Kort


Er was een brand die nacht, ges­ticht of veroorza­akt – of toch in ieder geval gewild – door het mon­ster Mon­et. In tegen­stelling tot de schilder en vele andere mon­sters was hij niet lelijk of angstaan­ja­gend, en bezat hij zelfs een zekere graad van charme. De bew­er­ing dat hij een pyro­maan was, is me vaak…

Oor­spronke­lijk gepub­liceerd op 16/12/2018 – 15:01 door Ele­na De Bac­quer

Dit artikel werdt oor­pronke­lijk gepub­liceerd op de oude Scham­per site. Toen deze uit gebruik werd genomen, wer­den alle artikels overgezet.

Er was een brand die nacht, ges­ticht of veroorza­akt – of toch in ieder geval gewild – door het mon­ster Mon­et. In tegen­stelling tot de schilder en vele andere mon­sters was hij niet lelijk of angstaan­ja­gend, en bezat hij zelfs een zekere graad van charme. De bew­er­ing dat hij een pyro­maan was, is me vaak ter ore gekomen, hoewel ik er alti­jd bij bleef dat hij een­voudig­weg een mon­ster was zon­der verdere psy­chis­che manke­menten. Hij was ook niet agressief of com­peti­tief, en had maar wat graag de Boks VDK (Vlaamse Dier­ge­neeskundi­ge Kring, 18 decem­ber) en de ESN Gent plays Bas­ket­ball (Eras­mus Stu­dent Net­work, 19 decem­ber) ver­me­den, ware het niet dat hij al van plan was er ongelukken te veroorza­k­en. Uit boosaardigheid dus, puur en onver­sne­den, ging hij zijn dagelijkse gang, en niet vanu­it een of andere menselijke fout die een nuancerend of zelfs gratievol effect zou kun­nen hebben. Daar­bij kon ik niet anders dan hem excuseren, want hij was mijn beste vriend. De brand vernielde nochtans meerdere gebouwen, en zorgde ervoor dat de Win­ter­wan­del­ing (Home Astrid, 20 decem­ber) en de Ver­broed­er­ingscant­us (’t Strop­ke, 20 decem­ber) niet kon­den door­gaan. Ik kon het mon­ster niet aankijken toen hij naar mij toek­wam en wij samen het nieuws aan­ho­or­den. Ik wist dat hij wist dat ik wist dat hij het was, en ver­meed zijn ogen als hete sin­tels die mijn wim­pers zouden ver­schroeien als ik er te lang in keek. Dit had ik nooit gewild, kon ik alleen maar denken. Ik wou een vriend­schap die van alle kan­ten mijn eigen goed­heid zou weerkaat­sten, waarmee ik de feestda­gen kon vieren zoals in de reclames, of nog beter, zoals op het KoeK­er­st­feest (De Loeiende Koe, 21 decem­ber) of de Ker­st­markt (Moed­er Oil­sjterse, 18 decem­ber). Een vriend­schap die prachtige din­gen inspireerde, zoals boeken en schilder­i­jen, wiens opof­fer­ings­drang zo befaamd was dat we er uitein­delijk en onver­mi­jdelijk mee in het nieuws zouden komen, als een van die din­gen die de pers alleen pub­liceert om er de aan­dacht van weekhar­ti­gen mee te trekken. En omdat ik dat nooit zou kri­j­gen, heb ik maar genoe­gen genomen met het mon­ster Mon­et. Door hem zou ik inder­daad nog in het nieuws komen, maar de weekhar­ti­gen zouden er geen bood­schap aan hebben gehad.