Een herevaluatie van de marginale driehoek


Onze satiresectie neemt het wetenschappelijk discours erg serieus. Daarom trakteren wij de lezer deze editie op een wetenschappelijke paper in plaats van een satirisch artikel.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 29/04/2019 – 11:12 door Daan Van Cauwen­berge

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Geografie is de studie van het aar­dopper­vlak. Bin­nen de geografie kan men een onder­scheid mak­en tussen ver­schil­lende domeinen. Eén van de bek­end­ste vor­men van geografie is de sociale geografie. Hierin brengt men bepaalde sociale con­struc­ties, zoals lan­den, in kaart.

Die sociale geografie is vaak nog niet zo makke­lijk. Zo zijn lands­gren­zen bijvoor­beeld vaak niet zo duidelijk als ze mogen lijken. Dit soort prob­le­men zou zwakkere geesten tot wan­hoop kun­nen dri­jven, maar de geograaf is een doorzetter.

Een bevolk­ings­groep die de geografen recent in kaart hebben proberen bren­gen zijn de Mar­ginalen (of Mar­ginoalen, zoals ze zichzelf ook wel noe­men). De Mar­gin­aal heeft een rijke habi­tat. Je kunt ze vin­den van de poorten in Gent tot de bossen van de Arden­nen. Toch gaan onder­zoek­ers er al geruime tijd vanu­it dat de Mar­gin­aal een broed­plaats moet hebben. Deze hypothese werd geop­perd nadat er par­al­lellen wer­den getrokken tussen het par­ings­ge­drag van de Mar­gin­aal en de kikker. Bei­den ver­lat­en vrij vroeg het huis om lat­er terug te keren naar hun thuis­grond voor voort­plant­i­ng.

Aan de hand van de reeds in kaart gebrachte migratiewe­gen van de Mar­gin­aal werd gecon­cludeerd dat het epi­cen­trum van de Mar­gin­aal zich bevin­dt in het uiter­ste oost­en van Oost-Vlaan­deren. Deze locatie bleek de ide­ale biotoop voor de Mar­gin­aal om ver­schei­dene rede­nen. Aan de hand van deze migratiewe­gen werd ook bepaald dat de biotoop driehoekvormig moet zijn. Dit lei­d­de tot veel intern debat en de opstelling van hypo­thetis­che driehoeken 1 (Afbeeld­ing 1.1) en 2 (Afbeeld­ing 1.2).

Driehoek 1 werd opgesteld op basis van het ‘fuifge­drag’ van de Mar­gin­aal. Deze onder­zoek­ers wijzen op de sterke sociale cohe­sie tussen de Mar­ginalen en de rol die het ‘zuip‑, fuif- en muil-‘fenomeen hierin speelt. Zij kwa­men logis­cher­wi­js uit op een driehoek tussen Aalst (Aalst Car­naval), Hamme (Nacht van de Hamse Jeugd) en Lok­eren (Lok­erse Feesten). De onder­zoek­ers die driehoek 2 hebben opgesteld, pleit­en eerder voor een poli­tieke aan­pak. De meeste Mar­ginalen ver­to­nen namelijk om onduidelijke rede­nen een affiniteit voor politi­ci die hun mede­mens vergelijken met gerecht­en zoals choco­mousse en loem­pia. Om duidelijke rede­nen wer­den er door hen lij­nen getrokken tussen Aalst, Ninove en Ger­aards­ber­gen, deze laat­ste vooral zodat de gehele Den­der­streek deel zou zijn van de driehoek.

Door het gebrek aan con­sen­sus bin­nen het gebied zou ik ervoor willen pleit­en een derde driehoek in te voeren (Afbeeld­ing 1.3). Deze driehoek bevin­dt zich tussen Hamme, Lok­eren en Ninove en is zo een syn­these van de bevin­din­gen van driehoeken 1 en 2. Verder heeft deze driehoek het voordeel dat hij meer reken­ing houdt met de sti­j­gende con­cen­tratie aan mar­gin­aliteit. Waar Aalst in de vorige mod­ellen bijvoor­beeld steeds gesitueerd werd aan de rand van de driehoek, werd er in deze driehoek voor geopteerd deze stad naar het mid­den ervan te ver­plaat­sen. Dit aangezien Aalst echt wel fokking mar­ginoal is.