Low Land Home


Je hebt ze misschien voorbij zien waaien in Humo’s Rock Rally, herkende hier en daar een gastmuzikant of je hebt gewoon eindelijk de kelder gevonden waar mistroostige zielen zich tegenwoordig verenigen. Low Land Home is springlevend en maakt dat helemaal waar met hun gloednieuwe album Out of My Mind. Een fijne ontmoeting met Jo Geboers en Pieter-Jan…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 17/03/2019 – 16:13 door Vin­cence De Gol­sY­olan Devriendt

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Michiel Devi­jver

Laat ons begin­nen bij het begin. Wan­neer zag Low Land Home het lev­enslicht?

Jo: “Low Land Home startte in mijn hoofd. Ik ben eerst op mijn kamer zelf muziek begin­nen mak­en en leerde lat­er Jolien Bové, onze toet­seniste, ken­nen, omdat ik nood had aan een tweede stem. We werk­ten toen met een gepro­gram­meerde drum­beat, maar dat voelde toch alle­maal te geknut­seld aan. Toen ben ik eigen­lijk vrij snel met de zoek­tocht naar een band begonnen.”

Pieter-Jan: “Ik zit ook een beet­je in die vrien­den­groep. Jo had me toen eens gevraagd of ik het niet zag zit­ten om wat in te spe­len, en dan of ik niet mee in zijn band wou stap­pen. Ik zag dat onmid­del­lijk zit­ten en zou wel zien hoe het verder liep. Als muzikant wil je je natu­urlijk betrokken voe­len bij het geheel.”

En, hoe bevalt het intussen?

Pieter-Jan: “Het is sinds­di­en alleen maar beter gewor­den. In het begin was het vooral het idee en het con­cept van Jo, maar door­dat wij erbij gekomen zijn en num­mers zijn begin­nen her­schri­jven, hebben we onze eigen inbreng daar wel ver­re­gaand in kun­nen ver­w­erken. Op zo’n manier dat het eigen­lijk niet langer aan­voelde als een solo­pro­ject.”

Jo: “Het is bij­zon­der leuk dat dat heel dynamisch en natu­urlijk is ver­lopen. Het feit dat we een con­tra­bas hebben, was eigen­lijk een voors­tel van Muriel Boulanger. Zelf had ik dat er nooit echt bij geho­ord. Het geheel is qua muzikaliteit veel rijk­er gewor­den. We bek­ijken num­mers ook steeds met de vraag: wat heeft het nog nodig? En dan komen er heel uiteen­lopende ideeën uit, omdat onze achter­gron­den ongelofe­lijk divers zijn.”

Jo: “Ik vind het wel leuk om een beet­je tegen­draads te doen”

Pieter-Jan: “In het begin bot­ste dat soms wel, omdat we elka­ars invloe­den nog niet genoeg begrepen. Het beste kom­pas bli­jft con­stant bij elka­ar aan­voe­len of je op dezelfde lijn zit. Het is ook een oefen­ing geweest om dan een idee los te lat­en. Want begin­nen knip­pen en plakken omdat het moét werken, dat lukt niet. Miss­chien nog in de stu­dio, maar dat valt com­pleet in het water wan­neer je live speelt. Het is dus af en toe zoeken wie we zijn als band, omdat onze muziek vol tegen­stellin­gen zit. In de muziek­sec­tor is dat meer een nadeel, omdat je niet in één hok­je valt in te delen.”

Jo: “Ik vind het eigen­lijk ook wel leuk om een beet­je tegen­draads te doen.”

Pieter-Jan: “Dat is min­der makke­lijk, maar dat maakt het ook wel inter­es­san­ter. Uitein­delijk weten we nu al beter dan vroeger waar we naar­toe gaan. Die iden­titeit van wie we als band zijn, die kan ook best nog veran­deren. Uitein­delijk moet je er zelf als arti­est achter kun­nen staan.”

The Nation­al komt vaak spec­i­fiek ter sprake wan­neer men Low Land Home probeert te plaat­sen.

Jo: “Ja, inder­daad. Wat ik, als je puur naar songtek­sten kijkt, best vreemd vind. Voor­namelijk qua stem wordt die gelijke­nis getrokken, maar onze opbouw en num­mers zelf zijn toch wel anders. Maar ik ben uit­er­aard blij met zo’n com­pli­ment, want het bli­jft een van mijn favori­ete bands.” 

Jul­lie gloed­nieuwe debu­u­tal­bum Out of My Mind zag amper drie weken gele­den het lev­enslicht. Hoe ver­liep dat hele pro­ces tot de offi­ciële release?

Pieter-Jan: “Alles is opgenomen in één week­end, wat echt straf is. Alleen de vocalen zijn pas lat­er toegevoegd, maar Jo heeft dat op één dag, wat ook uit­zon­der­lijk is, inge­zon­gen.”

Jo: “We hebben daar wel hard aan gew­erkt, hoor. Op vijf dagen tijd stond de hele plaat erop. We hebben toen ook heel wat pilot takes gemaakt, bedoeld als ref­er­en­tie voor onszelf waar we al ston­den, daar zijn wel enkele leuke din­gen uit voort­gekomen. Het intros­tuk van No Need to Run is zo’n take, omdat we dacht­en dat we die intro nooit meer op dezelfde manier gespeeld gin­gen kri­j­gen. Als je goed luis­tert naar het einde van Out of My Mind, dan hoor je zo’n toek, omdat ik mijn micro­foon wilde neer­leggen, maar die toe­val­lig tegen een glas aan­bot­ste. Dat zijn zo van die kleine extra’s die ik wel leuk vind, omdat ze een num­mer écht mak­en.”

“Dat zijn zo van die kleine extra’s die ik wel leuk vind, omdat ze een num­mer écht mak­en.”

Pieter-Jan: “De clip van There heeft Jolien zelf in elka­ar gesto­ken. Al het beeld­ma­te­ri­aal dat daarin voorkomt, hebben we gemaakt tij­dens dat opname­week­end. Het is tof dat iedereen er op zijn manier wel mee bezig is. Het feit dat niet alleen de muziek, maar ook het totaal­pakket belan­grijk is, en hoe we onszelf vorm kun­nen geven.”

In dat totaal­pakket zit­ten ook live-optre­dens. Hoe geven jul­lie die vorm?

Pieter-Jan: “Bij het nadenken over wat we pre­cies op de plaat wilden, waren we niet direct bezig met hoe we dat live zouden bren­gen. Ik ben wel van mening dat er echt een ver­schil tussen mag zit­ten. Fans die wat vak­er naar ons komen kijken, willen live ook eens iets anders dan wat ze op Spo­ti­fy horen, hé. ”

Bart Salem­bier

Er zijn ook heel wat fijne gast­muzikan­ten te horen op de nieuwe plaat. Hoe zijn die samen­werkin­gen pre­cies ontstaan?

Jo: “Patri­cia Vanneste kende ik nog van vroeger, toen ik in een ander band­je speelde. Toe­val­lig zijn we elka­ar nog eens tegengekomen in het Gentse en ze vroeg hoe het met mijn muziek ging. Zo is de bal begin­nen rollen. Gian­ni Mar­zo kende ik ook al langer. Ik dacht dat we zoi­ets wel kon­den gebruiken. Dat was ook gewoon de juiste, sfeer­volle sound op het juiste moment.”

Pieter-Jan: “Als groep hebben we Gian­ni uitein­delijk leren ken­nen toen we het voor­pro­gram­ma deden van Mar­ble Sounds. Dat was de eerste keer dat hij ons bezig hoorde.”

Zijn er nog Bel­gis­che arti­esten waarmee jul­lie het podi­um of de opnames­tu­dio willen delen?

Jo: “Op dat vlak zijn we echt wel enorm dankbaar, omdat we van heel wat bands waar ik fan van ben, al eens als voor­pro­gram­ma hebben mogen spe­len. Dat lijst­je is nu al fan­tastisch. Ik zou het zelf miss­chien wel cool vin­den om eens met Reena Riot, mijn zan­gler­ares, samen te werken. Ik zag ze een aan­tal weken gele­den in de Han­dels­beurs en dat lijkt me wel zalig.”

Pieter-Jan: “Ama­tors­ki! Daar keek ik vroeger echt naar op, op stilis­tisch vlak en het gevoel dat ze over­bren­gen. Zo eigen­zin­nig en schoon. Zij mogen dus ook alti­jd bellen.” (lacht)

Pieter-Jan: “Fans willen live ook eens iets anders dan wat ze op Spo­ti­fy horen”

Stel dat jul­lie zelf een voor­pro­gram­ma mocht­en kiezen voor Low Land Home, waar denken jul­lie dan aan?

Jo: “Sowieso ook een jonge, begin­nende band. Ik vind het belan­grijk dat muzikan­ten elka­ar helpen en dat je in een bepaald milieu kan ver­to­even van viend­schap­pelijkheid en con­nec­tie.”

Pieter-Jan: “Je geeft die gas­ten daar­door ook de kans om eens op een pro­fes­sioneel podi­um te staan.”

Lat­en we met een clichévraag afs­luiten. Wat brengt de toekomst nog voor Low Land Home?

Jo: “Goh, ik ga ook met een clichéant­wo­ord antwo­or­den: dat we gewoon mogen bli­jven doen wat we aan het doen zijn. Dat we mensen mogen bli­jven bereiken met de bood­schap die we willen over­bren­gen. Het feit dat zij naar een optre­den komen en vertellen dat het bij hen bin­nenkomt, dat is voor mij het belan­grijk­ste. Die verbind­ing met mensen opbouwen, vind ik bij­zon­der leuk.”

Pieter-Jan: “Ja, dat is zalig. Dat je zo’n impact kan hebben op mensen, is voor mij de reden waarom ik arti­est ben.”