Shhht …


25 sep­tem­ber 2017. Toen ik als prille stu­dent met mijn valies­je arriveerde in het bruisende Gent, wist ik niet waar eerst gekeken. Elke dag, avond en nacht ont­plofte er een bom aan ver­schil­lende even­e­menten, gaande van de wild­ste feestjes tot serieuze lezin­gen, intieme optre­dens, of cul­turele hap­pen­ings. Hét grote dilem­ma bleek niet wan­neer aan die lastige…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 31/03/2019 – 11:21 door Ella Roose

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

25 sep­tem­ber 2017. Toen ik als prille stu­dent met mijn valies­je arriveerde in het bruisende Gent, wist ik niet waar eerst gekeken. Elke dag, avond en nacht ont­plofte er een bom aan ver­schil­lende even­e­menten, gaande van de wild­ste feestjes tot serieuze lezin­gen, intieme optre­dens, of cul­turele hap­pen­ings. Hét grote dilem­ma bleek niet wan­neer aan die lastige oefenin­gen van sta­tistiek te begin­nen, maar met welke afspraak, voorstelling, lez­ing of fuif ik mijn dag zou vullen. Het werd een verzadig­ing van soci­aal con­tact en een over­stro­ming van infor­matie. Werke­lijk een teveel van alles op een te korte tijd. Het heeft me maan­den aan over­volle avon­den en twee zware exa­m­en­pe­ri­odes gekost om te besef­fen dat rust qua­si onbestaande was in mijn olijke stu­den­ten­leven­t­je.

Hoe rijk onze stu­den­ten­stad ook is, ze is arm aan een van de meest cru­ciale grond­stof­fen die het lev­en te bieden heeft. Na de val van de Stil­tekamer (een ruimte vol planten en com­fort­a­bele zit­plekken in het vroegere NEST in de oude stads­bib­lio­theek, waar stil zijn de norm was) bleven er niet veel alter­natieven over waar ik stilte kon opzoeken. Mijn over­prikkelde geest schree­uwde om een lege con­text. Mijn agen­da bleef onder­tussen maar over­lopen. Innige en min­der innige vriend­schap­pen wer­den ’s nachts bezegeld met het goed­koop­ste bier. Intel­lectuele bespiegelin­gen slinger­den door aula’s en leslokalen. Meldin­gen op Face­book en Mes­sen­ger stapelden zich op. Kot­bu­ren had­den lawaaierige seks. Ik dweilde met de kraan open. Externe fac­toren veran­der je niet.

Is het oké om die geile koni­j­nen naast mij in een gruwelijke kot­brand uit de weg te ruimen?

Ik wou dat ik je kon vertellen dat de oploss­ing voor dit alles erin bestaat non te wor­den in een of ander Spaans kloost­er. Dat het oké zou zijn om die geile koni­j­nen naast mij in een gruwelijke kot­brand uit de weg te ruimen. Maar af en toe blijkt de oploss­ing zo sim­pel als het aan­schaf­fen van een paar goede oor­dop­jes om seks­gelu­iden te dem­pen of het leren hoe je je in een koffiebar vol prikkels kan con­cen­tr­eren op een zwaar filosofieboek. Stilte doet zich voor als een utopisch en absolu­ut gegeven. Ter­wi­jl dat dem­pen je al heel wat verder kan bren­gen in je zoek­tocht naar rust.

Ik dacht op zoek te zijn naar die absolute stilte, dat volledig kalm en prikkelvrij zijn, dat ideaal­beeld van een zwevende boed­dhis­tis­che mon­nik. En ik moet toegeven dat ik niet echt die wezen­lijke stilte nodig had, maar eerder een manier om met mijn frus­tratie over bepaalde prikkels om te gaan. Beste geile koni­j­nen naast mij, het jacht­seizoen is bij deze ges­loten. Al had ik nog steeds graag gehad dat jul­lie net iets stiller waren.