijke vra­gen stelt, want in tij­den waar alles snel, effi­ciënt en pro­duc­tief moet gebeuren, waar je al moet denken aan je werk­looshei­d­suit­k­er­ing als je naar een kun­stschool gaat  (om in eufemis­men te spreken), rijst de vraag of kun­st de laat­ste der Gal­liërs is om te ontsnap­pen aan de razende drang naar instant nut. Wat is de ver­ant­wo­ordelijkheid van kun­st? Mag ze alles of moet ze ook iets?

“Je moet kijken naar de con­text, en de con­text roept nu om veran­der­ing”, zegt Ben Chikha. “En ik vind dat kun­ste­naars en aca­d­e­mi­ci daar moeten aan beant­wo­or­den. Gre­ta (Thun­berg, red.) zegt over het kli­maat dat we al te laat zijn, maar ik denk dat we op soci­aal vlak voor een aan­tal zak­en ook te laat zijn. Ik vind ook, als je sub­si­dies kri­jgt, de belast­ing­be­taler betaalt, de gemeen­schap betaalt, dan kun je je niet gaan opsluiten en zeggen: ‘ik trek het me niet aan.’ ”

Dat Chokri Ben Chikha het zich wél aantrekt is duidelijk doorheen zijn werk. Maar voelt hij zich ver­plicht er iets over te zeggen? Wil hij nog wel geën­gageerde stukken mak­en over dis­crim­i­natie, kolonisatie, racisme? Of sluit hij zich aan bij een Afro-Amerikaanse weten­schap­ster: “ask me about rock­et sci­ence”, schreef ze toen ze alleen nog maar werd gevraagd om te spreken over racisme en niet over weten­schap. “Dat is waar”, zegt hij, “ik ben hier ook uitgen­odigd om iets te zeggen over dekolonis­eren … Maar ik probeer het wel naar mijn hand te zetten, en spreken over mijn pro­jecten, kunst­werken … Je hebt natu­urlijk een vorm van spe­cial­isatie. En pas op, er zijn mensen met een migratieachter­grond die daar niets over willen weten of zeggen. Zo heb je er ook.”

Wie niet of wel iets mag zeggen over (de)kolonisatie, is een heikel punt. Niet voor niets zijn vele even­e­menten rond dekolonisatie tenslotte debat­ten. Audre Lorde schreef “The master’s tools will nev­er dis­man­tle the master’s house.” De inter­pre­tatie van deze zin ligt vrij, maar ze kan gelezen wor­den als “Heb je het recht als witte Belg iets te zeggen over kolonisatie?” Ben Chikha ziet het zachter: “Mensen met een migratieachter­grond zit­ten in de min­der­heid. Dat is de reële sit­u­atie. De meerder­heid van de Vlamin­gen is blank. Dus we moeten er samen uit – het is een beet­je zoals vrouwen­recht­en – de ste­un van man­nen is daarin echt nodig. Toen ik de waarhei­d­scom­missie maak­te, zei­den som­mige mensen tegen mij ‘natu­urlijk doe jij dat, omdat je van een vreemde orig­ine bent’, maar nee, dat is het niet. Dat prob­leem na de Zoo Humain is niet alleen maar het prob­leem van de min­der­heid – het gaat over de waar­den die je hebt als samen­lev­ing. Dus als blanken daar een goede voorstelling over kun­nen mak­en, dan heb ik daar geen prob­leem mee.”

Revolutie

De urgen­tie van de kun­ste­naar, woor­den die uit­ge­spro­ken wor­den op vernissages, tussen het klinken van cham­pagne en staren naar kun­st, maar ook woor­den die Ben Chikha voelt, omdat hij dagelijks gecon­fron­teerd wordt met pijn­lijke zak­en.

“Je moet eerst een paar zot­ten hebben”

 “Ik denk echt in ter­men van rev­o­lu­tie, er moet een omwen­tel­ing komen. Op een bepaald moment heb je een aan­tal zot­ten die begin­nen op de tafel te slaan en zeggen dat ‘er een omwen­tel­ing moet komen, nu!’ En als je die zot­ten niet hebt, dan heb je geen debat, geen dis­cussie, geen beweg­ing. En ik geloof niet in ‘eerst dis­cus­siëren en dan een beweg­ing’. Neen, dat vind ik niet inter­es­sant. Het omge­keerde. Je moet eerst die paar zot­ten hebben.” Zelf vind Ben Chikha zichzelf “niet zot genoeg”. Maar de doorsnee mens die leest en hoort wat hij teweeg­bracht en op poten zette, zou onder de indruk zijn en zeggen “zot­jes!” Al lachend zegt een zot de waarheid.