Streek van de week: Moeder Egmont


Elke streek heeft zo zijn bijzonderheden. In Ieper gooien ze katten van de toren, in Geraardsbergen eten ze mattentaarten en Aalst is doordrenkt met marginaliteit. Wij voeren elke editie de meest prominente clichés aan een regionale club en zien hoe zij die verteren.

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 31/03/2019 – 11:21 door Daphne Lox­Nathan Pel­grims

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Is de mar­ginale driehoek een vierkant? Zijn we te streng voor dopen? Prae­ses Thi­bo Van der Hae­gen, cul­tu­ur­prae­ses Lisa Car­rette en schacht­en­tem­mer Isaak Noerens van Moed­er Egmont uit Zot­tegem geven hun mening. 

Welke stereo­types achter­vol­gen Zot­tegem?

Thi­bo: “Er wordt weleens gezegd dat Zot­tegem vol zot­ten zit. Soms wor­den we ook tot de mar­ginale driehoek gerek­end.”
Isaak: “Eigen­lijk zou het dan uit­ge­breid moeten wor­den tot een mar­gin­aal vierkant.”
Lisa: “We zit­ten er net niet in.”
Thi­bo: “Het is vaak onduidelijk of we er nu in zit­ten of niet.”
Isaak: “Het hangt ervan af welke dag het is. Vri­jda­gavond wel. Dan zie je die man­nen aan het sta­tion staan. Waar ze van­daan komen weet ik niet. Ze zijn met scoot­ers en rij­den rond de markt.”

Hoe staan jul­lie bek­end bij andere clubs?

Isaak: “De laat­ste jaren zijn we serieus gegroeid en daar­door kri­j­gen we een grotere naam.”
Lisa: “We zijn wel een vrij ges­loten club in vergelijk­ing met andere clubs. Vroeger was Egmont op Zot­tegem zelf gericht, maar nu steeds meer op Gent.”

Vind je het jam­mer dat jul­lie zo groot aan het wor­den zijn?

Isaak: “We zit­ten nu nog op het punt waarop we nog niet weten of we het goed vin­den of niet.”
Thi­bo: “Ik vind het zeer leuk, het feit dat er veel meer nieuwe mensen zijn om te leren ken­nen.”
Isaak: “Het is nog net wijs omdat het nog net haal­baar is, maar als het zo bli­jft evolueren, … Uitein­delijk, of we vol­gend jaar nu met 12 of met 50 zijn, ik bli­jf con­tent.”

Wat houdt jul­lie samen als Zot­tegemnaren? Is er een Zot­tegemse iden­titeit?

Isaak: “Een iden­titeit? Goh, bij Ger­aards­ber­gen kan je je dat onmid­del­lijk voorstellen: dat is de dikke van Ger­aards­ber­gen. Dat zijn van die gas­ten, van die bazekes. Bij Zot­tegem zou ik het niet echt weten.”
Lisa: “Maar op een of andere manier ken­nen we elka­ar alle­maal.”
Thi­bo: “Een West-Vlam­ing zei me dat hij ons kon herken­nen aan ons accent. Dus blijk­baar hebben we een accent.”
Isaak: “Ooit zei een meis­je tegen mij: ‘Je bent van Zot­tegem? Laat het dan maar. Ik heb er al genoeg van Zot­tegem gehad.’ ”

Waarom trekken jul­lie graag op met mensen uit je eigen streek?

Lisa: “Zo sta je toch in con­tact met mensen uit ver­schil­lende oplei­din­gen, en mensen waar je al mee naar dezelfde mid­del­bare school ging.”
Isaak: “Het is moeil­ijk om de oude Zot­tegemse vriend­schap­pen los te lat­en.”
Thi­bo: “Het is een bende waar­van je op voor­hand weet dat het een leuke avond gaat zijn.”

Jul­lie dopen ook. Hoe gaat dat eraan toe?

Isaak: “Vrij rustig. Het wordt nooit echt ver­baal den­i­gr­erend. Je kent iedereen ook, dus het is vooral lachen. Al bij al is het zowat een vieze team­build­ing.”
Thi­bo: “We doen het vooral voor de schacht­en, zodat ze elka­ar leren ken­nen.”
Isaak: “Met die schan­dalen wil je het zek­er niet op je geweten hebben dat er iets gebeurt en dat jij daar dan staat.”
Thi­bo: “Wij zijn erk­end door de UGent en dus ver­plicht om het doopde­creet te onderteke­nen, ook al dopen we buiten Gent.”
Lisa: “Het is wel jam­mer dat wij daar­door een slechte naam kri­j­gen natu­urlijk. Vrien­den en fam­i­lie vra­gen dan of het er echt zo hard aan toe­gaat, en soms vol­gen er heftige dis­cussies op fam­i­liefeesten. Er wordt te streng op gekeken. In hun tijd gebeurde dat toch ook?”
Thi­bo: “Er zit een ver­schil tussen de mensen die wel en niet in een stu­den­ten­v­erenig­ing hebben gezeten. Eerlijk gezegd denk ik dat het er vroeger nog veel erg­er aan toe ging.”
Isaak: “Het zit er wel een beet­je in dat we empathisch zijn. Miss­chien is dat zowat de iden­titeit van Zot­tegem: dat we geen echte eikels zijn.”