Sociaal versus duurzaam


Meer betalen voor onze Brugspaghetti zou onze planeet kunnen redden, maar onze portemonnees niet. Hoe verzoent de UGent haar sociaal beleid met duurzaamheid?

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/03/2019 – 16:13 door Ella Roose­Bil­lie Thiessen­Nathan Laroy

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Het soci­aal beleid van de UGent is het resul­taat van decen­ni­alange dialo­gen en con­flicten. Dit zie je aan de maalti­j­den in de resto’s, de pri­jzen van de homes en in de par­keerkaart waar ieder per­son­eel­slid recht op heeft. Recent brengt een nieuwe spel­er bestaande ver­houdin­gen in de war. Duurza­amheid eist een deel van het podi­um op. De span­ning tussen het sociale enerz­i­jds en het duurzame anderz­i­jds is vrij com­plex, al vormt het miss­chien toch een min­der groot prob­leem dan je zou denken.

Dure duurzaamheid

Voor­dat de kli­maatsveran­der­ing aan de alarm­bel kwam trekken, waren sociale part­ners zoals stu­den­ten­verte­gen­wo­ordig­ing en vak­bon­den dé voorvechters van een betere en socialere uni­ver­siteit voor iedereen. Zo bestaat er van­daag een waaier aan mogelijkhe­den voor mensen met min­der mid­de­len om een zo inclusief en aan­ge­naam mogelijke stu­den­ten­ti­jd te beleven. Denk bijvoor­beeld aan het beurssys­teem. Dit is bij­zon­der hand­ig in ver­band met inschri­jv­ings­geld, en je kri­jgt er ook voor­rang en ver­min­der­ing bij in de homes van de UGent. Daar­naast kan je als stu­dent geni­eten van een lage pri­js in de studentenresto’s omdat die door de over­heid gesub­si­dieerd wor­den.

Nu duurza­amheid langs alle kan­ten de kop opsteekt, is het een hele uitdag­ing de ver­wor­ven sociale maa­trege­len in dezelfde staat te behouden. Duurzame alter­natieven zijn vaak erg duur en ver­zoe­nen zich niet snel met de huidi­ge staat van zijn. “Indi­vidu­ele gebruik­ers hebben niet alti­jd de mogelijkhe­den om alter­natieven zelf te voorzien. Hier kan de UGent wel een hand­je bij helpen”, aldus Tim Joosen, vak­bondsverte­gen­wo­ordi­ger in de Raad van Bestu­ur van de UGent.

Duurza­amhei­ds­maa­trege­len moeten niet per se ten koste gaan van sociale belan­gen – zek­er als de UGent extra geld zou investeren in groene alter­natieven, aldus Joosen. Op deze manier zouden bei­de belan­gen hand in hand gaan, en elka­ar niet in de weg staan. “De UGent moet zich niet vast­pin­nen op klassieke en vervuilende voorzienin­gen, maar actief op zoek gaan naar alter­natieven, op voor­waarde dat het betaal­baar bli­jft voor elke stu­dent. Kli­maatveran­der­ing zal eerst de minst bedeelde mensen schaden. Bij over­stro­min­gen en dergelijke zullen de rijk­sten in het slecht­ste geval een vil­la kun­nen kopen op de hoog­ste bergen. Zij die onder­aan de sociale lad­der staan zullen de eerste slachtof­fers zijn.” De opgave is om die mensen zon­der schade mee te nemen in het duurza­amhei­dsver­haal.

“De UGent moet zich niet vast­pin­nen op klassieke en vervuilende voorzienin­gen, maar actief opzoek gaan naar alter­natieven.”

In het geval van de UGent rijst de grote vraag hoe de uni­ver­siteit daar in hemel­snaam aan moet begin­nen. Vol­gens Vin­cent Meer­schaert, con­sulent voor Tra­ject, een advies­bu­reau gespe­cialiseerd in mobiliteits­man­age­ment dat de UGent gead­viseerd heeft, hoeven finan­ciële maa­trege­len niet alti­jd aso­ci­aal te zijn, mits er vol­doende geïn­vesteerd wordt in duurzame alter­natieven. Dit stemt vrij goed overeen met de oploss­ing van Joosen. De boos­doen­er die vol­gens Amber Coone, stu­den­ten­verte­gen­wo­ordi­ger in de Sociale Raad, steeds opnieuw opduikt is dat mensen de drem­pel om over te gaan op nieuwe, duurza­mere din­gen vaak te hoog inschat­ten. “Ik denk dat mensen het vaak in het begin lastig hebben met veran­derin­gen. Maar dan zien we nu, wat verder in de tijd, dat plas­tic bek­ers gewoon­weg min­der gekocht wor­den, nu we ze betal­end hebben gemaakt in de resto’s.” Sym­biose tussen duurza­amheid en een soci­aal beleid is dus effec­tief mogelijk.

Blijf van mijn kaart af

De gratis par­keerkaart is een ver­wor­ven recht. Iedere werkne­mer kri­jgt toe­gang tot de park­ings van de UGent. Dit wil zeggen dat hij of zij alti­jd met de auto naar het werk kan komen en deze auto steeds zeer gemakke­lijk weg kan zetten – zon­der te betal­en en zon­der lang te moeten zoeken naar een par­keer­plaats. Ook het UGent­per­son­eel dat in de stad Gent zelf woont kri­jgt zo’n kaart. Het mag dan nog een ver­wor­ven recht zijn, erg duurza­am is het niet.

In een stedelijke con­text is ruimte schaars en moet er dus ver­ant­wo­ordelijk mee omge­gaan wor­den. De plaats die auto’s innemen, zow­el rij­dend als stil­staand, dient dus goed door­dacht te wor­den. “Het is daarom niet meer dan logisch dat de UGent een par­keer­beleid invo­ert waar­bij de cri­te­ria voor toe­gang tot de park­ings op een recht­vaardi­ge manier wor­den bepaald”, vertelt Meer­schaert. Het par­keer­beleid is het stru­ikel­blok bij uit­stek voor de UGent als het over duurza­amheid gaat.

Tim Joosen spreekt zelfs van een prob­leem dat de uni­ver­siteit niet op zichzelf kan oplossen. “De grote prob­le­men met mobiliteit zijn er, ten eerste, recht­streeks omwille van het feit dat er een achteruit­gang is geweest wat betre­ft open­baar ver­vo­er, zelfs in Gent, waar­bij bussen zijn afgeschaft omwille van bespar­ings­maa­trege­len”, aldus Joosen. Mensen die in Groot-Gent wonen nemen snel de auto omdat ze weinig alter­natieven hebben, zek­er als ze daar­naast ook nog kinderen naar school moeten bren­gen.

“Wij pleit­en om niet enkel met de woon-werkaf­s­tand reken­ing te houden, maar met ver­schil­lende cri­te­ria zoals beschik­baarheid van alter­natieven als fiets en open­baar ver­vo­er, en gezinssi­t­u­atie”, stelt Meer­schaert voor. Joosen pikt hierop in: “Zelfs inhoudelijke cri­te­ria over kilo­me­ter­af­s­tanden zijn deels arbi­trair omdat het niet in acht neemt dat som­mige mensen zich moeten ver­plaat­sen voor hun kinderen, zieke fam­i­liele­den, zorg­be­ho­evende oud­eren enzovoort. Er zijn natu­urlijk wel mensen die gewoon­weg geen zin hebben om die ene kilo­me­ter per fiets of te voet af te leggen. Als je maa­trege­len zou hebben die selec­tief dat soort mensen rak­en, zon­der de anderen te schaden, zou het recht­vaardi­ger zijn.”

Nu komen we tot de kern van de zaak. Is het zelfs mogelijk om deze lui­wamme­sen op te sporen en enkel hen te lat­en betal­en voor een par­keerkaart? Niet echt, zo blijkt. Al heeft Meer­schaert daar een duidelijke mening over: “Een echt duurza­am mobiliteits­beleid is in se een soci­aal beleid omdat voor iedereen toe­ganke­lijke ver­vo­er­swi­jzen zoals fiet­sen en open­baar ver­vo­er aantrekke­lijk­er wor­den gemaakt.”

“Een duurza­am mobiliteits­beleid is een soci­aal beleid omdat toe­ganke­lijke ver­vo­er­swi­jzen aantrekke­lijk­er wor­den gemaakt.”

De par­keerkaarten zouden dus betal­end kun­nen wor­den op het moment waarop iedereen toe­gang kri­jgt tot duurzame alter­natieven. Jam­mer genoeg is dat niet meteen genoeg om mensen deze alter­natieven ook effec­tief te doen gebruiken. Er zijn zek­er sen­si­bilis­er­ingscam­pagnes nodig vol­gens Meer­schaert, maar er moeten ook auto-ontradende maa­trege­len wor­den genomen. Dit botst bij­na gegaran­deerd met wat werkne­mers zouden willen. Als open­baar ver­vo­er zou ver­beteren en er zou geïn­vesteerd wor­den in fiet­sen voor het per­son­eel, zouden we al een heel eind verder staan.

Eten zal lekker zijn of zal niet zijn

Spreek over duurza­amheid en voed­sel­prob­lematiek komt ongetwi­jfeld op de prop­pen. Hoe uit de duurza­amhei­d­skwest­ie zich in onze resto’s? Twee aspecten zijn heel zicht­baar: het gebruik van plas­tic bek­ers en het aan­bod aan duurzame maalti­j­den.

Water­bek­ers zijn nog maar een aan­tal jaar gele­den betal­end gewor­den. Waar dat inder­ti­jd op veel tegen­stand kon reke­nen, is er van­daag veel min­der heibel over. De cijfers spreken voor zich: er wor­den effec­tief veel min­der plas­tic bek­ers gekocht in de resto’s, en uit een recente bevrag­ing blijkt dat het meren­deel van de resto­gangers de betal­ende bek­ers ste­unt. De keerz­i­jde van de medaille is dat er daar­naast min­der water en meer fris­drank wordt gedronken. “Dit is een onge­zonde evo­lu­tie, en het ver­schil wordt totaal teni­et gedaan wan­neer je geen water­bek­er gebruikt, maar dan wel fris­drank uit een plas­tic flesje drinkt. Er zijn alter­natieven, zoals bijvoor­beeld recy­cleer­bare bek­ers of het herge­bruik van glazen”, aldus Joosen. 

Duurzame maalti­j­den vor­men ook een heikel punt. Is het wel houd­baar om deze zo goed­koop aan te bieden, wan­neer een pri­jsver­hoging ze duurza­mer én gezon­der zou mak­en. “Nu zijn de maalti­j­den echt héél goed­koop, maar als je erover nadenkt wat je eigen­lijk voorgeschoteld kri­jgt, is het, één, waarschi­jn­lijk niet zo gezond en, twee, niet echt duurza­am”, meent Amber Coone. Wat de prob­lematiek nog com­pliceert, is het feit dat de maalti­j­den zwaar gesub­si­dieerd wor­den door de over­heid. “Er wer­den reeds vra­gen gesteld rond die sub­si­dies, niet om ze af te schaf­fen, maar om te zien of we gezon­dere zak­en niet goed­kop­er kun­nen mak­en. Toen de spil­fig­uren daarachter ziek wer­den, is het project wat op de lange baan geschoven”, ver­vol­gt Coone.

Voor Tim Joosen bli­jft betaal­baarheid cru­ci­aal: “We kun­nen alti­jd maa­trege­len bli­jven nemen die erop neer komen dat zij die kun­nen betal­en wél alter­natieven kun­nen kri­j­gen die even kwaliteitsvol zijn. Het is eigen­lijk grof dat mensen met een beperkt inkomen geen toe­gang kri­j­gen tot voed­sel dat beter van kwaliteit is. De vraag is dan natu­urlijk of het zon­der meer ver­bieden van non-ecol­o­gis­che pro­ducten de mensen die reeds krap bij kas zit­ten niet nog verder de dieperik in jagen.”