Licht: het Prozac van morgen?


Professor Karl Deisseroth introduceerde in 2005 optogenetica: een techniek waarbij neuronen genetisch aangepast worden om op licht te reageren. Op amper enkele jaren tijd verwierf deze techniek wereldwijde academische bekendheid, ook aan de UGent. Doctoraatsstudenten Anirudh Acharya en Latoya Stevens werken er alle twee mee. Ze boeken veelbelovende vooruitgang, zowel op vlak van fundamenteel als van…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 4/03/2019 – 15:20 door Katrien Van­den­broeck­Bil­lie Thiessen

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Naar schat­ting lij­den van­daag de dag één mil­jard mensen (oftewel een op zes) aan een herse­naan­doen­ing. Dit kan diverse en uiteen­lopende oorza­k­en hebben: een val of een beroerte, erfe­lijke of omgev­ings­fac­toren. Twintig tot vijfen­twintig pro­cent van de vrouwen en zeven tot twaalf pro­cent van de man­nen ervaarde ooit een depressie. Drie pro­cent van de bevolk­ing kampte met een beroerte en één pro­cent met epilep­sie. Nog eens één pro­cent met schizofre­nie. Al deze ziek­te­beelden hebben ern­stige gevol­gen, gaande van amo­ti­vatie en zelf­mo­ordgedacht­en bij depressie tot veelvuldige spierspas­men en bewustz­i­jnsver­lies bij epilep­tis­che patiën­ten.

Neu­ro­bi­ol­o­gis­che ther­a­pieën kun­nen we van­daag onder twee noe­mers plaat­sen: elek­trische stim­u­latie  (bv. elek­troshock­ther­a­pie) en chemis­che toe­di­enin­gen (psy­cho­far­ma­ca). Bin­nenko­rt zouden we hier miss­chien nog een derde luik aan kun­nen bijvoe­gen: licht.

Neuronen, sloten en sleutels

Neu­ro­nen vor­men de bouw­ste­nen van ons zenuw­s­telsel: in de herse­nen vin­den we er mil­jar­den. Ze zijn alle­maal zow­el infor­matie-ont­vangers als infor­matiezen­ders. Om het sim­pel te houden, moet je je inbeelden dat infor­matieover­dracht tussen neu­ro­nen gebeurt zoals bij twee per­so­n­en, A en B, die van elka­ar geschei­den zijn door een ges­loten deur. Indi­en A de juiste sleu­tel heeft, zal hij de deur kun­nen ope­nen om infor­matie aan B over te dra­gen. Dit geheel vormt het ver­w­erk­ings­cen­trum van ons lichaam. In ‘neu­ro­nen­taal’ gebeurt dit door mid­del van kanalen die ope­nen en sluiten bij bindin­gen met een bepaalde chemisch struc­tu­ur.

“Met opto­ge­net­i­ca expresseren (betekent zoi­ets als ‘actief mak­en’, nvdr.) we licht­gevoelige pro­teï­nen in neu­ro­nen, deze ope­nen spec­i­fiek enkel bij bepaalde licht­gol­ven. Om één neu­ron te tar­get­ten, mak­en we gebruik van een genetis­che mark­er: de pro­mo­tor. Als we deze in een cel implanteren, zal er enkel effect te zien zijn in de cellen die deze spec­i­fieke pro­mo­tor bevat­ten”, legt Anirudh Acharya uit.

“Deze pro­mo­tor zorgt ervoor dat na lokale injec­tie in de herse­nen, dit licht­gevoelig pro­teïne enkel tot expressie komt in een spec­i­fiek type neu­ro­nen en op die manier enkel deze neu­ro­nen gemod­uleerd wor­den door licht”, voegt Latoya Stevens toe. Oftewel: er komt een nieuwe deur met zijn eigen slot tevoorschi­jn. “Wan­neer dit gebeurt, kan het enkel maar wor­den geac­tiveerd door een bepaald type golflengte, bijvoor­beeld een blauwe of rode straal.”

“Als je deze genetisch gemod­i­ficeerde nucle­us belicht, zie je het dier wakker wor­den” – Acharya

De sleu­tel is dus een licht­straal. Hand­ig aan deze tech­niek is dat die zich erg snel ver­plaatst (aan 3.00x10^8 m.s^-1 voor de nerds onder ons), en ook nog pre­cies is. “Opto­ge­net­i­ca geeft ons de mogelijkheid om zow­el ruimtelijk als tijdelijk zeer nauwkeurig te werken”, beschri­jft Stevens. “In mijn geval, onder­zoek ik de locus coeruleus, een gri­jze kern in de hersen­stam (een stuk­je onder­aan de grote herse­nen, red.) dat opge­maakt wordt door nora­dren­erge neu­ro­nen. Deze zor­gen voor opwind­ing, slaap-waak­cy­clussen en nog een paar andere belan­grijke func­ties.”

“Zo kan je kijken naar de slaap-waak­tran­si­ties”, stelt Acharya. “Als je de genetisch gemod­i­ficeerde nucle­us uit het onder­zoek van Latoya activeert en belicht, zie je het dier wakker wor­den. Op deze manier kan je kijken hoe cel­types bin­nen een netwerk func­tioneren.”

Een afstandsbediening voor het brein?

Latoya Stevens

“We kun­nen som­mige hersen­struc­turen inhiberen en activ­eren, waar­door we natu­urlijk in the­o­rie gedrag kun­nen wijzi­gen”, zegt Stevens. Wan­neer je bijvoor­beeld een bepaald deel van een rat­ten­brein belicht, kan je de rat naar links lat­en roteren. Een ander deel belicht­en kan ervoor zor­gen dat de rat eet­stoor­nissen ver­toont. Het is echter niet de bedoel­ing dat kwaadaardi­ge weten­schap­pers dit gebruiken om mensen te manip­uleren. “We willen ver­mi­j­den dat er slechte din­gen gebeuren. We willen bijvoor­beeld epilep­tis­che aan­vallen voorkomen, depressieve symp­tomen ver­min­deren, dit soort zak­en. Ik zou niet stellen dat we het brein proberen te con­trol­eren of menselijk gedrag of gedacht­en willen beheersen. Ons onder­zoek is fun­da­menteel en gericht naar posi­tieve klin­is­che toepassin­gen.”

“We kun­nen som­mige struc­turen onder­drukken en activ­eren, waar­door het natu­urlijk gedrag wijzigt” – Stevens

Het gedrag van een epilep­tisch zoogdi­er kan let­ter­lijk in een vingerknip veran­deren. Een bru­usk gelu­id kan voor deze groep spon­taan een angstre­ac­tie uit­lokken, ter­wi­jl de niet-epilep­tis­che con­trole­groep deze symp­tomen niet ver­toont. Via opto­ge­net­i­ca, kan het her­haaldelijk belicht­en van bepaalde ker­nen de over­dreven reac­tie dem­pen tot zelfs met­ter­ti­jd onder­drukken. Anderen denken eraan om deze bevin­d­ing in een soort pace­mak­er te ver­vor­men: een sig­naalde­tec­tor dat abnor­male activiteit meet en hier direct op ingri­jpt.

In het geval van epilep­sie wordt er momenteel eerst naar medici­j­nen zoals anti-epilep­ti­ca gegrepen. Als laatst red­mid­del zal men een neu­rochirur­gis­che ingreep over­we­gen. “Dat is uit­er­aard niet alti­jd mogelijk. Indi­en de abnor­male elek­trische activiteit zich in het taal­cen­trum bevin­dt, kan je deze bijvoor­beeld moeil­ijk ver­wi­jderen”, aldus Stevens. “Anders zal de patiënt niet meer kun­nen spreken, of taal kun­nen ver­staan.” Ook niet alle patiën­ten rea­geren even goed op behan­del­ing. Ongeveer 30 pro­cent van hen zal refrac­tair, d.w.z. ongevoelig voor deze behan­del­ing, zijn. Waarom het bij som­mi­gen faalt, is nog niet duidelijk. Het brein is immers een com­plex en onbek­end sys­teem, waar opto­ge­net­i­ca heldere antwo­or­den op zou kun­nen geven. Ook omtrent depressie blijkt opto­ge­net­i­ca, en miss­chien nog meer het ver­wante chemo­ge­net­i­ca, gun­stige per­spec­tieven te bieden.

Is opto­ge­net­i­ca dan dé oploss­ing voor de toekomst? “Niet hele­maal”, nuanceert Acharya. “Zo is er bij Alzheimer sprake van een opstapel­ing van nefaste en abnor­male pro­teï­nen, wat zorgt voor cel­dood. Opto­ge­net­i­ca zal dan niet bat­en. Wan­neer het om prob­le­men gere­la­teerd aan interne netwerken gaat, kan opto­ge­net­i­ca zek­er een duwt­je in de rug geven. Maar het is geen geneesmid­del: het is een ther­a­pie. Een epilep­ti­cus zal nog steeds epilep­tisch bli­jven.”